De oostelijke Côtes du Rhône (1)

Zwitserland geniet van een hoogstaand kwalitatief imago. Dit heeft het te danken aan een volk dat nauwgezet werkt en al lang het begrip “toegevoegde waarde” begrepen heeft. Op het gebied van wijn daarentegen, durven sommigen nogal eens voorbehoud aantekenen. Dat komt omdat zij de productie van Helvetische wijn associëren met lokale folklore en het zelfs in de categorie van de Provençaalse rosé durven onder te brengen! De zienswijze van deze mensen is tien jaar stil blijven staan…

In onderstaand dossier blijven we even stilstaan bij één welbepaald kanton – de Valais – en bij hun inheemse druivenrassen. Een beschrijving van de geografische, klimatologische en economische aspecten is onontbeerlijk indien men het bestaan en de heropleving van deze typische rassen uit de Valais wil verstaan. De artikels van Bernard Arnould (IVV nr. 75 en 76) vullen deze introductie mooi aan.

De klimatologische en geologische omstandigheden

Van haar ontstaan in de Furka (in het Massief van de Gothard) tot in Martigny, vloeide de Rhône steeds door een smalle gletsjervallei. Ze maakte een bocht naar rechts in Martigny om zich vervolgens in het meer van Leman te werpen. Het klimaat is verrassend genoeg warm en droog: minder dan 600 mm neerslag per jaar en meer dan 2.000 uren zon. De gemiddelde temperatuur bedraagt 20°C in juli (maar –0,2°C in januari). De Valais wordt beschermd door het Alpengebergte en geniet van een warme wind die de rijping ten goede komt: de föhn. Ter vergelijking: in Hermitage telt men 860 mm neerslag per jaar en bedraagt de gemiddelde temperatuur in juli en augustus 29°C. Daar tegenover staan “de belangrijke temperatuursverschillen die we bij ons aantreffen tijdens de rijpingsperiode en wat de complexiteit van de wijnen ten goede komt”, aldus Jean-René Germanier, wijnbouwer in Vétroz en de man die de titel van dit artikel bedacht. Melden we nog dat de herfst heel lang uitloopt in de Valais, dat de jaargangen weinig verschillen en dat de vorst de enige klimatologische factor is waarover de lokale wijnbouwers zich echt zorgen maken.

De meeste wijngaarden van de Valais situeren zich op een hoogte tussen de 470 en 700 meter. De wijngaard van Vispertimen bereikt zelfs de 1.100 meter en is één van de hoogst gelegen wingerds van Europa. Het grootste gedeelte van de wijngaarden situeert zich op de rechteroever (betere expositie, geen enkele heuvel van de linkeroever is naar het zuiden gericht), op duizelingwekkende terrassen die hoofdzakelijk dateren uit de Juraformatie. Het zijn leisteenbodems en metamorfoses van kalk die sterk onder druk werden gezet tijdens het tot stand komen van de Alpen. De inrichting van de terrassen – waarvan de muren zelfs een hoogte van verschillende meters kunnen bereiken – zijn heel waardevol. In die mate zelfs dat de verantwoordelijken van het syndicat van de AOC Hermitage besloten hebben om een kijkje te komen nemen naar dit huzarenstukje.

De grote diversiteit van de verschillende bodems valt te verklaren door de alsmaar gewijzigde geologische omstandigheden, de teruggetrokken gletsjers, de alluviale afzettingen van de Rhône en de bergstromen van  de Alpen. We treffen er ook granietbodems aan in de omgeving van Martigny en Fully. Het zijn bodems waar bijna geen kalk meer aanwezig is en bijzonder geschikt zijn voor de gamay. In de omgeving van Chamoson en Leytron zijn er alluviale bodems die bestaan uit aarde, leem en mineralen afkomstig van de bergstromen. Deze bodems zijn nooit droog en danken hun vochtigheid aan het water afkomstig van de gletsjers. De johannisberg (lokale naam voor de sylvaner) gedijt er samen met nog enkele andere lokale rassen wondermooi. In sommige wijngaarden gesitueerd tussen Saillon en Ardon kunnen reeds generaties lang wijnbouwers beroep doen op een dikke kiezellaag van zo’n 15 cm die de warmte opslaat en de verdamping van het water vermindert. In de regio van Sion bestaat de bodem hoofdzakelijk uit leisteen die in verschillende lagen is opgebouwd. Kalk vind je overal in het centrale gedeelte van de Valais maar het is het meest aanwezig in Sierre (Siders) en Loèche (Leuk).

Volgens Xavier Bagnoud, oenoloog en wijnbouwer in Leytron, en voormalig verantwoordelijke van het departement R & D bij Provins wordt “de Valais bepaald door het aantal uren zonneschijn, de föhn, de gemiddelde hellingen van de wijngaarden, de hoeveelheid neerslag en het effect van de Rhône; kortom een uitzonderlijke omgeving voor de wijnbouw”. Wij voegen er nog graag de diversiteit van de bodems aan toe.


Het geval chasselas

De fendant is de wijn die het meest geproduceerd wordt in de Valais. Te veel zelfs, zoals we zelf konden vaststellen. “De chasselas is waarschijnlijk het etnisch ras van de valais”, zegt Mike Favre. Het is een fruitige en makkelijk wegdrinkende wijn die beantwoordt aan de smaak van de meerderheid van de Zwitsers. Het is een onvervangbaar product onder vrienden dat zowel als aperitief, als bij kaasgerechten zoals de fondue en de raclette, geserveerd wordt. De chasselas is afkomstig uit het zuiden van Libanon en werd vervolgens getransplanteerd naar Egypte. Nadien werd zij verspreid door de Feniciërs. Nog later plant koning Louis XIV het ras aan in zijn koninklijk domein in Fontainebleau. Generaal De Courten, commandant van het Zwitsers garnizoen van de koning, brengt het ras voor het eerst mee in het kanton Vaud in de 18e eeuw. Men denkt dat de introductie in de Valais dateert uit het midden van de vorige eeuw toen de vlakte van de Rhône bezet werd door troepen uit Vaud tijdens de oorlog van Sonderbund. Het is een vroegrijpend ras met een hoge maar onregelmatige vruchtbaarheid. Het bereikt gemiddeld zo’n 75° Oechsle. In de Valais wordt het fendant genoemd omdat de bessen gaan ‘smelten’ wanneer de optimale rijping bereikt is (chasselas-fendant). Het is een makkelijk te verbouwen variëteit, maar de vinificatie vraagt toch enig talent. Het heeft een lage zuurgraad, het geniet van een dubbele vergisting en behoudt 1,5 tot 2 g/l CO2 wat nogal vaak als een fout beschouwd wordt. Het is een variëteit met een matige expressie die het terroir goed weet te beklemtonen. Daarenboven heeft zij heel wat bewaarpotentieel zoals mag blijken uit de proeverij van oudere jaargangen.

De economische omstandigheden

Gedurende verschillende eeuwen bleef de wijnbouw een vrij marginaal verschijnsel voor de inwoners van de Valais. De productie was volledig bestemd voor de lokale consumptie. Na de tweede wereldoorlog besloot de overheid de wijnbouw en de commercialisering van haar producten in andere Zwitserse regio’s te promoten. Onderzoeksstations werden ingericht. Aan hen danken we o.m. enkele druivenrassen als de gamaret (kruising tussen de gamay noir en de reichensteiner) en de diolinoir (kruising tussen de Diolly en de pinot noir). Jammer genoeg werden de rassen aangeplant op weinig gunstig gelegen plaatsen (zoals de linkeroever) en lagen de rendementen veel te hoog. De wijnbouwers werden dan maar vergoed voor het goed onderhouden van hun wijngaarden en per kilogram druiven die ze bij de coöperaties binnenbrachten. “Vroeger stond Zwitserland bekend om haar mooie maar grootschalige productie”, aldus Jean-Charles Favre, oenoloog en wijnbouwer in  St Pierre de Clages (Chamoson). Hij voegt er nog aan toe dat “deze massaproductie de persoonlijkheid van de wijngaarden van de Valais niet ten goede kwam. Daarenboven beschermde het protectionisme van het oude politieke Zwitserland de Zwitserse wijnbouw tegen de internationale concurrentie. Het openstellen van de grenzen op het eind van de jaren ’80 droeg bij tot de mutatie van onze wijngaarden die zich voortaan gingen toeleggen op het produceren van hoogstaande wijnen”. Veel wijnbouwers hebben dan ook – gelukkig maar – een kwalitatieve bocht genomen. Een AOC-reglementering werd in 1993 op poten gesteld en zorgde voor het tot stand komen van enkele grand cru appellaties. Het aantal wijnbouwers steeg snel, van 250 in 1970 tot 800 in 2000, niettegenstaande de moeilijkheden en de verantwoordelijkheden die het beroep met zich meebrachten, of men moest het talent van wijnbouwer, oenoloog en commercieel verantwoordelijke weten te cumuleren. In twintig jaar tijd nam het aantal zelfstandige wijnbouwers gevoelig toe: slechts 8% in 1980 tot 24% in 2000. De gemiddelde oppervlakte per exploitatie, volgens het concept van een familiaal domein, situeert zich tussen de 15 en 25 ha.

56 druivenrassen, waarvan 7 inheems!

Niet alleen de wijngaarden zijn in de Valais bijzonder verbrokkeld, ook het druivenrassenbestand is uitzonderlijk gediversifieerd alhoewel dient opgemerkt te worden dat sommigen slechts in minuscule hoeveelheden aanwezig zijn. Xavier Bagnoud plaatst ze in verschillende categorieën. De eerste groep bestaat uit pinot noir (1.817 ha), chasselas (1.748 ha), gamay (972 ha) en de johannisberg (sylvaner, 215 ha). Deze vier belangrijkste rassen vertegenwoordigen 4.752 ha of zowat 90% van de totale oppervlakte. Nadien volgt een serie internationale rassen die min of meer goed aanwezig zijn: chardonnay (59 ha), malvoisie (pinot gris, 52 ha), muscat (43 ha), syrah (41 ha), ermitage (marsanne blanche, 33 ha), païen (of  heïda, lokale namen voor de savagnin, 17 ha), cabernet sauvignon (13,5 ha), chenin blanc (10 ha), sauvignon blanc (5,5 ha), merlot (5 ha) en cabernet franc (3 ha). De dioniloir (20 ha), gamaret (5,5 ha) en garanoir (2 ha) zijn hybriden bestemd voor oppervlaktes die niet zo gunstig zijn voor wijnbouw of worden gebruikt als aanvullende rassen. De groep met typische rassen uit de Valais bestaat uit humagne rouge (56 ha), petite arvine (51 ha), cornalin (27 ha), amigne (21 ha), humagne blanche (9 ha), rèze (0,7 ha) en durize (0,65 ha). Blijven er nog enkele internationale rassen over die als test aangeplant werden. Het gaat om de tannat, viognier, mondeuse en sémillon. Op een totaal van 56 rassen zijn er qua oppervlakte slechts een twintigtal belangrijk.

De autochtone rassen nemen 165,35 ha voor hun rekening wat goed is voor 3% van de totale aanplant. “Aangezien we ons bewust zijn van dit uitzonderlijk patrimonium en van de mooie wijnen die hieruit voortgebracht worden, waren we één van de eersten om de autochtone rassen her aan te planten. Een voorbeeld dat reeds veel navolging kreeg de laatste twee jaren, waarschijnlijk omwille van economische redenen”, aldus Dominique Rouvinez. De coöperatie Provins produceerde in 2001 niet minder dan 600.000 liter “specialiteiten” en voorziet een productie van 1,5 miljoen liter binnen 5 tot 6 jaar. Een kantonale commissie (Viti 2006 genoemd) buigt zich over een strategie op lange termijn voor de wijnbouw in de Valais. Het heeft vooral aandacht voor de lokale rassen en de typische Rhônerassen zoals de syrah en marsanne. Doel is het terroir valoriseren ten voordele van de lokale rassen en variëteiten met een eigen identiteit. “De inheemse rassen zijn veeleisend. Ze rijpen laat en verlangen goed geëxposeerde percelen. Dus enkel wingerds die behoren tot de eerste zone (max. 650 meter hoogte; 1.300 ha) en die heel wat zorg nodig hebben. Dit betekent dat slechts weinig wijnbouwers mét de nodige kennis van zaken ze kunnen aanplanten”, aldus Rouvinez. Voor deze rassen dringt selectie zich op en dient de productie heel regelmatig te zijn. Klonale selectie werd geweigerd omdat de kans op missingen te groot is. Ook de keuze van de onderstok is belangrijk, vooral op kalkrijke bodems. Ondertussen is men volop aan het experimenteren met diverse onderstammen.

Dossiers IVV, klik hier

Geef een reactie