Cuba, het vaderland van de rum : een mythe dient ontkracht te worden (3e deel)

Onze route van de rum moet vandaag een triestige halt maken en een droom aan diggelen slaan : het mooie Cuba is het “vaderland” niet (meer) van de rum. Ik probeer u dit uit te leggen in 3 hoofdstukken. Voor een keer zal deze kroniek eerder op geschiedenis dan op smaak gebaseerd zijn, maar het onderwerp en de moraal vereisen het.

Eerste hoofdstuk : de kleine artisanale Cubaanse rums

Het ziet er naar uit dat Cristobal het suikerriet in Cuba geïntroduceerd heeft tijdens zijn tweede reis. Daarna, vanaf de 18e eeuw, begon het eiland een drankje te brouwen op basis van gegist suikerrietsap dat “tafia” genoemd werd. In het begin was het een zeer ruw drankje maar de kwaliteit ging er op vooruit omdat de zeer katholieke Spaanse majesteit het nodig achtte het drankje vanaf 1796 zwaar te belasten om zo de hoofdstedelijke eaux-de-vie te beschermen. Op hetzelfde moment duiken voor het eerst de “kwaliteitslabels” zoals Ron Superior op. Break: ik vertel u meer over de gebeurtenissen in de 19e en de 20e eeuw in het derde hoofdstuk.

Vandaag blijft er een artisanale productie over die bestemd is voor de inheemse consumptie. Die is (nauwelijks) op exportvlak terug te vinden. Ik wacht op de eerste gelegenheid om een rondrit te ondernemen langs de bars van Havana en u mijn relaas te doen.

Tweede hoofdstuk : het “nationale merk” Havana Club

Daarentegen bestaat er een commercieel bedrijf (er bestaan er nog meer, maar kleiner van omvang), wereldwijd gevestigd, dat authentieke Cubaanse rum exporteert, of in elk geval zich kan beroepen op een soort van gecontroleerde herkomstbenaming. Inderdaad, zie hier een uittreksel uit het decreet van juni 1998: Se crea el Sello de Garantia Nacional de Procedencia para el Ron de Exportación, destinado a garantizarla calidad y el origen de los rones cubanos de exportación”. Ik denk dat elke vertaling overbodig is: een rum krijgt enkel een zegel wanneer het gemaakt is van Cubaanse grondstoffen en het een minimaal kwaliteitsniveau haalt.

In 1954 wordt Facundo Bacardi Bravo ontvoerd wat voor heel wat opschudding zorgt op het eiland. Enkele uren later – eveneens met de nodige opschudding – vertrekt een Amerikaanse helikopter op de basis van Guantánamo – waar er op dat moment nog geen Afghanen waren! – en een FBI detective vertrekt vanuit Florida.

 

Op het eerste punt heb ik geen enkele reden om te twijfelen aan het opstellen van een reglementering: Cuba produceert veel suikerriet, de Sovjet-Unie ontfutselt het niet meer het grootste deel in ruil voor machinegeweren en gezien bovendien de (zeer) lage lonen is er geen gebrek aan lokale handenarbeid.

Wat betreft de kwaliteit kunnen we gemakkelijk oordelen. Volgens de publiciteitsplaatjes van het merk – dat zetelt in de schoot van Pernod Ricard – werden in 1998 meer dan 1 miljoen kisten geëxporteerd en stijgt het aandeel ieder jaar. In België is de verkoop sindsdien verdrievoudigd. Het gamma bestaat uit een basisrum, nauwelijks verouderd en vrij “ruw”, en producten die genoten van (ondergingen) 2 jaar, 3 jaar … tot 7 jaar rijping. Laten we ons niet vergissen, het gaat hier niet om “brandalcohol”. Toch is deze massaproductie, typisch voor deze transnationale groep (en anderen), niet in staat eaux-de-vies te maken die getuigen van een zeer grote finesse. Ze hebben enkel tot doel de winstmarges van trendy bars te spijzen, bestuurders van 18 tot 35 jaar dronken te maken en al snel te verdwijnen in cocktails met een al even bizarre kleur als smaak. U heeft het begrepen, dit komt niet overeen met mijn esthetische zin voor gastronomie, maar er is alvast geen bedrog in het spel: u drinkt inderdaad rum, authentieke Cubaanse die daarenboven geniet van een … minimale kwaliteit.

Derde hoofdstuk : de duistere Bacardi

De geschiedenis van dit bedrijf dient samengevat te worden. Ik hou toch even halt bij het begin van de jaren ’60, want in die periode is de samenzwering tussen Bacardi en de CIA voer voor een historicus en niet zozeer voor een begerige kroniekschrijver. Weet echter dat het bedrijf in 1993 Martini & Rossi (u weet wel, de fameuze Cubaanse vermouths!) opgekocht heeft voor de som van 1,4 miljard dollar, dat haar zetel actueel gevestigd is in het belastingsparadijs Bermuda en dat het niet genoteerd is op de beurs zodat het natuurlijk minder verantwoording dient af te leggen.

Maar nu even terug naar het einde van de 18e eeuw zoals ik u beloofd had: de Spanjaarden vormden Cuba om tot een monocultuur van suiker, de eerste ter wereld, zelfs in die mate dat de slaven van Haïti, de belangrijkste concurrent, in opstand kwamen. Daarenboven produceert Cuba suikerriet van een zeer hoogstaande kwaliteit. Op het einde van die eeuw vestigden de Fransen en de Engelsen, die goed op de hoogte waren van de productietechnieken van rum, zich op het eiland. In die gunstige periode vestigde zich de Catalaanse familie Bacardi Mazó, die poogden goed geld te verdienen aan de kolonies, rond 1830 in Santiago. In 1841 staan ze aan het hoofd van een gediversifieerde handel (voeding, confectie, alcohol,…). In 1857 beginnen de Fransen en Duitsers suiker te extraheren uit suikerbieten zodat Cuba ondergedompeld wordt in een diepe miserie. Toch vindt de familie Bacardi door allerhande kunstgrepen voldoende kapitaal en sticht ze een bedrijf dat rum produceert en verkoopt zodat de prijs stabiel blijft. In 1862 gaat het bedrijf een samenwerking aan met een zekere Bouteiller – die eerder kennis dan kapitaal aanbrengt en al snel in de val loopt – en gaat de kwaliteit erop vooruit. Men kan dan ook stellen dat haar internationale reputatie vanaf 1874 goed ingeburgerd is. Daarenboven lijkt de paternalistische houding van de directie heel humaan voor de lokale bevolking die aan heel wat slechtere behandelingen gewoon was geraakt. In 1880 verwoest een brand de distilleerderij en de archieven. Wanneer men enkele geschriften terugvindt (in 1891) loopt de winst op tot 65.000 dollar tegenover voor slechts 6.000 pesos aangegeven waarde aan machines en apparaten, terwijl beide deviezen op gelijke hoogte stonden. Nadien stapelt de winst zich op, met echter ook wel enkele jaren van forse verliezen: onze sjacheraars van boekhoudkundige documenten hebben niets uitgevonden!

In 1898 slaagt Cuba er bijna in zijn onafhankelijkheid t.o.v. Madrid te verwerven. Dit wordt een feit in 1901 maar de prijs dat het in ruil voor betaalt is een Amerikaans protectoraat voor de interventie van de Verenigde Staten tegen Spanje. Men ziet het fameuze “amendement Platt” opduiken, in wezen  een constitutioneel recht van inmenging. De rol van de familie Bacardi in de onafhankelijkheidsstrijd, en vooral die van Emilio Bacardi Moreau, een echte nationalist die in Spanje in een onderaardse kerker belandde, leidde ertoe dat deze laatste bij zijn terugkeer verkozen werd tot burgemeester van Santiago en nadien tot senator. Tezelfdertijd zet het rumbedrijf zijn snelle ontwikkeling verder. Het krijgt zelfs voet aan de grond op de Noord-Amerikaanse markt. In 1914 bezit het een distributiebureel in New York dat de verliezen in het in oorlog verkerende Europa compenseert. In 1917 loopt de winst op tot quasi 500.000 dollar! Het schijnt dat de rum uit Jamaïca de lokale productie, die ontoereikend was, kwam “vervolledigen”. Maar, aangezien de familie Bacardi onberispelijke nationalisten zijn en ter plaatse herinvesteerden, had niemand er iets op tegen.

In een wereld die gebukt ging onder de crisis (en Cuba nog meer dan alle anderen) bereikten in 1927 de activa van het bedrijf 6 miljoen pesos. In datzelfde jaar wordt een brasserie gesticht, in 1929 beschikt men over een bottellijn in Mexico, in 1936 over een “fabriek” in Porto Rico. In datzelfde jaar beweert het Cubaanse tijdschrift Carteles, op basis van de aangiftes van de eigenaars, dat de lageringkelder meer dan 5 miljoen gallon kan stockeren, dat Bacardi beschikt over een alambic om honing te distilleren, over treinwagons, over talrijke ateliers (machinaal, timmermansambacht, metaalgieterij…) Meer zelfs, het Bacardi gebouw is volop in opbouw in de hoofdstad.

Ten gevolge van de beurscrash van oktober 1929 zakt de koers van het suiker tot een absoluut dieptepunt en bereiken de Cubaanse werkloosheidscijfers een nooit gezien hoogtepunt. En toch blijft het Bacardi en zijn eigenaars voor de wind gaan. Onmogelijk om hiervoor een verklaring te vinden in de archieven ! Misschien is het tijd om een link te leggen met het 18e Amerikaanse amendement, beter bekend onder de naam van de “prohibition”, de “drooglegging“ ? Inderdaad, de Cosa Nostra had al snel in Jamaïca maar ook (en vooral ?) in Cuba leveranciers gevonden voor zijn kleine handel in New Orleans.

Omgekeerd dienden de Amerikanen, die met een alcoholverbod geplaagd zaten, enkel de “Keys” over te steken om zich te goed te doen aan de lokale cocktails. Voor de Amerikanen die de reis per vliegtuig ondernamen stelden de bars in de gebouwen van de luchthaven gratis drankjes op basis van Bacardi ter beschikking. Eenmaal “ingewerkt”, konden deze nieuwe consumenten zich bij de terugkeer in hun land makkelijk bevoorraden op de zwarte markt. Wanneer de vrije verkoop van alcohol opnieuw toegelaten werd, steeg het marktaandeel van Bacardi op een spectaculaire wijze.

Tijdens diezelfde periode emigreert de productie en het bottelen van de Bacardi rum steeds meer (Mexico, Porto Rico, de Maagdeneilanden …). Uiteindelijk volgt het merk zelf. Sinds de periode van Emilio Bacardi evolueerde het bedrijf naar een authentieke transnationale holding die op die manier miljoenen dollars binnenhaalde. Het Amerikaanse Handelsdepartement staaft deze analyse: de import van rum afkomstig uit Cuba vertegenwoordigt 52% van deze drank in 1935 en 7% in 1940. In diezelfde periode stijgt het marktaandeel van de rum uit Porto Rico (in feite “américo-bacardiens”!) van 14 naar 64%!

Nieuwe etappe: de naoorlogse periode. Men kan bijna stellen dat het Marshall-plan de inplanting van Bacardi agentschappen in tal van Europese landen ondersteund heeft. Natuurlijk in de Benelux, maar ook in Frankrijk, de Scandinavische landen en Zwitserland. Nadien wordt het ritme verhoogd en gedurende de jaren ’50 sticht Bacardi supplementaire distilleerderijen in Porto Rico (75.000 liter per dag), Mexico, Spanje,… Stop, u heeft het begrepen, Bacardi is absoluut niet meer Cubaans en het is zelfs niet zeker dat het nog werkelijk rum is.

Een andere geldverduistering van Pepin Bosch bestond uit een voorstel aan de werknemers om aandelen te kopen ter waarde van 10 dollar van een nieuw bedrijf dat hij ging oprichten: de Minera Occidental (1950). In ruil voor tewerkstelling (men waant zich in de regio van Charleroi of Roubaix!), genoot de structuur van een hele serie fiscale voordelen die hem toelieten om een groot aantal machines te importeren. Ze beginnen te werken, graven enkele galerijen … en verklaren zich nadien failliet! Het rumbedrijf Bacardi koopt grootmoedig alle machines op. De aandeelhouders hebben vanzelfsprekend nooit hun geld teruggezien…

 

De mentaliteit van de onderneming komt nog beter tot uiting in de twee “anekdotes” van de aandeelhouders van de Minera Occidental en de ontvoering van Facundo Bacardi (zie kaderteksten). Ziehier, zonder enige twijfel, een bedrijf waarmee men maar beter niet te maken krijgt. De laatste fase die ik u wil vertellen gebeurt op het moment van de Cubaanse revolutie. In 1952 is de putsch van Batista, ondersteund door de maffia en de CIA, niet echt naar de zin van enkele Bacardi dirigenten ,die een goede relatie hebben met het plaatselijk regime, maar de verkoop houdt goed stand. In 1957 wijkt één van zijn gevolmachtigden (José Pepin Bosch) enige tijd uit naar de Verenigde Staten en keert later terug met een officieel document waarin staat dat … het merkenregister gevestigd is op de Bahamas. In 1958, wanneer de Amerikaanse Ambassadeur in Havanna Batista “adviseert” een junta te installeren en het land ter verlaten, is M. Bosch één van de voorgedragen namen. In diezelfde periode steunt Bacardi de revolutionairen en wanneer ze aan de macht komen wimpelt er een spandoek aan het Bacardi gebouw: “Gracias, Fidel”.

Tot slot wordt Bacardi in februari 1962 genationaliseerd, enkele dagen na de blokkade opgelegd door Kennedy. Vanaf dat moment deelt de verkoopsdirecteur zijn buitenlandse klanten mee dat “men moet kiezen tussen onderhandelen met Castro en onderhandelen met Bacardi”.

Besluit

Aan de hand van deze uitgebreide maar noodzakelijke uiteenzetting hoop ik u, beste lezer, overtuigd te hebben dat u, niettegenstaande het Cubaanse potentieel en tot spijt van het waarschijnlijke bestaan van kleine hoeveelheden zeer goede Cubaanse rum, de alcoholen van dit mooie eiland momenteel beter vergeet. Wat Bacardi betreft, zal gelijk welke democraat en gelijk welke gastronoom, de naam van dit bedrijf met zijn vage structuur willen afvoeren.

Voor meer “Sticky/Spirits/Beer”, klik hier

Geef een reactie