Bouzy, bastion van de pinot noir

Twee syllabi vatten op hun eentje de volledige geschiedenis van de Champagne samen, van de stille rode wijn, de huidige generator van de Coteaux Champenois, tot de goudgele mousserende wijn, geliefd omwille van zijn kracht en vulling.

Op het uiterst zuidelijke puntje van de wijngaard van het Montagne de Reims, en op enkele kabellengtes van de vallei van de Marne, ontplooit Bouzy een lange puzzel van wijngaarden. Het is een blend van 2.200 percelen. Sommigen zijn bijzonder klein, zoals bijvoorbeeld de 8,12 aren van het Domaine Jean Vesselle, dat wel de basis vormt voor een nieuwe topcuvée. Om deze wijngaard te “begrijpen” moet je maar even een kijkje nemen vanaf het uitzicht aan de rand van het bos (let echter niet op de hoop afval!) die de top van de heuvel bedekt. Vanaf dit punt, op een hoogte van 259 meter, lopen de hellingen met een regelmatige hellingsgraad van 15% over in de vlakte en het dorpje, dat gevestigd is op de linkerkant op een hoogte van 115 meter. In het begin van de namiddag zorgt de zon voor een meridionale expositie (noordwest en zuidoost) en wordt daarbij geholpen door de geologische kromming dat het gebied kenmerkt.

En nog maar eens krijt

Op de krijtlaag, gevormd tijdens het Krijttijdperk, hebben zich “rendzines” gevormd (witte stenen bedekt met een bovenlaag krijt) en “bruine kalkrijke gronden” op elementen van krijt van diverse kalibers. In de middelste helft, de beste sector, varieert de dikte van de grond tussen de 30 cm en 1 meter; in het lager gelegen gedeelte dat vooral uit “rendzines” bestaat is de bodem minder dik en wordt ze gekenmerkt door enkele lagen van diepe leem. Nog te signaleren: het slibhoudend colluvium aan de voet van het middelste gedeelte op het einde van de lichte uitholling.
Daarbij komt dan nog de “zwarte aarde” (terre noire), afkomstig sinds eeuwen uit het gebergte (steengroeve) en verspreid liggend over de ganse wijngaard.De extractie liep zo’n 15 jaar geleden op z’n einde. Deze aarde, rijk aan ijzer en bruinkool, is het resultaat van de verkoling van het woud, en tegelijkertijd een middel om te strijden tegen chlorose en een uitstekend grondverbeteringmiddel. Is dit het geheim van de kracht van Bouzy? Volgens Benoît Lahaye, wijnbouwer die aan het overschakelen is naar bioteelt, is dit niet het geval want de organische materie die ze bevat is inert (lost niet op) en de enkele stroken die niet op deze steun kunnen rekenen bevatten dezelfde type gronden als deze die behandeld werden.

Wijngaarden en wijnbouwers

De totale wijngaard telt 380 ha waarvan 100 ha toebehoort aan de handelshuizen (Moët, Veuve Clicquot,…). Deze laatste wordt gekenmerkt door tal van nieuwe aanplanten terwijl de eerste categorie heel wat oude stokken telt die door de wijnbouwers behouden werden. De chardonnay neemt 11% van de aanplant voor z’n rekening, een ongewijzigde situatie sinds 20 jaar (cijfers CIVC). De “witte gronden” (terres blanches), die verspreid liggen over de 4 uithoeken van de wijngaard, trekken zich het best uit de slag. Niettegenstaande de uitgebreide communicatie rond het begrip “beredeneerde wijnbouw” zijn er slechts weinig wijnbouwers die hier oor naar hebben. Denk maar aan het programma van de “sexuele verwarring” dat vorig jaar nog voor 100% toegepast werd en vandaag nog slechts van toepassing is op 1/3 van de wijngaarden. Geen overhaaste beslissingen want het blijkt slechts een klein percentage wijnbouwers te zijn die dit proces geblokkeerd heeft en eigenaar is van 10 tot 15% van alle percelen. Van de 180 oogstdeclaraties noteren we er 60 van wijnbouwers (RM en RC) waarvan er 40 champagne commercialiseren. Verder noteren we nog drie kleine coöperaties: Defynlieu, Le Bouquet en de SCIV.

Ambiance!

Niets te zeggen op de manier waarop je onthaald wordt! Gemoedelijk, sympathiek. Daarentegen is Bouzy de meest “ingedommelde” grand cru van alle grands crus die ik tot vandaag geprospecteerd heb. Weinig stalen die ons ter beschikking gesteld werden, zich vrij denigrerend uitlatend over de productie van de collega’s, een superioriteitsgevoel (geveinsd of echt?) omdat het voor 100% als grand cru geklasseerd staat, en een bijzonder traditionele houding. Bouzy, een saaie heuvel? De commercialisering draait evenwel op volle toeren want de huizen kunnen rekenen op een trouw cliënteel. Waarom zou men dan kopzorgen hebben? Omdat de laatste jaren tal van keldermeesters reeds verschillende keren aan de alarmbel trokken en zich bewust zijn van een identiteitsverlies, een cru die aan karakter verliest. Kiest men voor hogere rendementen of moeten we het eerder zoeken bij het gegeven dat de consument steeds meer zoekt naar een aperitiefchampagne in plaats van een eetchampagne? Vermelden we nog dat, niettegenstaande Bouzy in de spotlights staat, dezelfde blends gebruikt worden als in de aangrenzende crus (Ambonnay, Louvois, Tauxières-Mutry,…) of in de Aube.

Een stukje geschiedenis

“Bouzy” zou afkomstig zijn van een gallo-romeins domein: “Baldiacus” of “Boutiacus”, domein van “Boutios”. Na tal van wijzigingen spreken de archieven voor het eerst in 1228 over de actuele naam en wordt de naam definitief aanvaard in 1774. Het is wachten tot het eind van de 4e eeuw vooraleer de champagnewijngaarden zich ontwikkelen. Dit gebeurt onder invloed van religieuze broedergenootschappen. In het geval van Bouzy is er een belangrijke rol weggelegd voor de Abdij van Tours-sur-Marne op het einde van de 12e eeuw. De namen van de ‘lieux-dits’ bevestigen dit.
Kerkwijn en … wijn van de koning, zo valt te lezen in de archieven opgemaakt op het einde van de 18e eeuw want Bouzy werd in die tijd zelfs gesignaleerd in Versailles. Maar het ging hier om rode wijn die tot 1840 het belangrijkste product was van de gemeente (3/4 van de 105 ha in 1837 volgens Almanach uit het kanton Ay). De grote omschakeling kwam er na 1874 omdat champagne zoveel succes kende. Rond 1880 wordt de regio getroffen door de phylloxera en vernietigt het de ‘dicht aangeplante’ wijngaard (40.000 stokken/ha). Na tal van bestrijdingsmiddelen, zoals o.m. het injecteren van zwavelkoolstof, wordt de wijngaard in rijen heraangeplant. De crisis van 1929 heeft ook heel wat gevolgen voor Bouzy: zo wordt er o.m. een coöperatie opgericht die geboycot wordt door de handelaars. Dit gegeven verstevigt het samenhorigheidsgevoel van de wijnbouwers die beginnen met het graven van kelders. Deze nieuwe schuimwijn zorgt tegelijkertijd voor de heropleving van de rode wijn, die heel wat bijval kent, tot in 1990 een nieuwe economische crisis toeslaat. Die achteruitgang dwingt het ‘Académie du Vin de Bouzy’ (17 leden) er toe om krachtig op te treden (het instellen van een kwaliteitscharter, label…) Vandaag neemt de rode “stille” wijn gemiddeld zo’n 10% van de productie voor z’n rekening.
Bron: Paul Bara, Histoire de Bouzy, Ed. du Paysage, 1998

Een hardnekkige reputatie, maar…

Niettegenstaande de rode Bouzy vandaag de lokale markt verovert tegen hoge prijzen – prijzen vergelijkbaar met die van champagne – zullen heel wat Belgische wijnliefhebbers “van een zekere leeftijd” met nostalgie even terug denken aan vroegere tijden. En hoe staat het met de kwaliteit? Hubert Dauvergne, voorzitter van de lokale sectie, serveert ons een zeer oud exemplaar (zonder jaartal, wellicht een jaargang 47): oranje kleur, zoethout, rokerig, nog goed aanwezige zuren, geen warm gevoel in finale (zeker niet gechaptaliseerd); “voorbij” in 2003, wellicht reeds over zijn hoogtepunt heen.
De beste onder hen, zoals de andere Coteaux Champenois, hijsen zich op het niveau van een algemene Bourgogne, in sommige gevallen het niveau van een appellation Village. Het enige probleem: enkel de allerbesten hebben voldoende materie om de stevige zuurstructuur aan te kunnen, met in de finale een duidelijke toets van krijt. Ze zijn uitzonderlijk. Wil je het betere werk proeven dan moet je bij het Domaine Egly-Ouriet zijn, gesitueerd in de aanpalende cru van Ambonnay. Op uitzonderlijke jaren niet te nagesproken zal een rode Bouzy, jaar in jaar uit, altijd goed of slecht zijn. De Académie poogt vandaag orde op zaken te stellen maar zo heeft bijvoorbeeld de jaargang 98 te lijden onder drogende tannines. Het fruit mag dan nog wel charmerend en fris zijn, de constitutie is meestal licht (net zoals de kleur), levendig, voorzien van een middelmatige lengte en een snelle evolutie (zowel vroegere als actuele ervaringen tonen dit aan). Nochtans zijn de druiven hoofdzakelijk afkomstig van oude stokken van het middelste gedeelte. Ik ben er van overtuigd dat er meer potentieel te halen valt dan hetgeen nu geproduceerd wordt, maar het vinifiëren en lageren van pinot vraagt een doelgerichte aanpak, soms zelfs instinctief (aangepaste rendementen, rijpe bitters, kwaliteit van de vaten, …) en vandaag is dit slechts voor de ‘uitzonderlijke wijnen’ het geval.

– Barnaut – www.champagne-barnaut.com
– Ch. Bannière – champagne.banniere@wanadoo.fr
– B. Lahaye – www.vitiplus.com/champagne-b-lahaye
– J. Vesselle – www.champagnejeanvesselle.com
– Dom. Paul Clouet – https://homobulla.com/champagne-paul-clouet/

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie