Baudelaire, wijn en sociale kritiek

27/04/2015 - Van de antieke gedichten tot deze van Colette, via Omar Khayyâm of Rabelais, hebben veel schrijvers hun pen in de wijn gedrenkt; ook Charles Baudelaire. Hij vertoefde in Bordeaux en verbleef ook een tijdje in België. Wijn staat centraal in zijn ‘Bloemen van het kwaad’. Het telt zelfs vijf teksten over de wijn. “Zonder bit, zonder sporen, zonder toom; laat ons galopperen op de wijn, waar toverachtige hemels zijn!” (De wijn van de Geliefden).

Baudelaire, wijn en sociale kritiek

Van de antieke gedichten tot deze van Colette, via Omar Khayyâm of Rabelais, hebben veel schrijvers hun pen in de wijn gedrenkt; ook Charles Baudelaire. Hij vertoefde in Bordeaux en verbleef ook een tijdje in België. Wijn staat centraal in zijn ‘Bloemen van het kwaad’. Het telt zelfs vijf teksten over de wijn. “Zonder bit, zonder sporen, zonder toom; laat ons galopperen op de wijn, waar toverachtige hemels zijn!” (De wijn van de Geliefden).

Onbesuisde jeugd

Baudelaire werd geboren te Parijs in 1821. Zijn moeder is dan 27, zijn vader 60. Deze laatste was een uitgetreden priester, vervolgens keizerlijk functionaris. Charles is 7 wanneer zijn vader sterft. Zijn moeder hertrouwt met Jacques Aupick, een streng militair die het tot ambassadeur in Madrid brengt. Charles mag hem niet.

Zijn schooltijd is ongeregeld. De leraars volgen elkaar op. Ze zeggen wel dat hij briljant is, maar tevens lui, vrijpostig, provocerend, zelfs gluiperig en leugenachtig. Hij wordt trouwens van het lyceum weggestuurd net voor het behalen van zijn baccalaureaat. Dat behaalt hij aan een andere school. Hij schrijft zich in voor studies rechten aan de Ecole Normale, maar toch verkiest hij de literatuur. Na zijn ontmoeting met schrijvers, waaronder Honoré de Balzac, richt hij een club voor literatuur, poëzie en muziek op, de ‘Ecole Normande’.

Een eenzame en transatlantische reis

In 1841 is Charles net 20 jaar oud. Zijn poëzieclubje is niet erg geliefd bij zijn familie. In het bijzonder zijn stiefvader is woedend. Die schrijft de halfbroer van Charles het volgende: “Charles moet hoogdringend uit het Parijse kluwen gehaald worden. Men zegt dat een lange zeereis hem deugd zal doen en hem van zijn verwerpelijke relaties zal bevreemden. Met alles wat hij zal moeten bestuderen, zal hij het werkelijke leven wellicht beter kunnen inschatten en misschien als volleerd poëet terugkomen. Een dichter met eigen inspiratie en betere bronnen dan deze die de Parijse riolen bevuilen.”

Zijn familie stuurt hem vanuit Bordeaux naar India. Met veel averij, maakt het schip verplicht halte op Mauritius. Charles Baudelaire beslist er zijn reis niet verder te zetten. Hij gaat vandaar naar La Réunion. In 1842 reist hij terug naar Frankrijk. Bij zijn aankomst in Bordeaux zegt hij: “Ik denk niet dat ik veel wijsheid in mijn bagage heb!”

quote-le-vin-sait-revetir-le-plus-sordide-bouge-d-un-luxe-miraculeux-charles-baudelaire-206233

Artificiële paradijzen

Bij zijn terugkeer in Parijs krijgt hij de erfenis van zijn vader. Hij start dan een leven van rijke bohémien. Hij ontdekt er opium en hasjiesj. Hij verhuist naar het Île Saint Louis en ontmoet er zijn buren: de schilder Fernand de Boisdernier en ook Théophile Gautier. Het gebouw wordt de zetel van zijn ‘hasjiesjclubje’. Charles Baudelaire, niettegenstaande de erfenis van zijn vader, begint schulden op te stapelen. Zijn familie beslist hem onder voogdij te zetten en stort hem een maandelijkse bijdrage. Hij is dan 24 jaar. De maandelijkse bijdrage is onvoldoende en hij beslist om kunstcriticus te worden. Zijn eerste publicaties worden afgewisseld met zelfmoordpogingen. Wel ontdekt hij Edgar Alan Poe en hij maakt een eerste vertaling van diens verhalen.

Wijn, drugs en poëzie

In 1849 schrijft hij ‘Le vin des Assassins’, dat later in de bundel ‘De bloemen van het kwaad’ opgenomen wordt. In 1850 het ‘L’Ame du vin’ (oorspronkelijke titel ‘Le Vin des Honnêtes gens’) en in 1851 laat hij ‘Wijn en Hasjiesj’ in de ‘Messager de l’Assemblée’ verschijnen.
Tegelijkertijd vertaalt hij de verhalen van Poe en toch blijft hij schulden opstapelen. In 1857 publiceert hij onder de titel ‘Les Fleurs du Mal’ (Bloemen van het Kwaad) zijn verzamelde gedichten. Hij wordt veroordeeld voor inbreuk op de goede zeden. Hij krijgt een geldboete en moet 6 gedichten verwijderen.

Zijn weg naar de hel

Hij blijft Edgar Poe verder vertalen en publiceert ook meerdere stukken. Toch lopen zijn schulden op. Om die te ontlopen, beslist zijn uitgever het tweede deel van ‘Bloemen van het Kwaad’ uit te geven. Maar zijn uitgever wordt vervolgd en gaat in faling.
Baudelaire vlucht weg uit Parijs en settelt zich in Brussel, in het Hotel de Grand Miroir. Hij voelt er zich niet op zijn plaats. Hij schrijft een pamflet ‘Arm België’ en ook enkele gedichten onder de hoofding ‘Spleen de Paris’. We citeren de schrijver: “Waarom ik in Brussel, dat ik nochtans haat, wil blijven? Eerst, omdat ik er ben!”. Hij tracht zijn brood te verdienen als conferencier over schilderkunst en schrijvers. Zonder succes. In 1866 bij een bezoek aan Namen, krijgt hij een beroerte. Zijn moeder laat hem naar Parijs overbrengen. Hij sterft er de 31ste augustus 1867. Hij is dan 46 jaar.

“Hij is van een natuurlijke soberheid!”

tableau-bois-citation-celebrite-cuisine-restaurant-charles-baudelaire-vin-genie-wenge

Noteren we terloops dat wijn voor Baudelaire een literair thema is en geen levensnoodzakelijkheid. Zijn vriend Le Vavasseur schrijft daaromtrent: “Hij is van nature sober. We hebben dikwijls samen gedronken. Ik heb hem nooit dronken gezien, en hij mij ook niet”. Ook de fotograaf Nadar, van 1843 tot aan zijn dood een intieme vriend, schreef: “Nooit, in al die tijd dat we elkaar kenden, zag ik hem meer dan een halve fles pure wijn ledigen”.
Wijn was voor Baudelaire voor een groot deel een vlucht uit de realiteit. Hierover professor Balmont, exegeet van Baudelaire: “Wijn is voor arme mensen, of ze nu eerlijk zijn zoals in ‘l’Ame du Vin’, voddenrapers, marginalen van de nacht of moordenaars. Het is de enige uitweg om volop te kunnen leven en tegelijk te vluchten voor de miserie. Baudelaire ontplooit daar het favoriete thema van de socialisten, waarmee hij in zijn jeugd omging (terwijl zijn teksten meestal gedichten zijn gelinkt aan zijn jeugd). Via het thema wijn levert Baudelaire sociale kritiek”. Nochtans veroordeelt Baudelaire nooit de wijn. Getuige deze twee citaten: “Laaf je aanhoudend en naar believen aan wijn, aan poëzie, aan deugdzaamheid”. En ook “Wijn maakt velen goed en sociaalvoelend”.
Michel Balmont: “Maar de wijn waarover hij het heeft is abstract. Nooit heeft de dichter het over de kleur, de geur (terwijl parfum een thema van Baudelaire bij uitstek is) of de smaak. Ook niet over warmte. Bij Baudelaire is wijn een idee, een gedachte veeleer dan een reële drank”.

Beoordelen we zijn werk, “In Poemo Veritas”

Uittreksels uit: “Over de Wijn en de Hasjiesj vergeleken als middelen om de individualiteit te vermenigvuldigen” (1851)

9791023205442

Hoofdstuk I
“Een zeer beroemd man, maar tegelijk een grote dwaas – wat naar het schijnt heel goed samengaat – zoals ik ongetwijfeld meer dan eens het smartelijke genoegen zal hebben aan te tonen, heeft in zijn boek over de dis, samengesteld met het oog op zowel de gezondheid als het plezier, het volgende durven schrijven onder het lemma WIJN: ‘de aartsvader Noach gaat door voor de ontdekker van de wijn, het is een alcoholische drank die gemaakt wordt van de vrucht van de wijnstok.’ En verder? Verder niets, dat is alles! U kan het boek doorbladeren, in alle richtingen draaien en keren, van achter naar voor lezen, ondersteboven, van rechts naar links en van links naar rechts, u zal niets anders over de wijn vinden in ‘La Physiologie du Goût’, van de zeer bekende en zeer geëerbiedigde Brillat-Savarin, (…)
Ach, beste vrienden, lees Brillat-Savarin niet! God bewaart hen die hij liefheeft, voor nutteloze leesstof; dit is een eerste spreuk in het boekje van Lavater. Hij was een wijsgeer die de mensen meer heeft liefgehad dan alle magistraten van de oude en moderne wereld (Brillat-Savarin was magistraat). Men heeft geen enkel gebak gedoopt met de naam van Lavater; maar de herinnering aan deze engelachtige man zal langer onder de onder christenen leven wanneer de brave burgers Brillat-Savarin al lang zullen vergeten zijn, een stukje smaakloze brioche waarvan de minste tekortkoming aanleiding geeft tot onnozele waanwijze spreuken eruit te flappen, ontleend aan zijn vermaarde meesterwerk.
Als de nieuwe uitgave van dit valse meesterwerk het gezonde verstand van de moderne mensheid tegemoet durft te komen, sobere drinkers, vrolijke drinkers, zult gij allen die in de wijn de herinnering of de vergetelheid zoeken en die, deze nooit volledig genoeg vindend naar uw smaak, de hemel nog slechts door de ziel van de fles beschouwen, vergeten en miskende drinkers, zult gij dan het goede voor het verkeerde, de weldaad voor de onverschilligheid ruilen?”

Hoofdstuk III

“Wanneer een echte arts wijsgeer zal zijn, wat men nauwelijks ziet, zal hij een machtige studie over de wijn kunnen maken, een soort dubbele psychologie waarin de mens de twee uiteinden vormt. Hij zal uiteenzetten hoe en waardoor zekere dranken het vermogen bezitten de persoonlijkheid van de denkende mens buitenmatig te doen toenemen en bij wijze van spreken een derde persoon te creëren, een mystieke werking, waar mens en wijn – dierlijke godheid en vegetale godheid – de rol van de Vader en de Zoon overnemen en de Heilige Geest voortbrengen: een hoger wezen dat tevens de twee andere voorafgaat.”

En om te eindigen een passage uit ‘Bloemen van het Kwaad’

DE WIJNZIEL

Charles Baudelaire-110020

Op een avond zong de wijnziel in de flessen:
‘O mens, onterfde vriend, aan jou heb ik gericht,
Vanuit mijn glazen cel met zegel rood als bessen,
Een lied dat vervuld is met broederschap en licht.
Ik ken de prijs, op heuvels in lichterlaaie,
Aan moeite, zweet en ziedende zonnegloed,
Om naar mijn eigen leven en ziel te graaien;
Ik zal geen ondank tonen of een kwaad gemoed,
Want in de keel van de doodvermoeide werker,
Voel ik wanneer ik neerstroom een mateloze vreugd
En veel meer dan mijn kille ondergrondse kerker,
Doet als een teder graf zijn warme borst mij deugd.
Hoor jij op zondagen geen gezangen klinken
En murmelt mijn verlangend hart niet het refrein?
Met ontblote armen op tafel zul jij drinken
En je zult mijn lof zingen en verzadigd zijn.
De ogen van je vrouw zal ik verrukking geven;
Je zoon zal ik weer zijn kracht schenken en zijn blos
En ik maak van die frêle strijder in het leven,
Met mijn balsem de spieren van de worstelaar los.
Als vruchtenambrozijn ga ik in jou verloren,
Door de Oerzaaier gesmeten als kostbaar graan,
Opdat poëzie uit onze liefde wordt geboren,
Die als een zeldzame bloem voor God zal opengaan!’

Fabian Barnes (samen met Hervé Lalau)

Voor meer “Kunst en Wijn”, klik hier

wine-passport-beaudelaire-oenoutourisme

 

 

Geef een reactie