Entre-Deux-Mers : Waar, wie, wat en hoe?

De wijnbouwers uit de Entre-Deux-Mers zetten deze herfst in België een actie op het getouw om vooral de restauranthouders te verleiden. Hun leitmotiv: “Hoe zullen de wijnen uit de Entre-Deux-Mers uw restaurant en zijn visspecialiteiten bij 873.500 families bekend maken?” Of anders gesteld: “873.500 Belgen staan klaar om in het lokaas van uw talent te bijten!”. Reden genoeg voor IVV om de Entre-Deux-Mers te herbekijken.


Wie heeft zich nog nooit afgevraagd wat nu de exacte definitie is van de Entre-Deux-Mers? Toen ik enkele werken en magazines bekeek die reeds een tiental jaar geleden verschenen zijn en zich specifiek toeleggen op de appellatie Entre-Deux Mers, dan viel mij één constante op: de moeilijkheid voor de liefhebber om de Entre-Deux-Mers exact te lokaliseren en te identificeren. (Een moeilijk gegeven dat trouwens ook van toepassing is op de lokale bevolking, want op de wijnkaarten uitgegeven door de toeristische dienst staat te lezen dat Entre-Deux-Mers synoniem is voor witte droge én liquoureuze wijnen. Nochtans werd deze laatste categorie definitief vaarwel gezegd in 1953!)

Lokalisatie

De A.O.C. Entre-Deux-Mers is nochtans niet zo groot: met ongeveer 1.500 ha is ze het equivalent – qua oppervlakte – van de appllaties Sauternes of Margaux… en zelfs drie keer kleiner dan de A.O.C. Saint-Emilion. Om maar te zeggen dat een culturele aanpak van de herkomstbenaming makkelijk verwezenlijkbaar is en dat een proeverij van het gros der wijnen geen onoverkomelijke klip is.

Ja maar … het is een feit dat: de 1.500 ha A.O.C. Entre-Deux-Mers versnipperd liggen over 47.000 ha wijngaarden die, afhankelijk van de keuze van de respectievelijke wijnbouwer, recht geven op de A.O.C. E2M . Meer zelfs, de A.O.C. omvat meer dan 100 gemeentes! Wanneer we de A.O.C.-zone van het ene uiterste naar het andere doortrekken, weten we gewoonweg niet meer waar we nog zijn!

Nochtans kunnen we de Entre-Deux-Mers maar al te goed situeren: de regio strekt zich immers uit tussen de twee armen van de rivieren Dordogne en Garonne. En toch telt deze regio een tiental appellaties want de Côtes de Bordeaux, Saint-Macaire, Graves de Vayres of Sainte-Foy en nog enkele anderen maken er eveneens deel van uit.

De oorsprong van de Entre-Deux-Mers stond dikwijls ter discussie. Logischerwijze vermits de naam verwijst naar de twee rivieren die haar begrenzen. Nochtans dient de term “mers” (zee) enige verduidelijking. Het is een bekend gegeven van de getijden van de atlantische oceaan dat toelaat of in ieder geval vroeger toeliet dat boten langs beide rivieren makkelijk tot diep in het hinterland konden varen; meer bepaald, zo werd gezegd, tot in La Réole voor wat betreft de Garonne en nabij Castillon la Bataille voor wat betreft de Dordogne. Wat er ook van aan was, feit is dat al naargelang de coëfficiënt van de vloed en het waterniveau van de rivieren, men geregeld te kampen heeft met aan de stroming tegengestelde golven, en dat, verder dan Castillon voor de Dordogne, het niet ongewoon is dat men de indruk heeft dat de stroming van de rivier volledig omgekeerd is.
De naam “Entre-Deux-Mers” is tenminste 8 eeuwen oud want de benaming “entre dos mars” vinden we reeds terug in Bordelese geschriften uit de 12e eeuw.

Het karakter van de bodems

Het is bijzonder moeilijk om een geologische en stratigrafische definitie te geven van de eigenheid van de bodems van de “Entre-Deux-Mers”.
Binnen de leemgrond treffen we heel wat diversiteit aan: afzettingen, kalk, zand en mergel. Bovendien wordt de diversiteit nog vergroot door tal van extra componenten enerzijds (zand met mergel, leem met zand, mergel met kalk, mergelaarde met silicium, enz…) en door het karakter van de ondergrond anderzijds (kalktafel, diepe mergel, zand…)

Schematisch voorgesteld kunnen we stellen dat de Entre-Deux-Mers een stevig kalkplateau is dat enkele tientallen meters hoog reikt en bedekt is met verschillende afzettingen: slibhoudend zand en grind domineren de westelijke en zuidwestelijke kant; van het oosten tot het noordoosten wordt de kalktafel – verlenging van deze van Saint-Emilion tot Castillon la Bataille – bedekt met slibhoudende afzettingen en zand vermengd met slib. Het totaalreliëf is heel verschillend, de natuurlijke drainage en de wind hebben de uithollingen aan de voet van de hellingen gevuld met slib en zand; de meest bekende afzettingen in de Entre-Deux-Mers zijn ongetwijfeld de ‘boulbènes’ of zanderige leemgronden.
Tot slot, op verschillende plaatsen leidde de erosie van de hellingen tot de vorming van een laag kalkzandsteen met een groot aandeel kalk, zoals dit vooral het geval is op de hellingen die uitkijken op de Dordogne. In deze regio langs de Dordogne (het kalkplateau loopt er relatief terug al naargelang de plaats) hebben we te maken met bodems die aan de voet van de hellingen sterk zand en slibrijk getint zijn en bovendien bedekt worden met mergel en/of zanderige mergel of soms uitgesplitst worden in verschillende lagen: deze eigenheden zijn sterk vergelijkbaar met deze die we aantreffen in de terroirs van Saint-Emilion, m.n. vooral die aan de voet van de zuidelijke hellingen en die in de vlakte.

De Entre-Deux-Mers beschikt dus niet over één specifiek terroir, of anders gesteld: het bijzondere aan deze regio is de diversiteit van de verschillende terroirs.
Een eenheid Entre-Deux-Mers kunnen we op geologisch vlak niet identificeren maar kunnen we dat vandaag wel voor wat betreft Saint-Emilion? Mergel in Figeac en het kalkplateau in Saint-Martin, diepe leembodems in Saint-Christophe des Bardes of slibhoudend zand in Saint Pey d’Armens… waar zit de constante?

Het plateau van Entre-Deux-Mers haalt een gemiddelde hoogte van 60 tot 100 meter maar reikt tot op 147 m in Launay, het dak van de Gironde. Het plateau bestaat uit twee hellingen: de noordelijke die uitkijkt op de Dordogne en een zuidelijke gericht op de Garonne. Nochtans bestaat er een virtuele lijn tussen beiden want de regen kan zich een weg banen langs beide hellingen en dus terecht komen in één van beide rivieren.

Entre-Deux-Mers, een verhaal van pioniers

Maar wat is nu eigenlijk de Entre-Deux-Mers?
De geschiedenis geeft ons alvast heel wat antwoorden. Een verhaal van wijnbouwers die verpletterd werden door hun eigen levensverhaal en het vervolgens herschreven.
De Entre-Deux-Mers was op een bepaald moment een uitgestrekte wijngaard van 70.000 ha waar niet alleen droge witte wijnen gemaakt werden maar vooral zoete witte wijnen. Zoete wijnen waarvan het protocol van het productieproces (opgelet dateert uit 1950) eerder doet denken aan de praktijken van bedriegers: droog wit + zwavel + alcohol van 90° + suiker in poeder = zoete witte wijn!!! De Entre-Deux-Mers nemen een nieuwe wending in de jaren 1950. Het INAO verzocht hen na te denken over hun toekomst en op initiatief van een handvol wijnbouwers – met André Lurton op kop – hebben ze alle wijnen uit de regio geproefd. Het resultaat was zo ontgoochelend dat zij voorstelden om voortaan nog enkel een droge witte Entre-Deux-Mers te vinifiëren. De handel schreeuwde moord en brand, net zoals een heel pak wijnbouwers trouwens, maar André Lurton, die aan het hoofd van het wijnsyndicaat kwam te staan, zette samen met zijn aanhangers door en in 1953 werd het appellatiedecreet gewijzigd. Het decreet voorzag in de exclusiviteit van droge witte wijnen die uitsluitend mochten gemaakt worden van sauvignon, sémillon en muscadelle. Het stelt een verplichte blinde proeverij in door een jury van professionals – een première binnen de Franse wijnbouwgeschiedenis. De eerste officiële goedkeuring in Frankrijk is geboren!
Maar niet iedereen is hier even gelukkig mee. Vooral de handel niet zodat tal van wijnbouwers de appellatie verlaten om zich te vervoegen bij de A.O.C. Bordeaux. Op die manier wordt de oorspronkelijke productie gedecimeerd!
Het syndicaat pakt nadien de typiciteit van de wijnen aan. Ze mikt op de E2M zoals wij die vandaag kennen, t.t.z. ze moedigen de wijnbouwers aan om sauvignon aan te planten zodat hun wijnen floraler en nerveuzer worden.
Ook Emile Peynaud neemt deel aan dit avontuur en schrijft een protocol voor om de wijnen bij lage temperaturen te vinifiëren met inbegrip van het proces van débourbage.*
Het syndicaat is zich bewust van de moeilijkheden die deze nieuwe vinificatiemethodes vergen en bekomt van de Kamer van Landbouw de geboorte van de eerste oenologische laboratoria aan de Gironde die, naast analyses, ook regelmatig de domeinen volgen en met raad bijstaan.
En dan komt de tijd van de herverkaveling. De wijndomeinen van de Entre-Deux-Mers zijn – net zoals alle wijngaarden in Frankrijk – een mozaïek van kleine percelen die her en der verspreid liggen in de regio.
De wijnbouwers gaan vervolgens percelen met elkaar ruilen – en ook daar zijn ze heuse pioniers in – zodat diverse percelen deel gaan uitmaken van één enkel domein.
* Het verwijderen van most en ongerechtigheden uit de wijn

Deze syndicale energie is ook vandaag nog duidelijk merkbaar. Nadat ze hun goedkeuringsprotocol herzien hadden – met als doel strenger op te treden (waarschijnlijk één van de meest strenge van Frankrijk) – streefden de wijnbouwers naar een verplichte botteling van de wijn op fles in de regio van de productie. De officiële goedkeuring kon dan ook maar verkregen worden nadat de wijn gebotteld was. En vandaag wordt zelfs een verhoging van de aanplantdichtheid tot minimum 4.000 stokken per ha overwogen (actueel zijn dat gemiddeld 3.000 stokken per ha maar veel percelen zijn aangeplant met 4 meter ruimte tussen de rijen stokken).

Geef een reactie