Beaujolais : een vonkenregen tussen twee vuren

10/12/2020 - De Beaujolais ligt ingesloten tussen de Bourgogne en de Rhône en dankt zijn naam aan het huis van Beaujeu. Vandaag heeft het echter heel wat moeilijkheden om zijn authenticiteit naar waarde te laten schatten. De Beaujolais, dat zijn de speerpunten, de primeurwijnen en de (semi) koolzuurweking. In realiteit messen die aan twee kanten snijden…

Bourgogne kan reeds dertig jaar terugblikken op een internationale reputatie terwijl Beaujolais daarentegen als synoniem geldt voor fruitige parfums van de gamay en wijnen voortbrengt die in de ogen van vele wijnliefhebbers direct moeten gedronken worden. Een winstgevend zaakje alvast voor de vele kroegen. De andere kant van de medaille is echter – zowel in Mâcon of op een andere plaats – dat de regio te kampen heeft met het imago van “ kleine sympathieke wijntjes ”. En dat is op z’n minst oneerbiedwaardig voor het potentieel van de beste terroirs en de beste jaargangen.

Eén druivenras, één geschiedenis

De gamay werd in 1395 door Filips de Stoute uit Bourgogne verbannen. Op die manier vindt zij haar nieuwe thuishaven in de Beaujolais. Het druivenras wordt voor het eerst gesignaleerd rond 1360 in het dorpje Gamay, actueel een gehucht van Saint-Aubin, en is waarschijnlijk het resultaat van een mutatie van de “ noirien ”, de pinot noir. Haar verwijdering werd in die tijd verrechtvaardigd door haar overdadige aanwezigheid en haar gebrek aan elegantie in vergelijking met de aristocratische pinot noir. De wil van de Groot-Hertog was niet voldoende om dit niet-adellijke druivenras te neutraliseren en ook Filips de Goede moest zijn raid staken omdat dit “ druivenras in zijn jeugd de buitenlanders weet te flatteren ”, zoals Hugh Johnson signaleert in zijn “ Une histoire mondiale du vin ”. Tal van deze argumenten bevatten ook vandaag nog heel wat waarde. In de XVIIe eeuw breidde de wijngaard van de Bas-Beaujolais  zover uit dat hij Lyon bereikte, terwijl in de XVIIIe eeuw de eer weggelegd was voor de Haut-Beaujolais (de zone van de crus) om Parijs te bevoorraden.

De “gamay noir à jus blanc” vind je ook in de Bourgogne ; meer bepaald in de appellaties Passe-Tout-Grains (maximum 2/3) of Mâcon. Je vindt haar ook in regio’s als Touraine en de Centre tot zelfs in Zwitserland (de Dôle). Buiten de Europese grenzen maakt zij opgang in de Verenigde Staten, in Oregon en het Noord-Oosten, tot zelfs in de Australische Staat Victoria. Maar het is vooral op drie uur rijden met de TGV van Brussel dat zij zich op haar best voelt, meer bepaald in de heuvels van de Beaujolais. Rest nog de minuscule productie (1 tot 2%) witte Beaujolais die gemaakt wordt van ‘buur’ chardonnay, die soeverein heerst in de appellaties van de Mâconnais. Dit Bourgondisch ras wordt eveneens getolereerd in de gamay aanplant indien het aandeel niet meer dan 15% bedraagt (cfr. de Rhônevallei met de viognier en de marsanne).

Een kostbaar natuurlijk bezit

Op de 35.000 hectare gamay die overal ter wereld aangeplant zijn, neemt de Beaujolais er 22.500 voor z’n rekening. Tussen Mâcon en Lyon, begrensd in het oosten door de Saône en in het westen door de Monts du Beaujolais, kan men de wijngaard opdelen in drie zones : de zone van de crus in het noorden (6.500 ha), de zone van de Beaujolais in het zuiden (10.000 ha) en deze van de Beaujolais Villages (6.000 ha) in het centrum en ten westen van de crus.

De ondergrond bestaat uit een sokkel daterend uit het hercynisch tijdperk van het Centraal Massief. De bodems zijn opgebouwd uit kristallijne rotsen en metamorfosen uit het Primair, leem- en kalkafzettingen uit het Secundair, of alluviale afzettingen en keien daterend uit het Tertiair en Quaternair tijdperk. Het zuidelijke gedeelte, t.o.v. Villefranche, wordt gekenmerkt door een mozaïek van wijngaarden, gelegen op een tapijt van kalk en klei en omgeven door een landschap van wouden en bossen. In het noorden wordt op geregelde tijdstippen heraangeplant ten gevolge van de phylloxéra-crisis die dateert uit 1874. Ook hier bevat de bodem heel wat kristallen, graniet en leisteen. Langs de hellingen zijn ze weinig diep en bevatten weinig zuren (m.a.w. ze bestaan uit granietzand afkomstig van de ontbinding van de rotsen). In de lager gelegen gedeeltes bevatten ze dan weer heel wat leem en keien. De aanwezigheid van kristallijne leisteen bevordert het vrijkomen van diverse minerale elementen (ijzer en magnesium). De wijngaard geniet in het algemeen van een zuidoostelijke expositie en neemt een zone in beslag die op een hoogte gelegen is tussen de 200 en 500 meter.

De hand van de mens

De snoei verloopt meestal volgens de “ gobelet ”-methode : de stok telt drie tot vijf uitlopers met een maximum van tien ogen. De jongste planten worden ondersteund zodat ze het gewicht van de bessen kunnen dragen, de wind kunnen weerstaan en de bladoppervlakte groter wordt. De verticale versie van de gobelet zorgt voor een opbinding van de stokken. In de zuidelijke zone komt eerder de guyot- en de cordon-methode voor. De densiteit van de aanplant schommelt tussen de 7.000 en 9.000 stokken per hectare voor de Beaujolais en tussen de 8.000 en 13.000 voor de Beaujolais Villages en de crus (gemiddelde van 10.000). De maximumrendementen werden vastgelegd op 58 hl/ha voor de crus, 60 hl/ha voor de Beaujolais Villages en 66 hl/ha voor de Beaujolais. Voor de laatste twee mag daar 35 tot maximum 45 hl bijgeteld worden voor de primeurwijnen. Het maximumrendement voor de witte Beaujolais bedraagt 70 hl/ha bij een minimum van 7.000 stokken per ha. Ook hier wordt de dubbele guyot-methode toegepast.

Sommige regio’s zoals Fleurie en Chiroubles hebben te kampen met serieuze erosieproblemen, reden te meer dat de mens kanaaltjes gegraven heeft om het regenwater te leiden. De onderstammen komen overeen met de nummers SO4, 3309, 101.14 en de “ Vialla ”, die zeer frequent voorkomt op granieten ondergrond. Vermelden we nog dat tal van wijnbouwers ook gebruik maken van 4 kwalitatieve klonen.

De vinificatie in Beaujolais of semi-koolzuurweking

“ Semi ”, want koolzuurweking betekent volgens de letter van de wet dat de gisting verloopt in een hermetisch afgesloten recipiënt, volgestouwd met CO2 en dat de druif enkel in aanraking komt met een anaërobe gisting. Maar dat kan alleen in een laboratorium. In de realiteit zijn er heel wat nuances te bespeuren. De wijnbouwers, handelaars en coöperaties worden voorzien van intacte druiven die volledig manueel geoogst werden. De druiven worden vervolgens in cementen of roestvrij stalen tanks ondergebracht en afgedekt met een rooster. Zo’n vergaarbak krijgt al snel het uitzicht van een flatgebouw met drie verdiepingen : het gelijkvloers waar het sap van de gekneusde druiven wordt blootgesteld aan de gistingsactiviteit ; een eerste verdieping waar intacte druiven in het sap ronddobberen en hun substanties uit hun schillen vrijgeven en osmotische transformaties ondergaan (bessen die opzwellen met alcohol, parfums en polyfenolen) ; en een tweede verdieping die bestaat uit een ‘chapeau‘ (hoed), ondersteund door natuurlijk CO2 en geblokkeerd door het rooster, en waar in hoofdzaak enzymatische processen plaatsvinden.

Na een zekere wekingsperiode, afhankelijk van het type wijn dat men wil bekomen (kort voor de primeurs, lang voor de crus), laat men het sap aflopen en wordt het door persing geassembleerd. Ter plaatse noemt men dit het ‘paradis’ omdat het de essentiële materie van de uiteindelijke wijn bevat. Enkele maanden later is de gisting voltooid en loopt het lageringsproces op z’n einde. Algemeen gesproken wordt de wijn gekenmerkt door zijn soepelheid in de mond (minder melkzuur, hogere PH) en specifieke fruitaroma’s, de cuberdon, tot zelfs exotische impressies zoals banaan :  iets wat tot voor enkele jaren erg in trek was bij de primeurwijnen, maar eigenlijk afkomstig was van de geselecteerde gisten. Ik zeg dit in de voorwaardelijke wijze omdat ik reeds 5 tot 6 jaar geen primeurwijnen meer gedronken heb en dus bijgevolg niet goed weet hoe dit product zich de laatste jaren ontwikkeld heeft. De terugkeer van de Beaujolais in IVV, na verschillende jaren afwezigheid, verplicht mij om dit type wijnen dringend eens te herproeven.

Het leven in de cuverie

Het doel van mijn verblijf in de Beaujolais was nader kennis maken met de zone van de crus, weliswaar met een klein omweggetje via Charnay in het zuiden. Elk van de twaalf bezochte wijnbouwers, allen apostelen van de gamay, verklapten me heel wat geheimen op het gebied van de vinificatie. De duurtijd van het inkuipen voor de persing bedraagt nauwelijks 3 tot 4 dagen voor de primeurwijnen, maar wordt voor de crus verlengd van 8 tot 12 dagen. Tijdens die periode worden temperatuurscontroles uitgevoerd ; vanaf het tijdstip van de premaceratie bij een temperatuur onder de 20°C tot pieken van 38-40°C. Het doel ? Zoveel mogelijk kleur en materie extraheren. Rondpompen, pigeages, délestages (sap laten afvloeien en het er onder druk weer toevoegen), saignées (ook van toepassing tijdens de persing) en … chaptalisatie zijn technieken die gebruikt worden tijdens de eerste stap van de vinificatie van de Beauljolaiswijnen. Bij het afvloeien worden sommige mosten afgekoeld om de aroma’s te bewaren en het vet te benadrukken. Dit natuurlijk afvloeisel, of het fameuze ‘paradis’, is goed voor ongeveer één derde van de wijn. Er zijn nog enkele dagen nodig om de suikers volledig om te zetten en het langzame verloop van het proces komt de aromatische complexiteit ten goede. Nadien vindt de malolactische gisting plaats, wat volgens de meeste wijnbouwers niets meer is dan een formaliteit in de Beaujolais. Het lageren geschiedt op roestvrij stalen tanks, foedervaten en bij een klein aantal domeinen – althans voor hun topwijn – op eikenhouten vaten (zelfs nieuw). Het bottelen gebeurt heel snel – tussen maart en juli – want het objectief blijft in de eerste plaats fruit (ze worden officieel toegestaan vanaf 15 december !).

 

De gespreksonderwerpen

Wijnbouwers die de ‘beredeneerde wijnbouw’ prediken hebben zich verenigd in de nationale associatie Terra vitis en tellen vandaag zo’n 70 leden. Voeg daarbij nog de wijnbouwers die deel uitmaken van de Kamer van Koophandel en enkele onafhankelijken en je komt aan een totaal van zo’n 300-tal boeren. Niet zo erg veel als je weet dat de Beaujolais maar liefst 3.600 exploitaties groepeert.

Onkruidverdelging is eveneens één van de middelen om erosie tegen te gaan.

Op vinificatiegebied tellen we heel wat nieuwe technieken. Modetrends vandaag zijn o.m. microbullage en thermovinificatie. Dit laatste wordt vooral door grootschalige bedrijven toegepast en bestaat hierin dat de oogst opgewarmd wordt om zoveel mogelijk kleur te krijgen en de constitutie en het fruit (cassis) te bevorderen. De temperatuur wordt opgetrokken tot 60 à 70° en de oogst weekt gedurende 12 uur. Bij het verlaten van de cuve wordt de temperatuur die nog meer dan 50° bedraagt, afgekoeld tot 24°. De gisting verloopt op klassieke wijze maar neemt slechts 4,5 dagen in beslag. Feit is dat proefondervindelijk aangetoond is dat de kunstmatige verbetering van de basismaterie omgekeerd evenredig is met het bewaarpotentieel ! Blijft er nog het terroiraspect… dreigt dit niet verloren te gaan in de hitte ?

Een ander, nog meer controversieel onderwerp, is dat van de mechanisatie in het algemeen en het gebruik van de oogstmachine in het bijzonder, waardoor men verplicht is de gangen tussen de wijnstokken breder te maken. Voorstanders zijn de wijnbouwers uit het zuiden – maar zij zijn blijkbaar niet de enigen – die op die manier hun kosten hopen te drukken in een regio waar de gemiddelde verkoopprijs van een fles wijn geen hoge toppen scheert.

Feit is dat die fameuze oogstmachine een hele discussie in december 2001 op gang bracht in Villefranche op de zetel van het INAO. Functionarissen die voor het verbod ijverden en de mensen op het terrein die hun vetorecht wensten te gebruiken. Ik heb de indruk dat de crisis waarmee de Beaujolais vandaag te kampen heeft in de nabije toekomst snel kan opgelost zijn; op voorwaarde dat de oogstmachine in staat is om volledig intacte bessen met de steeltjes eraan binnen te halen. De technologie gaat er immers steeds sneller op vooruit. Vandaag kan de machine reeds ingezet worden op hellingen en ook het kwetsen van de druiven wordt tot een absoluut minimum beperkt. Wat er ook van zei, feit is dat deze evolutie, zelfs als ze echt vorm krijgt, de verdedigers van het oogsten met de hand niet klein zal krijgen. Ook dan nog zullen zij heel zachtjes met de hand de bessen van de stok verwijderen.

Rest er nog het laatste onderwerp: ontristen. Ook een techniek die kwetsbaar is voor het fruit alhoewel de meest recente ontristingsmachines in staat zijn de druif bijna volledig intact te laten. Indien de officiële tekst preciseert dat de druiven “in hun geheel” moeten binnengehaald worden op het domein, dan nog kan de wijnbouwer in de fout gaan. Ontristing maakt dus deel uit van de absoluut geoorloofde gebruiken. De meerderheid van de cuves ondergaat de koolzuurweking maar het is de duurtijd van het inkuipen dat de effecten verzwakt. Reden te meer dat dit eerder voordelig is voor de primeurwijnen in plaats van de crus met bewaarpotentieel. Tot drie keer toe heb ik twee identieke cuves uit 2001 met elkaar kunnen vergelijken. Het waren cuves die aan het lageren waren, de ene gemaakt van volledige bessen, de andere van een ontriste oogst. Systematisch ging mijn voorkeur naar de eerste cuve. De tweede leek mij een stuk matter, miste levendigheid. Of zoals een producent mij toevertrouwde: “ontristen betekent dat de wijn moet gelagerd worden op vaten zodat de kleur zich kan vormen, het fruit zich kan ontwikkelen en de wijn aan persoonlijkheid wint”. Tussen de meest traditionele vinificatie en de gebruiken van het Château des Jacques in Moulin-à-Vent (ontristen en heel veel nieuw hout), zijn er ongetwijfeld heel wat tussenwegen om de jaargang en het terroir van de wijn op z’n best te benadrukken. De ketterij van vandaag wordt soms verward met de rechtzinnigheid uit vervlogen tijden. Feit is dat de ziel van de wijn steeds zal bereikt worden door het hart en niet zozeer door toedoen van de technolgie.

Kort overzicht van de crus

De “ zachte ” wijnen

Chiroubles : de hoogst gelegen (250-450 meter) ; de hellingen zijn steil en de groeicyclus, net zoals de oogst, vindt vrij laat plaats. Opgelet voor “ late ” rijping.

Fleurie : de meest fijne indien de wijnen afkomstig zijn van de hellingen nabij de kapel van Madone ; lager gelegen zijn de gronden zwaarder ; gevarieerde exposities ; 13 climats : bv. La Roilette.

Saint-Amour : de meest noordelijke, eerder charmerend en vlotter wegdrinkend ; kan ook steviger zijn al naargelang zijn structuur.

De “ stevige ” wijnen

Brouilly : de meest zuidelijke en meest uitgestrekte (1.300 ha en verschillende terroirs ) ; verdeeld over 6 gemeentes waarvan geen enkele de benaming A.O.C. draagt ; de gamay zorgt hier voor rondere wijnen.

Juliénas : de meest klassieke ; de diversiteit van de bodems is kenmerkend voor de 4 gemeentes van de appellatie. Het zijn vrij stevige, gespierde wijnen die toch uitermate hun frisheid weten te bewaren.

Régnié : de jongste (cru sinds 1988) ; geeft de indruk nog ietwat op zoek naar zichzelf te zijn ; de mooiste wijnen zijn iets minder spectaculair dan op andere plaatsen ; de Hospices van Beaujeu bezitten 56 ha (veilingverkoop tweede zondag van december).

De “ vurige ” wijnen

Chénas : de kleinste (280 ha), verdeeld over twee gemeentes ; Chénas veroudert zeer mooi ; weet zich van Moulin-à-Vent te onderscheiden door zijn ietwat wilder, omstuimiger karakter.

Côte de Brouilly : de meest elegante ; verdeeld over vier gemeentes en omcirkeld door de appellatie Brouilly, de côte bestaat uit vulkanische rotsen met een blauwe schijn ; de wijnen staan bol van de mineralen.

Morgon : de meest ‘boerse’ (afkomstig van leisteen en afgebrokkelde rotsen) ; wijnen waarvan de aroma’s minder gekenmerkt worden door het primaire fruit ; verdeeld zich over 6 climats ; de wijnen van de Côte de Py verouderen het minst snel.

Moulin-à-Vent : de meest gekende ; de zone strekt zich uit over Chénas en Romanèche ; onder het wakend oog van de molen, een geklasseerd historisch monument ; bezit heel wat bewaarcapaciteiten.

Onze Selectie :

Beaujolais

Domaine Durieu
https://www.facebook.com/stephendurieu/
Domaine de Fa
contact@domainegraillot.com
http://vins-mostade-gobert.be/
Le Grappin
www.legrappin.com
Domaine Saint Cyr
www.beaujolais-saintcyr.com
Les Chasselay
www.domaine-chasselay.com
www.fruitsdelapassion.be  – www.sobelvin.be

Juliénas

Manoir du Carra
www.manoir-du-carra.com
www.dulst.be

Fleurie

Clos de la Roilette
www.clos-de-la-roilette.com
http://vins-mostade-gobert.be/ http://www.vierheemskinderen.nl/

Côtes de Brouilly

Château Thivin
www.chateau-thivin.com
www.art-et-terroirs.be – www.veluvins.be – www.boutelegier.be

Morgon

Domaine Louis-Claude Desvignes
www.louis-claude-desvignes.com
http://vins-mostade-gobert.be
Domaine Mee Godard
www.meegodard.com
www.maisondesvinsfins.be – www.pallaswines.nl
Domaine Jean Foillard
jean.foillard@wanadoo.fr
www.basin-marot.be – www.lepasseurdevin.com – www.vierheemskinderen.nl – http://wijnvriend.nl/  –www.pieksman.nl

Régnié

Château de Pizay
www.vins-chateaupizay.com
www.young-charly.com –  www.vinsleroyprevot.com – http://lamaisonblanche-wijnen.nl/ – www.albertkint.be/index.html
Domaine Antoine Sunier
www.facebook.com/domaineantoinesunier
www.lepasseurdevin.com

Moulin à Vent

Château du Moulin à Vent
www.chateaudumoulinavent.com
www.wijnengoyens.be

Dossiers IVV, klik hier

Geef een reactie