Condrieu, viognier op zijn best.

24/08/2020 - Iets ten zuiden van Vienne, “knikt” de Rhône in drie bochten, alsof de rivier een eerbetoon wilt brengen aan de steile terrasjes van Condrieu en aan het zware labeur van de mannen die ze bewerken. Zoals die wijnbouwers is ook de viognier erkentelijk voor het terroir. De druif is hier opnieuw in al zijn waardigheid hersteld en ziet de toekomst zelfzeker en sereen op zich afkomen.

Situering van de herkomstbenaming.

De wijngaard ligt verdeeld in zeven gemeenten, gaande van Condrieu in het noorden tot Limony in het zuiden. Eertijds, rond 1940, was deze zone niet zo uitgebreid en hield bij Saint-Michel-sur-Rhône op. In de jaren vijftig werd de AOC tot Limony uitgebreid. In dit tweede gedeelte overlappen twee appellaties elkaar: Condrieu en Saint-Joseph. Tenslotte bepaalde een decreetherziening in de jaren tachtig een nieuwe afbakening, waarbij een aantal niet voldoende geachte hellingen uitgesloten werden. Ook zones op het plateau en deze die boven de 300 m hoogte liggen, werden gedeclasseerd.
Vandaag zijn er welgeteld 108 ha aangeplant en elke jaar neemt die, in functie van de toegestane Europese quotaties, met zowat 6 ha toe. Er zijn in totaal 220 ha beschikbaar en dus is de helft beplant.

Historisch overzicht in een verhaal van Georges aan zijn dochter.

Die avond troonde Georges zijn dochter mee naar het hoger gelegen Vernon, boven het dorp, aan de rand van de afgrond. Van op het hoogste muurtje (wellicht daterend uit de tijd van de Romeinen) bewonderden zij de Rhône. “Als het daglicht valt en de nevel vanuit de Rhône opstijgt, volg dan haar lijn. Zij brengt je terug naar de tijd toen de Condrillots, fiere binnenschippers, de handel tussen Lyon en Marseille controleerden. Onvermoeibaar verheerlijkten ze de wijn en klonken ze hier met de Heer. Het was nog vóór de locomotieven, vóór de phylloxera en vóór de grote omwentellingen. Klim nog wat hoger en je zult de monniken van Saint-Jean het angelus nog horen luiden. Het zijn zij die het werk van de Romeinen verder gezet hebben. Die hadden steeds een goed oog om zich op de juiste plaats te vestigen en er hun handel te bedrijven. Zie je die bocht daar juist voor ons, dat was voor hen een geschikte plaats om er een haventje te installeren. Wat ze ook deden en de druivenlaars volgden hun kielzog. Dan was er die keizer Probus, hij die ons opnieuw het recht verschafte wijn te verbouwen. Hij introduceerde een vanuit Dalmatië afkomstige druif, de “vugava”, die nu de viognier zou kunnen zijn, maar niets is zeker. Ja, die viognier, die had wel eens kunnen verdwijnen, weet je? Na de Phylloxéra-plaag ontbrak het hier in de regio, zeker na de oorlog, aan voldoende mankracht en men plantte gemakshalve dan maar in de vlakte of op het plateau aan. Weliswaar geen viognier, maar wijnstokken met hoge rendementen (zoals de clairette die goed rendeert maar nooit voldoende rijpt) of hybriden van allerlei slag. Het beetje viognier dat overbleef was voor de familie. Ik ben hier juist na de tweede wereldoorlog aangekomen. Na een scabreuze jaartje bij Rhône Poulenc, vond ik mijn juiste weg. Op dat moment was er geen tien ha meer beplant en vond men alleen nog kerselaars op de hellingen. Ik nam het perceel van grootvader te Vernon over en heb er druivelaars geplant. De anderen hielden mij voor gek en misschien was ik het wel een beetje. Weet je, die passie gaf mij het unieke gevoel van vrijheid. Sindsdien zie je elk jaar meer en meer druivelaars de fraaie hellingen van Condrieu tot Limony sieren. En jij mijn dochter, jij gaat mij opvolgen. Weet echter dat jij niet meer alleen zult zijn!”

Deze hommage is opgedragen aan Georges Vernay, zonder wie deze appellatie niet zou zijn wat ze nu is.

Voor de groene vingers

Beschrijving van een nog steeds zeldzame wijnstok.

De viognier heeft middelgrote, cirkelvormige bladeren. Het oppervlak is verwrongen ruw en bultig. Het blad is vijflobbig met diep uitgesneden sinusöide lijnen. De sinusoïdale lijn van de bladsteel heeft een open u-vorm. De lobben zijn scherp getand. De onderzijde van het blad is donzig. De ranken zijn geribd en groen gekleurd met een bruine schijn langs de zonnekant. De kleine en compacte trosjes zijn ietwat langwerpig en luchtig. De bessen zijn klein, rond, amber gekleurd en hebben een dikke pel. Deze niet productieve wijnstok rijpt in de tweede periode.
Er bestaat ook een kloon, nr. 642, maar die is in Condrieu nauwelijks aangeplant. Hij is te productief en biedt, zelfs met beperkte opbrengst, maar weinig kwaliteit,
In het dorpje Chavanay werd een reëel arboretum opgericht. Men tracht er uit elke wijngaard een wijnstok te recupereren. Dit biedt een onuitputtelijke reserve aan basismateriaal. De meest gebruikte onderstam is de 110R.

Een indrukwekkend wijngaard.

De erg steile wijngaarden van Condrieu verbazen de vele bezoekers. De indrukwekkende steile glooiingen met hoge hellingsgraad, gemiddeld 35%, vragen een aangepaste bebouwing. De terrasjes, die men hier “chaillets” noemt, vormen als het ware de treden van een reuzentrap met opeenvolgende bordesjes. De regelmatige lijn in de aanplantingen wordt her en der onderbroken. De scherpte van het reliëf zwakt af naarmate de granietrots dieper ondergronds ligt en de bodem meer zanderig wordt. De granietrots valt in grote rechthoekige blokken uiteen en werd dan ook ruim gebruikt om de terrasmuurtjes te bouwen. De kogelgraniet verpulverde in een soort grof granietzand en dat vindt men aan de voet van de helling. Graniet is zowat alomtegenwoordig in de wijngaard en op sommige plekken bedekt met leem en klei, wat dan weer een rijkere bodem geeft.

Er wordt tegelijkertijd warm en koud geblazen.

Het gematigde continentale klimaat speelt in dit reliëf ook zijn rol. Regelmatige neerslag, soms intens, geven de wijnbouwers veel werk om de terrasjes te verzorgen. De hete en droge zomers bevoordelen de rijping, maar roosteren soms als het ware de wijngaarden en daarbij ook de wijnboeren zelf. En dan is er nog de Mistral.Die is ijzig in de winter, vriest in de lente de knopjes van de stok maar blaast in de zomer het overmatige vocht weg. De zuidenwind brengt dan weer vocht en het risico op ziekten mee. Een warme winter,  zoals dit jaar, kan dan weer de vegetatieve cyclus verstoren.

Als mannen zich aan de berg vastklampen…

Waarschijnlijk is het de kleinschaligheid van het territorium dat de wijnbouwers er toe verplichtten zeer dicht op elkaar aan te planten. Nu nog steeds verdringen de wijnstokken zich op de smalle terrasjes, wat diepe inworteling van de plant tot gevolg heeft. De verticale gelaagdheid en de fijne scheurtjes in de granietbodem laten dit toe. Deze geologische structuur heeft het voordeel dat de plant, zelfs na enkele jaren, weinig last heeft van droogte. Door de capillariteit stijgt het water tijdens de droge periodes naar de oppervlakte. Door de bodem weinig te bewerken is deze niet te compact. Zo wordt het wegspoelen vermeden, maar bij hevige neerslag kan dat niet vermeden worden.
De dichtheid van aanplant varieert van 7 tot 10.000 wijnstokken per ha en men haalt er een rendement van gemiddeld 37 hl/ha. De 102 ha Condrieu hebben in 1999 precies 4.131 hl geproduceerd of voor deze weelderige jaargang 40,5 hl/ha. Waarschijnlijk heeft de natuur het lage rendement van 98, 25 hl/ha, willen compenseren.

Bebouwingsmethoden

Erg typerend, zoals voor het gehele noordelijke Rhônegebied, is het schuin opbinden per twee op de lange bonenstaakachtige piketten, soms iets verticaler per drie. Zo wordt goed weerstand geboden aan die strakke wind. Ook durft men wel een in rijen aanplanten, maar dan worden de druivelaars dicht bij de bodem gehouden. Een kleine hoeveelheid wordt in bekervorm, “en gobelet” aangeplant. De viognier moet juist op tijd uitbotten. Het uitbotten kan in drie keer verlopen, één keer is meer dan voldoende. Men moet het juiste evenwicht vinden, een te zware dracht kan de rijpheid belagen en te weinig trosjes zal de rijpheid versnellen. In beide gevallen zal dat een onevenwicht tussen de alcohol en aroma veroorzaakten.

Een recente herkomstbenaming.

Toen Georges Vernay in het begin van de jaren vijftig, na een kort verblijf bij Rhône Poulenc, zijn bedrijfje startte, verklaarden zijn buren hem voor gek. Het was letterlijk kersentijd, geen druiven dus. Op de hellingen stonden kersenbomen en geen druivelaars op de hellingen. Er bleven slecht 10 ha en Georges bezat de helft. Men is nooit sant in eigen land, maar voor de anderen kwam de ontnuchtering, in de jaren tachtig, erg hard aan.
Vandaag vervangt Christine haar vader die er drieënvijftig wijnoogsten heeft opzitten. Zij nam de fakkel over met veel gratie en intelligentie en voegde daar een vrouwelijke delicate benadering aan toe. Het domein heeft drie cuvées: “les terrasses de l’Empire” (een verwijzing naar de tijd dat de Rhône de grens was tussen het Heilige Germaanse Keizerrijk en het Franse Koninkrijk) is een soort instapwijn. “Les Chaillées de l’Enfer “ wordt in foeder vergist en is afkomstig van verschillende percelen. De wijn heeft de juiste typering van wat peper en amandel en is ook wat mineralig. Tenslotte de “Coteaux de Vernon”, van meer dan vijftig jaar oude wijnstokken die boven Condrieu aangeplant zijn en barriek (met 20% nieuw hout) vergist. Deze heeft meer structuur en moet nog bewaren.

Wat men met deze wijnstok vermag.

Yves Cuilleron deelt met Georges Vernay het genoegen de grootste familiale grondbezitters van de regio te zijn, wat toch niet meer dan 8 ha betekent. Die liggen verdeeld in een tiental percelen, vooral op Chavanay (La Côte, Les Eyguets, Les Rivoires, Peyrolland, La Ribaudy). De andere percelen vormen slechts enkele aren in Condrieu (Vernon), in Saint Michel (La Grande), in Verlieu (Mève), in Limony (Les Côtes).
De druiven worden er steevast bij overrijping geoogst met een stelselmatig zoeken naar een vijftiental % botrytis. Alles vergist in barriek, waarvan een derde iedere keer nieuw is. Het rechtstreeks proeven uit het vat geeft een idee hoe overheersend hout kan zijn. De viognier toont zich erg gevoelig voor oxidatie en daarom is het oproeren van de gistdroesem zo belangrijk. De druif blijkt deze bewerkingen goed te verdragen. Het benadrukt zelfs de structuur en complexiteit in de wijn.
De proeverijen per perceel beklemtonen ook nog maar eens de eigenheid van elke bodem en de variaties in oriëntaties. Het verschil tussen de wijnen uit het noordelijke deel, smeuïger en mineraler, en die uit het zuiden, lichter en speelser, wordt hier sterk aangetoond.Ondanks de veelheid aan kleuren en tonen kan men toch twee grote stijlen in de Condrieu’s onderscheiden. In de ene vindt men de snel, na 2 à 3 jaar, drinkklare wijnen met primaire aroma’s. De andere is bij de aanzet minder onmiddellijk aromatisch en zijn trage ontplooiing vraagt vier à acht jaren kelderlagering.

Het merendeel van de wijnbouwers bieden de twee types aan. Bij Cuilleron heten ze respectievelijk “Petite Côte” en “En Chaillet”.

Botrytis en Viognier.

Dankzij de oktobernevels koestert de botrytis de druiven. De botrytis veroorzaakt vochtverlies waardoor de suikerconcentratie en complexiteit toenemen..
Tot in 90 stond Yves Cuilleron er erg huiverig tegenover. Na het lezen van een oud boek, dat het relaas bracht van de wijnbouw voor de phylloxera, herzag hij zijn mening. In het boek is er sprake van een late oogst en ook dat de geoogste druiven op een bord naar de kelder gebracht werden. Daar werden de druiven in eikenhouten vaten vergist.
Het waren blijkbaar rasvolle en elegante wijnen die uitsluitend door de aristocratie en kerkelijkheid gekocht werden. Meer had Yves niet nodig en hij oogstte dat jaar experimenteel een perceel met 17% potentiële alcohol. Omdat niemand sant in eigen land is, verweten zijn buren overmatig aanzoeten, “chaptaliseren!” zeiden ze. In 1999 oogstte hij zelfs druiven met een potentieel van 30% alc. en meer, tot zelfs 38%. Deze cuvée gist nog steeds na en tracht de 9% te overschrijden, maar de meer dan driehonderd gram restsuiker beletten dit. Dit goddelijke monster heet “Essence d’Automne”. Het blijft een unicum dat alleen in de uitstekende jaargang mogelijk was, maar toont nog maar eens op extreme wijze aan welke de mogelijkheden deze druif heeft . De “Ayguets” daarentegen, bevat 100 g restsuiker en 13 % alc. Het is een jaarlijks wederomkerend plezier.
Het late oogsten kent nu ook meer en meer aanhang bij de andere wijnbouwers.

Moet men de late oogst wettelijk definiëren?

Het INAO moet dit goedkeuren, in het huidige decreet is van Vendange tardive helemaal geen sprake. Officieel wordt er geen onderscheid gemaakt tussen een klassieke Condrieu en een Condrieu van een late, al of niet door edelrot aangetaste, oogst. Iedere wijnbouwer toont via een eventueel koosnaampje op het etiket, het onderscheid.
Toch mag er geen verwarring zijn met de uitdijende “moelleux” die verkregen wordt door met zwavel de gisting te stoppen. Deze logge, lompe halfzoete wijn kende na de oorlog een zeker succes, maar de vraag ernaar kwijnt nu langzaam weg.

Het blijft zoet.

Hier en daar vallen nog andere specialiteiten te ontdekken. Zo is er de kleine productie vin jaune van gedroogde viognier. Het is een rijke krachtgevende wijn, met veel gekonfijt fruit. Een flesje van bij Louis Chèze, Pierre Gaillard of Montez kan perfect het medicijn vervangen.
Daartegenover staat dan de cuvée “Lumineuse” 99 van Guigal, vroeg geoogst op 14 september (35 g restsuiker en 15% alcohol) die vooral het sappige van exotisch fruit met een licht kruidigheid voorop stelt.

Condrieu of het bijzondere evenwicht.

De Condrieu is wel een bizarre wijn. Hij is alcoholrijk en toch toont het niet, alhoewel de meeste flessen 14% hebben. Goed dat het op het etiket staat, want men proeft het niet. Is het de intense smeuïgheid, eigen aan de cru, die er als een buffer tussenzit? Of is het de verfijnde zuurheid die voldoende weerwerk geeft? De combinatie van de twee kan een en ander verklaren. Ook een compacte en geconcentreerde materie kan de alcohol camoufleren en die vindt men enkel in de goedgemaakte Condrieu’s. Een gemis aan materie kan en mag voor deze wijnen duidelijk niet. De aromatische kwaliteit van de aroma’s, al of niet present, draagt ook bij tot het evenwicht. En zoals bij die andere druif, de chenin, geeft de lichte finale bitterheid van viognier een bijkomend evenwicht brengend element in de totale smaakstructuur.

Het gevolg is dat niet iedereen voor Condrieu staat te springen. Sommigen begrijpen dit zachte evenwicht niet en doen het af als te zacht, plat en vlak. Te veel proevers zoeken nog te ijverig naar een meer noordelijke evenwicht in de wijn. Zij aanvaarden maar zelden andere composities. Ieder zijn keuze.

Dossiers IVV, klik hier

Geef een reactie