De heimat van de turf: Islay (men zegge “Aï-leh”).

18/05/2020 - Het eiland Islay, amper 40 km lang, telt veel schatten.

Sinds 1984 is de productie van het gouden vocht in Port Ellen stopgezet, maar deze malt is gelukkig nog te vinden bij de bottelaars. Hij wordt steeds gekenmerkt door dominerende rooktoetsen en een vrij olieachtige body. Voor niet-ingewijden raad ik hem ten zeerste af, maar de liefhebbers van het genre (en daar hoor ik zeker bij ) zal hij beslist intense – zij het ietwat barbaarse – vreugde schenken. Hoewel de distilleerderij reeds gesloten was toen ik de laatste keer in de buurt was, vulde de belendende mouterij de kust nog met turfrook; ze zorgt immers voor de bevoorrading van bepaalde ‘collega’s’.



Twee km ten noorden van Laphroaig ligt, langs de kleine kustweg, de distilleerderij Ardberg, die eigendom is van dezelfde groep. Haar malts zijn uiterst turfachtig en krachtig en … niet makkelijk te vinden. Volgens de meeste kenners hebben ze “punch”. Zelf vind ik dat de verwantschap met Laphroaig duidelijk is, zij het dat Ardberg wat rustieker is.


Tussen de twee vorige in zijn de witte muren van Lagavulin te zien. Te midden van de gebouwen stroomt een rivier: haar troebele water voedt de distilleerderij alvorens naar zee te lopen. Alles – ook de malt – draagt hier bij tot dat “einde van de wereld”-gevoel. Vooral voor de uitstekende 16 jaar oude versie van deze malt, maar ook voor de andere, draait alles rond een infernale triptiek van meedogenloze rooktoetsen (zoals in een Tarry Souchong), een zeer duidelijke oxidatieve kant met een zweem van manzanilla, droog klappend als een zweep, en een zwavelachtige en gereduceerde aanzet. Deze laatste valt niet bij iedereen in de smaak, maar dat is ook niet de bedoeling. Dit is immers een uitzonderlijke malt die je kunt drinken, lekker luierend voor de haard, als digestief, of bij de zondaglunch, bij gerookte zalm of haddock. Omdat de eigenaars met tegenzin vaten naar de bottelaars zien vertrekken, zijn de zuivere versies niet zo makkelijk te vinden. Degene die ik heb mogen proeven, waren beminnelijkerer, met minder zwavel.

De twee baby’s

Vergeef me deze titel maar de “officiële” malts van de twee volgende distilleerderijen zijn borelingen in vergelijking met de vorige. Toch hebben ze een zeker raffinement.


We beginnen met Bunnahabhain; deze naam foutloos schrijven is géén kinderspel. Niet ver van Port Askaig, waar de ferry’s van Kennacraig aanleggen, bevindt zich een soort grote pachthoeve die rond een vierhoek gebouwd is. Hier wordt een whisky van 12 jaar oud en een alcoholgehalte van 40° geproduceerd, die haast “gewoontjes” lijkt. Het ontbreekt hem niet aan finesse, maar wanneer je hem met zijn eilandgenoten vergelijkt, komt hij niet meteen over als een stoere bink. Hem zonder meer aanbevelen, kan ik niet. Wat ik wel regelmatig en graag naar de lippen breng, zijn twee versies afkomstig van de Scotch Malt Society (nr. 10.17 en 10.30). Deze 18 jaar oude producten worden gekenmerkt door zeer krachtige florale noten en zeegeuren. Enkel deze whisky roept onmiddellijk Islay voor de geest; het feit dat de rijping in sherryvaten duidelijk blijkt, is daar waarschijnlijk niet vreemd aan.


De naam van het andere “kleintje” is al even moeilijk uit te spreken: Bruichladdich.  Toen ik ze bezocht, kwam de zon na uren van regen net achter de wolken vandaan. Met haar blinkende leien dak is het gebouw reeds van ver zichtbaar. Het ligt langs de rand van de weg die de westelijke oever van Loch Indaal volgt. Deze malt is lichter; de 10 jaar oude versie is niet erg turfachtig en is vrij ‘passe-partout’. De nr. 23.19 van de Society vormt een mooi aperitief (zeldzaam en dus het vermelden waard) en de toevoeging van water – veel water – doet de aroma’s van perzik, abrikoos en zoete amandel opstijgen, een beetje zoals een viognier.

De distilleerderij van de zee-engte

Letterlijk betekent Caol Ila “de zee-engte van Islay”, en dat is passend, want het gruwelijke gebouw uit grijze cement, met een dak dat aan de oude gebouwen van Fabelta te Tubize doet denken, ligt op het einde van een kreek die uitgeeft op de Sound of Islay. Toen ik hier op bezoek was, in de herfst van 1992 als ik me goed herinner, had men het grote raam gedemonteerd. Niet om mij binnen te laten, maar om grote werken aan de distilleertoestellen te kunnen uitvoeren. Deze toestellen zijn werkelijk indrukwekkend en door de bijkomende werken die voor de vervanging van hun ‘zwanen’halzen nodig waren, was het ijzig koud in de distilleerderij.

De malt van Caol Ila, die in gebruikte sherryvaten rijpt, heeft de kleur van oud goud, met zachte oranjeachtige flonkeringen en een boeket waarin de turf zeer duidelijk aanwezig is. In de mond laat deze drank een eigenaardige indruk na: de body lijkt niet dik maar is toch duurzaam en krijgt steeds sterkere balsemtrekjes. De afdronk wordt gekenmerkt door onweerstaanbare persistente insulaire en turfachtige toetsen. Ik geef grif toe dat ik van deze dram houd, hoewel mijn eerste degustaties me niet meteen overtuigden. Volgens mij is dit de meest verraderlijke whisky van Islay: eerst lijkt hij onbeduidend, daarna imponeert hij. Terwijl ik deze regels neerpen, snuif ik de geur op van een Caol Ila gedistilleerd in 1980 en met een alcoholgehalte van 64,8° – reductie is hier dus geboden. Ik moet zeggen dat hij me goed geholpen heeft bij mijn werk.

En dan is er nog Bowmore

Indien de nieuwe eigenaars, een Japanse groep die een vermeend Caledonisch kenmerk (een goed dichtgesnoerde beurs) heeft aangenomen, me de kans geven, hoop ik u meer in detail te kunnen berichten over een bezoek aan Bowmore dat werkelijk een geval apart vormt. De stijl van deze whisky is duidelijk die van het eiland; toch heeft hij ingang gevonden bij het grote publiek. Er bestaan tal van “officiële” versies van deze whisky die te vinden is bij de bottelaars en bij ons in de supermarkten verkocht wordt. De eerlijkheid gebiedt me dat ik tot het “aanlengen” bekeerd werd door de oude eigenaar, de heer Morrisson. Bij onze eerste ontmoeting, langs de oevers van Loch Indaal, lengde hij tot mijn grote verbazing immers zelf zijn 21 jaar oude whisky aan. De man had echter gelijk.

Voor meer “Sticky/Spirits/Beer”, klik hier

Geef een reactie