Franken, het land tussen Rhein und Baiern.

Bij het schrijven van deze lijnen is het bloed van Genua nog niet opgedroogd. In dit opzicht is het ook interessant te zien hoe dit wijngebied, dat bij de VRIJstaat Beieren hoort, vecht voor zijn identiteit en zijn eigenheid en hoe het zijn eigen vrijheid nastreeft.

Enkele historische hoogtepunten: het begint bij de Franken zelf.

Als zestienjarige volgt Clovis (Chlodovech I) zijn vader, Childerik, op en kiest vier jaar later, in 486, voor Parijs als zijn hoofdstad. Tien jaar later onderwerpt hij de laatste Alamannen in de slag bij Aken. Nog eens tien jaar later is de beurt aan de Visgoten om te buigen. Zijn immens rijk strekt zich uit van bijna de Middellandse zee, in het zuiden, tot Bretagne in het Westen. In 511, na een vrij brutaal bewind, sterft de koning,. In 550 vestigen zijn opvolgers zich aan de oevers van de Main. Ze plantten er hun eerste wijnstokken zodat ze zelf voor hun geliefkoosde wijn konden zorgen. De geschiedenis vertelt er echter niet bij of het werk al of niet door geïmmigreerde mankracht werd gerealiseerd. Uit de kronieken van die tijd kan men opmaken dat de meeste, uit het zuiden afkomstige, wijnstokken de strenge winters niet overleefden. In 777 beveelt Karel (Magnus) zijn onderdanen, afkomstig uit Neder-Saksen, grote delen van hellingen te ontbossen en er wijnstokken te planten. Daarenboven verplicht hij de fabricage van houten tonnen, met ijzeren ringen versterkt, die de lederen zakken, oorzaak van besmetting, moeten vervangen. En hij geeft de verantwoordelijkheid van de wijnactiviteit aan de … kloosters, kijk eens aan. Zo ontstaan onder andere de domeinen Hammelburg en Fulda. De eerlijkheid verplicht mij er bij te vermelden dat de wijn vooral bij kerkelijke activiteiten en als basis voor allerlei geneesmiddeltjes. Maar er blijft er genoeg over voor het minder sacrale en de regel van Sint-Benedictus verbiedt het verbruik van wijn niet, maar dan wel met mate.

Officiële statistieken uit de 19de eeuw leren ons dat er op de hellingen rondom Würzburg een gemiddeld rendement van 8 à 10 hl/ha verkregen werd! In 1850 worden de wijnen, niettegenstaande hoge tol, gretig gekocht in landen zoals Frankrijk, Holland, België en zelfs Amerika. De export floreert staat er in de kranten te lezen, behalve voor de minder goede, die eerder moeilijk hebben. Toen al.
U zult mij deze lange inleiding vergeven, maar zij spruit voor uit het lezen van teksten als voorbereiding op mijn ontmoeting met Johannes Lay, de directeur van het Fränkischer Weinbauverband. Als jurist en beheerder van vorming, deed deze oud-politicus en telg van een wijnbouwersfamilie uit de Mosel drie jaar geleden zijn intrede als beheerder.Als één van zijn belangrijkste taken ziet hij het in ere houden van de befaamde Bocksbeutel (zie kader). Hij tracht de Frankenwijnen zo optimaal mogelijk te promoten en er exportmarkten voor te vinden. Daarvoor tracht hij enerzijds de betere wijnen te doen kennen en anderzijds de hoge productie af te remmen van deze die hun verkoop zien dalen. De geschiedenis herhaalt zich.

Is Franken bairisch? wirklich?

Op het administratieve vlak maakt Franken integraal deel uit van Beieren. Maar de Franken zelf hebben dat niet zo begrepen, behalve dan als de grote afzetmarkt van Munchen voor hen zijn deuren open zet. Het enige wat ze gemeen hebben met hun Beierse broeders is hun onwrikbaar katholieke geloof en hun kinderachtige houding eenmaal op de autobahn achter het stuur van grote bolides. Bij ons vergelijken kleine jongens hun piemeltje, in Duitsland bekvechten veertigers om cilinderinhoud en topsnelheden. Voor de rest hebben de Würzburger en Münchener maar weinig gemeen, om dan maar te zwijgen over het enorme verschil in taal.
Het wijngebied Franken kan in drie afzonderlijk delen opgesplitst worden. Bereich Mainviereck, dat langs de Main ligt en van Wasserlos tot voorbij Miltenberg reikt en waarvan de bodem uit Muschelkalk of schelpkalk, veelkleurige zandsteen of zelf primaire rots kan bestaan. Het Bereich Maindreiheck, dat zowel stroomopwaarts als –afwaarts van Würzburg ligt en kent bijna uitsluitend Muschelkalk. Ten slotte, het Bereich Steigerwald bevindt zich op een hoogte in de omgeving van Bamberg, men vindt vooral keuper, geologisch iets jonger dan Muschelkalk.
De druif bij uitstek is de Silvaner (in 1999 goed voor 37% van de productie), die vooral in droge wijn verwerkt wordt. Fränkisch Trocken betekent minder dan 4 g residueel suiker per liter. Daarna volgt müller-thurgau (19%), ook rivaner genoemd als men er een halbtrocken mee maakt. Riesling wordt slecht voor 2% aangewend, minder dus dan rode portugieser of domona (een kruising tussen de vorige en pinot noir).

De drie groten van Würzburg.

Op tien minuten wandelen van het Haus des Frakenweins ligt langs de Juliuspromenade het Juliusspital, draai daarna de Theaterstrasse in om bij het Burgerspital te komen en uiteindelijk zal U aan de Staatlicher Hofkeller, een magnifieke annexe in het architectonische geheel van de Residenz. Het heeft mij bijna twee dagen gekost om deze drie stichtingen te bezoeken!

Eerste halte: het Juliusspital

Het werd gesticht in 1576 door Prins-Bisschop Julius Echter, deze instelling had tot doel een hospitaal te financieren, naar het model van de Hospice de Beaune. Thans gaat nog steeds een gedeelte van de opbrengst van de 163 ha wijngaard naar een soortgelijk doel (380 hospitaalbedden en 220 plaatsen in het ouderlingentehuis. Ik denk niet dat men hiermee het budget kan sluiten, zelfs als tegenstanders beweren dat het financieel beheer gemakkelijk is als men met de status van overheidsinstelling vrijstelling heeft van belastingen. Maar dat is een ander verhaal.

De bezittingen situeren zich vooral in de Einzellage Stein, in Würzburg gelegen en naar mijn bescheiden mening, één van de mooiste lage. Ook de wijngaarden in de Pfülben-lage te Randersacker, op de Julius-Echter-Berg te Iphofen, in de Lump-lage van Eschendorf en in de Küchenmeister-lage te Rödelsee wordt goed geboerd. Niet slecht dus. Er wordt vooral silvaner verbouwd, maar men deinst er niet voor terug ook riesling aan te planten. Als het mogelijk is gaat men zelfs flirten met de edelrotting.

In de lente van 1945 hebben de Amerikanen en de Engelsen de regio overvloedig gebombardeerd (van Dresden naar München, via Frankenland en het symbolische Nürnberg) met als doel zoveel mogelijk cultureel patrimonium te vernietigen en tegelijk zoveel mogelijk levens te besparen (dat zegden ze toch!). Er werden bijna uitsluitend brandbommen gedropt, zodat de buitenmuren van het Juliusspitaal goed bewaard bleven en een minutieuze restauratie mogelijk was. Ook de prachtige ommuurde farmacie, in verbluffende Rococo-stijl, schittert nog zoals eertijds. Hier ontwikkelde Virchow Die Cellular-Pathologie en steunde hij de evenementen van 1848 en het Kulturkampf, dat hij samen met Bismarck edelmoedig doordrukte. Men hoort er ook nog de “japonaiseries” van von Siebold nagalmen.

Tweede halte: het Bürgerspital.

De geschiedenis van deze stichting (tax-free, eddet vast?…) gaat terug tot 1319. De Prins-Bisschop Gottfried von Hohenlohe liet het beheer van het nieuwe stadshospitaal over aan de lokale bourgeoisie. Dat de clerus zijn monopolie op de armen evenwel niet liet varen, mag blijken uit de naam: Bürgerspitaal zum Heiligen Geist. Vandaag telt de stichting zowat 400 kamers en appartjes waar bejaarden revalideren. Dat wordt door de opbrengst van de 140 ha wijngaarden, verspreid in 10 gemeinde, gefinancierd. Ik vermoed dat dit onvoldoende is. Bij ons zou men evengoed Interbrew kunnen vragen om de sociale zekerheid te steunen,

Derde halte: de Staatlicher Hofkeller

Na de twee eerste staties van mijn kruisweg, neem ik nu de derde statie of Corintische in het prachtige Residenz. De bouw duurde bijna de hele 18de eeuw. Er is echter geen tijd om de prachtige plafonds te bewonderen of het standbeeld van Peter Wagner, spijtig. Ik word verwacht in de eindeloze kelders, die het hele complex onderkelderen. M. Schingenschögl, de agronoom, en M. Gösswein, de keldermeester, verwelkomen er mij. Laatstgenoemde is reeds sinds 1955 in dienst en is een levende encyclopedie van de Hofkeller en meermaals moet ik zijn woordenvloed onderbreken om er zeker van te zijn dat ik zijn gedetailleerde uitleg in zijn sappig klinkend dialect goed begrepen heb. In 1719 kreeg architect Neumann de opdracht om in zijn bouwplan uitgebreide kelders te voorzien, zodat men er de precieuze prinselijke drankvoorraad kon opslaan. Men kan er van op aan dat zijn hoogheid tijdens zijn werelds bestaan reeds van de geneugten van het hiernamaals wou genieten. Verklaarde de brave Johannes himself niet “Non potest omnibus bibere Eisvinum”?



Zij tonen mij de plek waar foeders gelinieerd staan over een lengte van … 180 meter. De opbrengst van de wijnen komt niet te goede van de behoeftige, maar gaat rechtstreeks in de Beierse staatskas. Ook hier beschikt men over 120 ha wijnland, met daarbovenop een experimenteel proefstation. Riesling en silvaner zijn er het meest aangeplant. Ook müller thurgau, waarvan men er graag bij vertelt dat zijn maker, eminent professor aan het instituut van Geisenheim, ook jarenlang aan de faculteit van Würzburg gewerkt heeft. Maar de specialiteit van het huis is de rieslaner, een kruising van riesling en silvaner in 1921 door Dr. Ziegler ontwikkeld en sinds 1950 ruim aangeplant in de Hofkeller. De belangrijkste kenmerken van deze druif zijn een goed evenwicht en een levendige zuurheid met tegelijk een hoog alcoholpercentage. Het zeer grote blad bevordert de fotosynthese van de plant optimaal.

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie