Genetisch gemanipuleerde gisten nu ook in de wijn?

16/11/2020 - De huidige traditionele wijnbouw heeft het biologische leven in de wijngaard dermate vernietigd dat er van spontane gisting al lang geen sprake meer is. Gist toevoegen aan de most is voor vele wijnmakers, spijtig genoeg, dagelijkse kost geworden

Daarbij is het ook goed om te weten dat meer dan 300 aromatische (wettelijk toegelaten) giststammen AOC-wijnen kunnen parfumeren, waardoor elke herkomsttypering verdwijnt.

Maar hoe verkrijgt men al die kunstmatige giststammen? Met transgenese of andere ingewikkelde manipulaties? Goed, maar wat zijn de gevolgen van al dat gesofistikeerde wetenschappelijke gedoe voor de wijn? Hoe zal deze nu verouderen? En wat met diegene die dat brouwsel drinkt, de consument?

Wettelijk moet men het onderscheid maken tussen „transgenese“ en „auto-klonering“. Het lijkt er echter wel op dat men hier meer gebruik maakt van kloontechnieken om giststammen aan te maken. Met deze techniek verwijdert men de genen uit de genetische systematiek om hen opnieuw in een gelijkaardig systeem te herintroduceren.

Drie belangrijke bednkingen dringen zich op:

1) Wordt het evenwicht niet verstoord, wanneer men genen uit de ene systematiek verwijdert om die in een andere te introduceren? Vergelijk: Wat zou er gebeuren als men van een partituur de noten wegneemt? Ieder gen heeft een functie, zegt Professor Seralini en hij wijst er in al zijn voordrachten voortdurend op dat de introductie van een vreemd gen in een bestaand genetisch systeem, de werking beïnvloedt van de oorspronkelijke genen en zelfs wijzigt. Begrijpelijk toch, als men weet dat het leven geen pure mechanica is.
Of stel wanneer een vierde persoon zich in een discussie tussen drie personen mengt, zal dan het gesprek met precies 1/4 beïnvloed worden. Nee toch, en als die vierde een sterke persoonlijkheid is, neemt de gehele discussie zeerzeker een totaal andere wending.
Met „auto-klonering“ loopt men waarschijnlijk precies hetzelfde risico: de hele systematiek ligt toch overhoop, of niet?

2) Is een synthetisch verkregen gen wel helemaal gelijk aan het gekopieerde origineel, zeker wanneer het levende materie betreft? M.a.w. iets dat ontstaan is door een door het zonnestelsel gestuurde matrix en beïnvloed werd door de afwisselende seizoenen, kan dat dan kwalitatief vergeleken worden met iets dat in een labo gecreëerd werd?

Als men de vitamine C van de egelantierbottel vergelijkt met een synthetische vitamine C, kan men zichzelf al snel een idee vormen van het verschillend effect op het lichaam.
Is het leven geen aaneenschakeling van frequenties en stralingen of wat de Aziaten vibraties noemen? Kan, ook op dit niveau, het synthetische de gelijke zijn van levende materie? Niets dat daar op wijst. Temeer daar één van de klassieke methoden bij de aanmaak van een aromatische gist erin bestaat, in het systeem net vóór het smaakgevende gen een voorloper te plaatsen die de functie nog eens versterkt. Het is streven naar het «steeds meer»-effect dat de toevallige, natuurlijke en tijdsgebonden invloed van de natuur wegcijfert en zelfs modificeert in een soort banaal “bandwerk”.

3) Wat verstaat men onder een cel van dezelfde soort of «sterk gelijkend»? Is dat geen discrete verwijzing naar een soort verwantschap om zo de aangemaakte genetisch gemanipuleerde organismen te officialiseren met een meer vertrouwen wekkende benaming, die omwille van de commercie beter aanslaat dan hun eigen oorspronkelijke benaming?
Laten we hieraan toevoegen dat men tot op vandaag niet meer dan 20% van alle micro-organismen in onze wereld kent en het dus quasi onmogelijk is de storende effecten te meten van de gekloonde giststammen op hun omgeving. Het zal velen onder ons een zorg wezen, zelfs wanneer dat een risico inhoudt de natuurlijke gisten te verliezen, die nu net deel uitmaken van het typerende AOC-patrimonium.
En erger: Wat «horizontale transfers» genoemd wordt, is alleen maar te controleren in die laboratoria…

En de wijn? Hoe is die als men hem met deze giststammen vergist?

Wat men weet is dat deze wijngist niet lang actief is en wanneer men hem later opnieuw wil reactiveren, hij na enige tijd afsterft. Het lijkt erop dat elke vorm van echt leven deze indringer uitsluit. Misschien is dat de reden dat veel van die wijnen geen bewaarcapaciteit meer hebben.
Indien men aanvaardt dat het leven een geheel is, waar zoals in een mozaïek elk onderdeeltje belangrijk is om tot die oneindige diversiteit te komen, kan men begrijpen dat er zich overal rondom ons micro-universums, relaties en harmonieën ontwikkelen, die men zomaar niet ongestraft kan verplaatsen.

Het is trouwens het thema in het boek “La Plan(è)te” van wetenschapper Perez die in de genetische sequenties de juiste verhoudingen en ritmes (het gouden getal) gevonden heeft.
Tenslotte toch nog dit: de biologische wijnbouw maakt gebruik van een milieu waar leven gecreëerd wordt met gepersonaliseerde wijnen, zonder veel poespas, en die enkele uren na de oogst spontaan beginnen te gisten. En daarenboven, dankzij die microflora van het milieu, de juiste eigenheid van de AOC benadrukken. Is dat niet eenvoudiger?

Voor meer “Oeno”, klik hier 

Geef een reactie