De wijnen van Blaye

Blaye zou kunnen afkomstig zijn van “blé” (graangewas) of van “blond”, net zoals het graan. Sommige auteurs verwijzen naar “déblayer” wat zoweel betekent als het graan bij elkaar sprokkelen. Blaye, regio van de granen: we hebben het begrepen! Maar feit is dat er op de hellingen wijnstokken gedijen en die staan daar al heel lang…

Wist u dat …
We geen “blaie” maar “blaaaille” zeggen…

We kunnen het niet laten u enkele regels te citeren van Bernard Ginestet (Collection Le Grand Bernard des Vins de France). Als inleiding op zijn hoofdstuk over de Côtes de Blaye (1990) begint hij met: “(…) u gaat het ganse hoofdstuk toch niet “côtes de blaie” lezen want dan sluit u maar beter dit boek en komt u onmiddellijk naar hier om zelf te horen hoe de inwoners van Blaye hun naam open, lang en rijkelijk laten rijmen op woorden als Hendaye, cobaye, gouaille, ripaille, canaille…”

De beroemde Roland, ridder en neef van Karel De Grote, rustte maar liefst bijna 9 eeuwen in Blaye

Bij zijn terugkeer na de strijd tegen de Saracenen (Moren) bracht Karel De Groote het lichaam mee van Roland die gedood werd op de col van Roncevaux in 778 (volledigheidshalve: hij werd niet gedood door de Saracenen maar door de Baskische bergbewoners, de Vascons). Het lichaam werd bijgezet in de kerk van Saint-Romain in Blaye waar het bleef rusten tot de 17e eeuw. Sindsdien missen we elk spoor, niet alleen van het lichaam maar ook van de kerk van Saint-Romain. Deze bevond zich op de plaats waar nu de citadel staat. Waarschijnlijk moest ze verdwijnen voor de bouw van een fort.

Blaye: hoofdstad van de wijn, de handel en de havens

Neen, dit is géén legende. In de periode dat de Médoc nog niets te betekenen had was Blaye reeds de economische scharnier van de Bordelese regio: wijnbouw, het handelskruispunt waar wijnen en andere goederen ingescheept werden naar zowel Engeland als Toulouse… Dat was reeds zo in de Oudheid (zie de geschriften van Strabon in de 1e eeuw N.C.) en duurde tot in de 16e eeuw. Trouwens, de Romeinse weg die vertrok vanuit het Spaanse Pamplona naar het noorden van Frankrijk liep door Blaye.
Het geografisch geïsoleerde Blaye zoals we het vandaag kennen, vindt zijn oorsprong in de ontwikkeling van de wijngaarden en van de havenactiviteit en waarschijnlijk nog het meest in het ontstaan van de spoorwegen in de 19e eeuw; wat van Blaye een schiereiland maakte.

Dorpjes, landhuizen en kastelen in de Médoc gebouwd met steen uit Blaye

De uitbouw van de wijnbouwactiviteit op de linkeroever van de Médoc gebeurde niet met beton. Het basismateriaal kwam van dichtbij. Meer bepaald bij de buren van Blaye met zijn kalkrijke hellingen.

Vaderschap van de citadel verkeerdelijk toegewezen aan Vauban

Vauban, de beroemde bouwer van militaire forten, heeft effectief meegeholpen bij de bouw van de citadel van Blaye. Maar vergeten we niet dat er reeds een fort bestond. Dat ging echter volledig tenonder en Louis XIV beval de restauratie vanaf 1650, toen hij een bezoek bracht aan Blaye. De eerste getekende restauratieplannen dateren uit deze periode. Maar de werken daarentegen gingen pas van start in 1680 onder leiding van de ingenieur Ferry. Vijf jaar later kwam Vauban op zijn beurt tussenbeide. Hij zette de plannen van Ferry verder en bracht enkele wijzigingen aan. De ingenieuze Vauban was dan ook niet de enige ontwerper van de citadel. Daarenboven leert de geschiedenis ons dat heel wat vondsten niet van zijn hand zijn maar wel van zijn baas Blaise-François de Pagan. Toegegeven, het genie Vauban heeft wel een niet-in-te-nemen barrière gecreëerd op de Gironde . In zekere zin heeft hij de citadel van Blaye verlengd door een versteviging aan te brengen aan de andere zijde, het Fort-Médoc, en tegelijkertijd bracht hij op het centrale eiland Fort-Pâté aan, een versteviging tussen beiden in. Op die manier konden de schepen op drie militaire punten onder vuur genomen worden en was de Bordelese regio onmogelijk in te nemen langs de zee.

De wijnen van Blaye: medicinale wijnen voor de graves-wijnen?

In zijn tweede editie “Bordeaux et ses vins” (1868) schrijft Féret het volgende over de wijnen van Blaye: “Ze zijn hoofdzakelijk bestemd om vulling en molligheid te geven aan de te lichte graves-wijnen, zonder dat hun natuurlijk karakter en boeket verloren gaat”.

De witte wijnen van Blaye: half Bordelees, half Charentais

Wanneer we de diversiteit van de witte druivenrassen van Blaye bekijken, dan zien we drie rassen die niet erg Bordeaux-getint zijn: de ugni blanc, de colombard en de merlot blanc. Zelfs al lijkt het erop dat ze vandaag aan het verdwijnen zijn, toch maakten ze steeds deel uit van de economie van de regio. Nauwelijks vijftien jaar geleden waren ze nog goed voor de helft van alle witte druivenrassen!
De ugni blanc en de colombard zijn ontegensprekelijk druivenrassen uit de Charentes, maar daarnaast zijn het in de eerste plaats twee rassen die geschikt zijn voor de productie van wijnen bestemd voor distillatie.
Dit is een belangrijk detail want door hun aanwezigheid zijn deze rassen in zekere zin het symbool van de economische, sociale en culturele geschiedenis van Blaye.
Zonder echt in detail te gaan, schetsen we toch nog even enkele sleutelpunten: op economisch vlak, toen Blaye haar machtspositie verloor, zowel qua wijn als haven, verplichtte de economische malaise Blaye tot het vinden van oplossingen. Op cultureel gebied situeert Blaye zich op de grens van twee verschillende culturen: deze van de “langue d’Oc” en die van de “langue d’Oïl”
Op sociaal vlak bekeken de mensen uit Gascogne de inwoners van Blaye maar met een scheef oog. De bevolking van Blaye bestond immers voor een groot deel uit “buitenlanders”, alhoewel de meeste van die ‘buitenlanders’ van niet veel verder kwamen dan Charentes. Ze noemden hen de “Gavaches” (een naam die vroeger gegeven werd aan bewoners uit de Pyreneeën, afkomstig van ‘Gave’ wat bergriviertje betekent) omdat ze vonden dat ze eruit zagen als bergbewoners: stoer en slecht gekleed. Op die manier is een lokaal dialect ontstaan, het ‘Gavache’.
De inwoners van Blaye dragen het gewicht van een vroegere cultuur met zich mee, in zekere zin een vorm van uitsluiting: het zijn geen echte ‘Gascons’ maar evenmin echte ‘Saintongeais’. Op die manier valt ook de twijfel op wijngebied te verklaren: behoorde de productie tot die van de Gironde of tot die van de Charentes? Of anders gesteld, zijn het wijnen om te drinken of om te distilleren?
Of wat een gedetailleerde lectuur van de druivenaanplant ons al niet leert!

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie