De twee gezichten van Jurançon

19/10/2020
Gros manseng, petit manseng (spreek uit : mànsèinnng)
Jurançon sec, Jurançon
Droog wit, Zoet wit
De één of de andere, het hart klopt van beiden
De één of de andere, waarom niet … als de kwaliteit er maar is

19/De gecontroleerde herkomstbenaming Jurançon slaat enkel op de productie van zoete of likoreuze wijnen. Het is één van de oudste appellaties van Frankrijk. Ze situeert zich ten zuidwesten van Pau en beslaat 25 gemeentes. Ze heeft de vorm van een verpletterde vierhoek en loopt over een veertigtal kilometer met Jurançon en Gan langs de ene zijde, en Monein en Lahourcade langs de andere zijde. Ze ligt geprangd tegen de uitlopers van de Pyreneeën en strekt zich uit over de heuvels die zich bevinden op een hoogte van 300 tot 400 meter. In feite is het een vierhoek die bestaat uit verbrokkelde parcelen want naast wijngaarden vind je er ook maïs en voeders. Deze polycultuur is steeds een belangrijk kenmerk van deze regio geweest.

De AOC Jurançon sec is daarentegen stukken jonger. Ze ontstond pas in 1975. Ze is er gekomen uit commercieel oogpunt want in die tijd lagen de zoete wijnen niet zo goed in de markt. Meer zelfs, de toekomst van de appellatie was in gevaar. De grote verdienste gaat naar de coöperatie van Gan die de ‘droge’ appellatie tot stand gebracht heeft dankzij de uitstekende kwaliteit van haar droge wijnen die aan de vraag van de markt voldeed.

De AOC beslaat hetzelfde gebied als deze voor de zoete wijnen.

De twee gezichten van Jurançon

Op administratief en rechtskundig vlak wordt de wijngaard vandaag ‘ontdubbeld’. Maar om deze tweeslachtigheid beter te kunnen begrijpen moet men dieper graven en eerst en vooral halt houden bij de aangewende druivenrassen. De decreten van de appellaties weerhielden zes druivenrassen : gros en petit mansengs, gros en petit courbus, camaralet en lauzet. In de wijngaard zelf nemen de eerste twee de bovenhand. Nog steeds domineert de gros manseng niettegenstaande de wijnbouwers vandaag eerder de voorkeur geven aan de petit manseng wanneer heraangeplant wordt of nieuwe wijngaarden aangelegd worden. Daarnaast zijn er nog tal van bedrijven die nog heel wat wijngaarden met courbu bezitten.

Zoals de naam laat vermoeden, gros manseng grote druiven, petit manseng kleine druiven… Of anders gesteld, de ene druif veel water, de andere stukken minder. Onmogelijk om van de gros manseng een likoreuze wijn te maken omdat de schil heel fragiel is en de relatie water/droogextract niet in verhouding staat. Het beste wat men van de gros manseng kan maken is een zoete, eenvoudige en lichte aperitiefwijn. Iets wat vooral in het verleden gebeurde want toen werd de wijn in barriques van 300 liter ieder jaar getransporteerd richting Pau waar hij binnen het jaar werd soldaat gemaakt.

De petit manseng daarentegen heeft een stevige schil en is perfect geschikt voor het ‘passerillage’-proces. Een procédé dat afhankelijk van het jaar plaatsvindt tussen oktober en december. Het is een druif die zorgt voor karakter en diepte. Een kwaliteit van grote likoreuze wijnen met heel wat bewaarpotentieel dankzij de prima zuurstructuur. Die zuren heeft deze druif te danken aan de koele nachten die zo typisch zijn voor deze regio.

Feit is dat men niet kan ontkomen aan de realiteit van de markt : die absorbeert stukken moeilijker grote hoeveelheden zoete en likoreuze wijn dan witte wijn. De consumptie van deze laatste categorie ligt dan ook stukken hoger. Daarenboven staat de consument vrij wantrouwig tegen wijnen met restsuiker. Hij houdt er in heel wat gevallen enkel slechte souvenirs aan over en dat valt te verklaren door de vele slechte zoete wijnen die hopeloos te veel gezwaveld zijn.

Deze wijsheid gekoppeld aan het feit dat de gros manseng nog steeds 70% van de totale aanplant voor z’n rekening neemt brengt ons bij de vraag hoe de toekomst van deze druif eruit ziet, zowel op economisch als kwalitatief vlak.

Op economisch vlak wordt dit eenvoudig opgelost door de productie van een voldoende hoeveelheid droge witte wijnen. Iets wat wettelijk mogelijk werd door de creatie van deze specifieke appellatie in 1975. Rest er nog de wijnbouwers dit type wijnen te produceren volgens de traditie van Jurançon.

Het twijfelende gezicht

Heel wat verantwoordelijken van de coöperatie beschouwen de droge wijnen als een uitstekend hulpmiddel om de mosten met een middelmatig alcoholgehalte ten gevolge van hoge rendementen te zuiveren. Al snel kwam de gewoonte tot stand om deze wijnen te maken van druiven van de eerste selectie die afkomstig zijn van de totaliteit van de parcelen, terwijl de resterende druiven op de stok bestemd zijn voor zoete wijnen na passerillage. Een soort droge wijn dus bij gebrek aan een zekere vorm van maturiteit. In realiteit betekent dit dat de geoogste druiven van een eerste selectie afkomstig zijn van stokken met hoge rendementen, bijvoorbeeld 70 tot 80 hl/ha. De passerillage van de resterende druiven zorgt voor een daling van het rendement zodat het gemiddelde van beiden overeenkomt met het maximaal toegestane rendement door het decreet.

Nog heel wat producenten zweren ook vandaag nog trouw aan dit gebruik. Gevolg ? Vele droge wijnen hebben een rechtlijnig profiel, zijn vrij vegetaal en hebben te kampen met een hoge zuurtegraad. Ontzuring van de most dringt zich op maar wanneer men de wijnen proeft krijgt men dikwijls te kampen met een vrij onaangename zoute smaak. De meeste van deze wijnen werden gevinifieerd op roestvrij stalen tanks.

De pioniers

Onder impuls van de vernieuwende pioniers Henri Ramonteu, Georges Bru-Baché en Charles Hours, waaide er vanaf de tweede helft van de jaren tachtig een nieuwe wind door de wijngaarden. Dat leidde gelukkig tot een nieuwe categorie droge witte wijnen die het aanbod verrijkt hebben.

Henri Ramonteu was de eerste die op zijn Domaine Cauhapé nieuwe technologische procédés invoerde zoals de ‘macération préfermentaire’, temperatuur geregelde tanks, vergisting op nieuwe eikenhouten vaten : « de dikke schil van de petit manseng moet in staat zijn om complexe droge witte wijnen te maken aangezien al de kwaliteiten van de druif in die schil zitten », vertelt hij. Maar vandaag bekommert hij zich ook om de wijngaarden om een nog betere kwaliteit te verkrijgen. Een selectie van aparte parcelen, de ene bestemd voor droge witte wijnen, de andere voor zoete en likoreuze witte wijnen. Op die manier kan het probleem van de rendementen beter in de hand gehouden worden. Dat betekent dat in sommige jaren een grondige ‘vendanges en vert’ wordt doorgevoerd tijdens de maand juli om vooral het rendement van de gros manseng te beheersen. « Hoe hoger de densiteit van de wijngaard, hoe beter de kwaliteit zal zijn », vertelt hij ons. « Op die manier kan er een grondige en efficiënte selectie doorgevoerd worden tijdens de maand juli zodat een gemiddeld rendement van 45 hl/ha bereikt wordt ». Zijn gamma bestaat uit vier cuvées zoet en drie cuvées droog waaronder een frisse witte wijn gemaakt van jonge stokken en een Cuvée Noblesse afkomstig van petit manseng en die in de neus overrijpe toetsen etaleert.

Charles Hours besliste om op zijn drie hectare wijngaard slechts twee verschillende cuvées te maken : de droge cuvée Marie en de likoreuze Clos Uroulat. Een keuze die hij in 1983 gemaakt heeft. Niet alleen omwille van de eenvoud maar evenzeer omwille van de strengheid die hij aan de dag legt. Ondertussen werd de wijngaard uitgebreid tot 7,5 ha en koopt de wijnbouwer ook nog druiven aan. Na verloop van tijd werd de Cuvée Marie vergist en gelagerd op eikenhouten vaten. De wijn is hierdoor ronder en dieper geworden. Vandaag worden hier ook de bio-principes toegepast. Dit kan enkel de vitaliteit van de wijn ten goede komen.

Locomotief vindt aanhangwagens

In de schaduw van deze meesters hebben heel wat jonge wijnbouwers de exploitaties van hun ouders overgenomen tijdens de tweede helft van de jaren tachtig. Hun aantal, hun keuze voor monocultuur, druivencultuur nota bene, en hun experimenten hebben een schokbeweging in Jurançon tot stand gebracht.

Jean-Bernard Larrieu van het Clos Lapeyre, Pascal Labasse van het Domaine Bellegarde, Jean-Marc Grussaute van het Domaine Larredya en nog enkele anderen hebben gedurende tien jaar geëxperimenteerd en onderzoeken uitgevoerd op niet alleen de zoete witte wijnen, maar ook op de droge versies. Ze hebben baanbrekend werk verricht in de wijngaard, de rendementen gevoelig beperkt, de ‘macération pelliculaire’ ingevoerd, wijnen gelagerd op eikenhouten vaten op hun droesem en het procédé van ‘bâtonnage’ doorgevoerd, het proces van de micro-oxygenatie’ op punt gesteld, enz… Het zijn allemaal bijdragen die ervoor gezorgd hebben dat de wijn ronder, dieper en complexer werd. Wijnen met een stevig bewaarpotentieel en met typische citrusaroma’s die zo typisch zijn voor de Jurançonwijnen. Wijnen met heel wat volume in de mond die vooral binnen de gastronomie tot hun recht komen. Met de komst van Daniel Craker, de vennoot van Jean-Bernard, hebben de bio-principes hun intrede gemaakt over de ganse wijngaard. De droge versie van de cuve 2000 werd gelagerd op z’n droesem gedurende vier maanden zonder toevoeging van zwavel.

Het valt trouwens op dat voor de ganse appellatie Jurançon nog steeds op zoek is naar een eigen ‘gezicht’, naar een doeltreffende wijze om het maximum aan potentieel uit haar wijngaarden te halen. Nog te weinig wijnbouwers halen vandaag het niveau van de hierboven beschreven producenten.

Nochtans is het gebruik van moderne technologiën onafwendbaar om het beste uit de gros manseng te kunnen halen. Bénédicte Le Bec, oenologe van het officieel laboratorium van de appellatie, bevestigt deze stelling : « vandaag komen heel wat wijnbouwers mij opzoeken. Ze vragen mij welke technologische keuzes ze moeten maken ; ze willen hun droge witte wijnen meer karakter geven want de commerciële concurrentie is veel groter bij dit type wijnen ».

Een persoonlijke bedenking om het hoofdstuk van de droge witte wijnen af te sluiten : op zoek gaan naar een eigen identiteit is één zaak, de wijzigingen binnen het druivenrassenbestand op middellange termijn een andere zaak. Zou de petit manseng niet eerder gebaat zijn met een doelgerichte keuze van het terroir in plaats van alle energie te steken in nieuwe technologische middelen ?

De petit manseng, een groots druivenras

De petit manseng is ontegensprekelijk een klein druifje dat echter een dikke schil bezit. Het is een ras dat zich uitstekend leent tot « passerillage » aangezien de schil voldoende dik is. De druiven bestemd voor zoete en likoreuze wijnen genieten van heel wat zon en licht tijdens de herfst. Bovendien is de herfst in Jurançon bijna altijd droog. De druiven worden op die manier overrijp terwijl de schil gegrild wordt. Bij gemiddelde rendementen van 25 hl/ha zal de petit manseng « passerillé » geconcentreerde aroma’s etaleren van gekonfijt citrusfruit, perzik, exotisch fruit, honing, mispel, gember en kaneel. Daarenboven is er nog de uitstekende aciditeit die het zoet mooi weet te ondersteunen. Bij rendementen van 45 hl/ha zal de wijn minder lengte bezitten, maar toch blijven de overrijpe aroma’s heel wat charme, frisheid en elegantie bezitten. Tijdens het ouderen vervoegt het aroma van witte truffel de aromatische complexiteit.

Zoet en likoreus, het ‘vrolijke’ gezicht

Deze wijnen hebben in de loop der eeuwen het historisch gezicht van Jurançon bepaald.

Toch stelt men tijdens een degustatie van een honderdtal wijnen heel wat gemeenschappelijke karaktertrekken vast. Natuurlijk zijn er verschillen, en ze zijn heel belangrijk, maar je proeft dat het wijnen zijn die gemaakt werden uit ervaring. De petit manseng laat zich hier van z’n knapste zijde bewonderen niettegenstaande heel wat cuvées bestaan uit gros manseng of uit een blend van beiden. De beste wijnbouwers maken hieruit fraaie producten, bij tal van anderen zijn de wijnen eerder onpersoonlijk.

V.T., Quintessence and co

Om volledig te zijn vermelden we nog dat sommige domeinen, zoals Jolys en Bru-Baché ook Vendanges Tardives wijnen maken zoals toegestaan wordt in het decreet van 1994 : wie bij de oogst een potentieel alcoholgehalte van 16° haalt, mag niet meer chaptaliseren (dit is niet het geval binnen de zoete en likoreuze herkomstbenaming) en ziet zich verplicht om de wijnen gedurende 18 maanden te lageren. Het zijn twee voorwaarden waaraan voldaan moet worden indien men de vermelding V.T. wil bekomen. 

Er bestaat geen enkele twijfel over : de wijnen uit Jurançon zijn schitterende wijnen. Een gegeven dat ook schrijfster Colette niet ontgaan is.

Onze keuze :

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie