Bach in time ( variations on art & wine )

24/06/2015 - Zowel in de wijnwereld als in de kunst is bekendheid vaak een wankel iets ...

Telemann

Georg Philipp Telemann

Toen Georg Philipp Telemann nog leefde werd hij als de grootste musicus van zijn tijd beschouwd.
Zodanig zelfs dat wanneer hij de aanstelling van Thomascantor in Leipzig weigert en een lid van het selectiecomité schrijft: ‘We hebben de beste niet kunnen engageren en moeten het dus met een middelmatige stellen’.
Die middelmatige heette Johann Sebastian Bach.
Hetzelfde gebeurde nauwelijks een eeuw later toen aan het hof van Napoleon de componist Méhul beter werd gevonden dan Mozart. Zonder afbreuk te doen aan hun verdiensten, niet aan Méhul die vrijwel volledig in de vergetelheid is geraakt, noch aan Telemann waarvan zijn lange carrière de magistrale overschakeling aantoont van barok naar classisime, tonen beide muzikale voorbeelden aan dat de dingen vanop een afstand bekijken soms nuttig kan zijn om de kwaliteit van een werk te beoordelen.

Bach in time

Dit is wat men posterioriteit noemt. Vaak is dat heel onrechtvaardig. Zo moesten eerst Beethoven, Brahms en vooral Mahler de revue passeren vooraleer Johann Sebastian Bach opnieuw in ere werd hersteld … na meer dan een eeuw duisternis.
We kunnen discussiëren of wijnen, zelfs deze die als heel groot worden bestempeld, wel echte kunstwerken zijn, in de artistieke zin dan, op dezelfde manier zoals we dat met muziek doen. Hoe dan ook kunnen we het over hun levensduur hebben.
Terwijl een partituur van Bach vandaag de dag nog steeds kan gespeeld worden (zelfs aangepast door Deep Purple, Procol Harum of Maurane), terwijl een schilderij van Rembrandt nog steeds kan bekeken worden, zijn wijnen van die tijd niet alleen onvindbaar, maar gesteld dat we ze zouden vinden, zouden ze lang niet meer de kwaliteiten bezitten van in hun jeugd.
Daarentegen kunnen we ons afvragen dat wanneer we ons naar de tijd van de muziek van Bach of de schilderkunst van Rembrandt begeven, en beide goed vinden, of dat met de wijnen uit die tijd hetzelfde zou zijn.
Volgens diverse overleveringen uit die tijd waren de meeste rode wijnen niets meer dan donkere roséwijnen. Er moet gewacht worden tot 1650, met name tot Haut Brion, dat langere maceraties en vergistingstijden met regelmaat voor rode bewaarwijnen zorgden. Daarnaast wordt er verondersteld dat deze wijnen een laag alcoholpercentage bezaten – zoals de witte wijnen, waarvan de beste bewaarwijnen een hoge zuurtegraad hadden (zoals de wijnen van Galicië die voor het eerst naar Amerika werden verscheept), of opzettelijk geoxideerd (zoals madera) of gemuteerd met alcohol.
Omdat men nog niet vertrouwd was met studies rond de optimale rijpheid van de druiven, omzeilde men dat probleem met wijngaarden die werden aangeplant met verschillende druivenrassen door elkaar en allemaal tegelijk geoogst werden. Zo compenseerde men de overrijpheid van het ene druivenras met druiven die eigenlijk nog niet voldoende rijp waren en bekwam men min of meer een evenwicht. Maar de kans is groot dat de wijnen van toen niet helemaal (of totaal niet) aan onze smaak van vandaag voldoen.

Van Falernum over Yquem tot Tokaji

Yquem

‘ Yquem zal altijd Yquem zijn ’

Opvallend is de reputatie die sommige wijnen genieten doorheen de tijd.
Zo werd Falernum in de Romeinse geschiedenis eeuwenlang als de allergrootste wijn gezien.
Zo was Malvasia tijdens de middeleeuwen en ook daarna een ronkende naam, eerst door de Venetianen die de wijn vanuit Griekenland importeerden, wat eeuwenlang doorging tot wanneer we ook Malvasia in Sicilië, Zwitserland, Madeira of de streek rond Nantes tegenkwamen.
Zo ook bezat de Cypriotische wijn Commandaria, alias de beroemde overwinnaar van de ‘Bataille des Vins’ onder Filips II van Frankrijk, tot aan de 19e eeuw tal van aanhangers.
Hetzelfde met, ondanks jaren dat er geen wijn geproduceerd werd (met name in de jaren 60) bleef (en blijft) het merendeel zeggen: ‘Yquem zal altijd Yquem zijn’.
Ook de roem van Haut Brion of Romanée Conti bleef (en blijft) overeind, ondanks oorlogen, revoluties, trends, veranderingen van eigenaars, etc.
Vergeten we ook niet dat onder Lodewijk XV de regio van Médoc in ongeveer 30 jaar tijd van een moeras overging naar een wijnstreek met internationale faam. In 1750 had de hertog van Richelieu, die destijds gouverneur was van Guyenne (nu Aquitaine), het over die ‘goede kleine wijnen’. In 1785, toen er een echte hype rond de New French Claret heerste, besloot de toekomstige president Jefferson deze wijnen naar de Verenigde Staten te importeren.
Buiten Frankrijk bleven (en blijven) beroemde wijnstreken zoals Tokaj, Constantia of Cotnari hun aura behouden, terwijl de intrinsieke kwaliteit van de wijnen niet altijd even goed was – in het geval van Tokaj hebben de geoxideerde wijnen van de jaren 50 tot 80 niets te maken met de originele wijnen. En wat de wijn van Constantia betreft, daar was het oorspronkelijke domein zelfs helemaal verdwenen.
In tussentijd kwamen er andere namen opzetten – door de wijnwetenchap die daarmee gepaard ging en de marketing errond, werden wijndomeinen ook veel sneller beroemd.

Oude adel en parvenu’s

De hele bekende Crus zijn een beetje de adel van de wijn. Maar voor de puristen is er de adel van het Ancien Régime en de Empire-adel. In wijn betekent dat de Classés en de andere Crus.
Het is lang niet zeker of de eerste categorie nog steeds even respectabel is, maar het verschil is wel heel duidelijk bij investeerders en de drinkers van dit soort wijnen – wijndrinkers of etikettendrinkers.
Mas La Plana mocht dan Latour en andere Grands Crus Classés tijdens de Olympiades du Vin de Paris in 1970 van de troon stootten, voor velen zal deze Catalaanse parvenu nooit het niveau behalen van een voorname edelman uit Bordeaux. Wat overigens ook in de prijs merkbaar is.
Maar vinden we de wijnen die we vandaag goed vinden ook in de toekomst nog goed ? En vinden we ze goed om dezelfde redenen?
Trends en modeverschijnselen wisselen constant. Eeuwenlang hielden we van slanke (lees: magere) en ietwat groene wijnen, vervolgens van krachtige en zeer rijpe wijnen. Eeuwenlang was hout slechts een recipiënt, waarna het vervolgens overduidelijk deel uitmaakte van de vinificatie. Maar kijk, opnieuw zijn amforen helemaal in. Sommigen hebben tegenwoordig voor hout geen goed woord meer over; hetzelfde met hoge alcoholvolumes, enkel het fruit telt. Natuurlijk, zoals dat met alle hypes het geval is, zijn er trendsetters en volgers.

Bewaarkracht

Er moet ook rekening gehouden worden met de manier waarop we wijn drinken.
Omwille van de smaak of uit noodzaak (te weinig opslagruimte) drinkt de consument zijn wijnen almaar jonger. Zelfs de Grands Crus worden zodanig gemaakt dat ze sneller drinkbaar zijn. Komt daarbij dat het bewaren van wijnen, in kelders van de domeinen of bij de consument thuis, niet altijd optimaal verloopt. Nog nooit werd er zoveel gepraat over kurkproblemen en vroegtijdige oxidatie (vooral in Bourgogne). Zo kunnen we ons ook afvragen of de bewaarkracht van een wijn in de toekomst nog steeds het kenmerk is van een grote wijn. Om al deze redenen is het niet zeker of grote wijnen van 1855 of 2015 in de toekomst nog steeds diezelfde grote wijnen zullen zijn.

Hervé Lalau

Voor meer “Kunst en Wijn”, klik hier

 

Geef een reactie