Het bos tussen de tonnen niet zien (5)

Enkele cijfers…

Het woud

Ter info: 30% van ’s werelds landoppervlakte is bedekt met bossen, 67% van de bomen zijn loofbomen, 33% naaldbomen.
In Europa beslaat het beboste gebied 28%. Het betreft hier bijna uitsluitend secundaire bossen. In Europa is het primaire woud uitgestorven en daarmee dus ook haar oorspronkelijke biodiversiteit.
Frankrijk telt in totaal 15 miljoen ha bos, of 28,2% van haar grondgebied. Deze oppervlakte neemt sinds 1950 nog voortdurend toe met zowat 75.000 ha per jaar.
De meest beboste gebieden zijn Franche-Comté, Aquitanië en Elzas (ong. 40% van de respectievelijke oppervlaktes). Daarna volgen Lotharingen en Provence-Alpes-Côtes d’Azur (elk 35%).
De verdeling van de bossen is de volgende: 10,4% zijn staatsbos, 16,2% gemeentelijke bossen en 73,5% zijn in privé handen. Dit betekent dat die laatste 10,4 miljoen ha, verdeeld is over 3,6 miljoen eigenaars (bron: Editions Atlas.)

De eik

In Frankrijk is één boom op drie een eik
In de bossen treft men allerlei soorten, maar de steeneik is met één op drie het sterkst vertegenwoordigd (40%). In de eerste aflevering van ons feuilleton vermeldden we dat er meer dan 250 eiksoorten bestaan. Slechts 8 soorten zijn in Frankrijk terug te vinden. Daarvan is de zomereik de meest aangeplantte, zowat 1/5 van de totale Franse bosoppervlakte; dan volgt de wintereik die over een 1/6de van de oppervlakte verdeeld is. Daarna volgt de donzige eik met 1/15de van de oppervlakte. Het aandeel van de andere eiksoorten is te verwaarlozen.

Verdeling van de verschillende soorten bomen in de Franse bossenB(bron O.N.F.)

Overheersende loofbomen

  • Zomereik: 19%
  • Wintereik: 14%
  • Beuk:10%
  • Donzige eik:7%

Overheersende hars- en naaldbomen

  • Zeeden: 11%
  • Grove den: 9%
  • Gewone spar: 5%
  • Spar: 4%

Andere 21%

Eikenbosbeheer.

Tot in de 19de eeuw was een meervoudige exploitatie in kreupelbos verantwoord. Als één van de exploitanten was de industrie een groot verbruiker van hakbos. Nadien viel men terug op steenkool, elektriciteit en stookolie. Uiteraard vorderde de overheid vanaf 1850 zijn staatsbossen om in hakbos te beheren. Het is evenwel wachten tot 1960 om de gemeentelijke bossen in hakbos geconverteerd te zien. De privé-bossen blijven quasi allemaal nog in kreupelbos beheerd.

Verdeling van de eikbossen per eigenaar en exploitatietype (bron O.N.F.)

14 % van de staatsbossen:
37% hoogstambos, 63% uitkapbos

25% gemeentelijke bossen:
7,5% hoogstambos en 92,5 % uitkapbos

61% privé-bos:
0,3% de hoogstambos en 99,7% uitkapbos

De exploitatie van het eikenbestand

In Frankrijk is de verwerking van eik vrij belangrijk, maar in volume komt het niet op de eerste plaats. De jaarlijkse handel van hout in Frankrijk omvat zowat 40 miljoen m³. Drie miljoen m³ dient voor verwarming, 11 miljoen m³ gaat naar de industrie (waaronder papier, karton, spaanderplaten enz.). Het overige is timmerhout, wat goed is voor 25 miljoen m³. En net dat laatste deel interesseert ons. Het bestaat uit 43% loofbomen en 57% naaldbomen. De eik bedraagt 15% van het timmerhout en komt daarmee op de derde plaats, na de spar (25%) en de zeeden (20%).

De eiken vertegenwoordigen meer dan 6 miljoen ha en men schat het volume op stam tussen de 450 en 500 miljoen m³. De biologische toename van de eikenbossen wordt op 10 miljoen m³ per jaar geschat.
De jaarlijkse afname van timmerhout gaat van 3 tot 3,5 miljoen m³. Zowat het dubbele, rekening houdend met de oogst van eik als brandhout en industriehout.

Eik voor de kuiper.

Vandaag is het kuipersambacht goed voor de afname van 300.000 m³ (dat varieert van – tot + 20%) timmerhout. Dat is 10% van de totale jaarlijkse aanbod. Sinds 1980 stijgt het verbruik voortdurend. Toen werd er ongeveer 100.000 m³ verwerkt en steeg het verbruik naar 150.000 m³ in 1990. Maar dit cijfer slaat op het totale volume van de omgehakte bomen en een kuiper gebruikt er slechts een deel van. Het produceren van het duighout vraagt immers een bepaalde perfectie van het houtweefsel. Dat wordt maar zelden bereikt en daarom kan slechts een deel van de boom in duigen verwerkt worden. In het beste geval geven 4 m³ eik slechts 1 m³ duighout. Kuipers rekenen met een verhouding van 5 voor 1 (hierbij beschouwen wij alleen gekloofde en niet gezaagde duigen). De rekening is vlug gemaakt: 300.000 m³ ruwe eik geven niet meer dan 60.000 m³ duighout. Met al dat duighout hebben we nog geen duigen. Het vraagt opnieuw een selectie om de duigen te kunnen kiezen en dat met verlies van hout uiteraard. Kortom: met 1 m³ duighout kan een handige kuiper 10 tot 12 volledige tonnen (barrieken) maken. Volgens het Office National des Forêts slechts 10, volgens het Centre Régional de la Propriété Forestière ten minste 12).

10 of 12 barrieken per m3 duighout?

Met deze bereking en rekening houdend met de commercialisatie van eik voor de kuiperij, bedraagt de gemiddelde Franse productie van tonnen 600.000 of 720.000 barrieken. Het verschil tussen de twee cijfers is niet gering!

Laten we het over centen hebben!

De prijs van de eik varieert naargelang het verbruik en bijgevolg naargelang zijn kwaliteit. In de vorige afleveringen hebben we gezien op welk wijze de bomen gespleten werden. Elk deel had een bepaald gebruik. De prijs van de eik wordt dus berekend naargelang de verschillende te maken coupures.

Bestemming Prijs per m3 eik op stam

(bron C.R.P.F.)
van 1 = 4,57 € (30 FF) tot 100 = 457 € (3.000 FF)

vermaling:                                              1
brandhout, paletten, verpakking:     2 à 4
dwarsliggers:                                         8 à 10
dakconstructie, parket:                       12 à 16
schrijnwerkerij:                                    20 à 36
meubelwerk:                                         40 à 52
versnijding in planken:                      100 en méér.

We hebben ook gezien dat de kuipers evenveel hout voor meubelwerk als voor versnijding in planken verbruikten, wat ons een prijzenbestek geeft van 183 tot 457 euro per m³. Noteren we toch de volgende twee punten: enerzijds heeft het kuipersambacht interesse voor de hoogste kwaliteit als de koers laag genoteerd staat. Anderzijds kan de kuiper geïnteresseerd zijn in het hout dat omwille van gelokaliseerde fouten, zoals vorstspleten, afgewezen werd.
Dit wordt door de ONF bevestigd (hier volgt een vrije vertaling van de internetsite ONF): “het kan gebeuren dat men meubelwerkhout gebruikt als er een tekort is aan versneden planken.” “Toch moet men noteren dat oorspronkelijk (en wellicht nu ook nog) duighout verkregen werd van gebarsten stammen of hout met foutje, en dit hout verkoopt men uiteraard niet zo duur als het hout van de beste kwaliteit.”

De prijs van de barriek en de koers van het hout.

Volgens de koersberichten van het Office National des Forêts zou de prijs van de eik op stam voortdurende evolueren en onderhevig zijn aan de beurs…. maar ook aan het klimaat (storm van ’99)
De laatste jaren is de koers van het duighout tussen 1999 en 2001 met 8% gezakt en nog eens met 5% in 2001-2002.
Als de prijsberekening van 12 barrieken voor 5m³ eikstammen (geeft 1m³ duighout) klopt, geeft dat vandaag een prijs voor de grondstof die schommelt van 76 € tot 190 € per ton, naargelang de kwaliteit van het hout …. en van de handelaars. Maar in 1992 schommelden deze prijzen nog van 50 € tot 127 € per ton.
Volgens Henri Husson van het CRPF moet men vandaag met een gemiddelde prijs rekenen – hout en het bewerken – van 125 €.
Het werk van de kuiper wordt op 180 à 200 € per barriek geschat, wat de kostprijs ervan op 305/325 € brengt.
De verkoopsprijs van tonnen zal ook variëren naargelang de kuipers en de verschillende kwaliteit die ze kunnen aanbieden, maar zal alleszins tussen de 450 en 610 € liggen.

Commercialisatie

De kuipersfederatie gaat uit van een productie van 700.000 tonnen per jaar.
De beste Franse klanten zitten in de regio van Bordeaux, Cognac en Bourgogne. Dat is ook de reden waarom de meeste kuipers in die regio’s geïnstalleerd zijn en niet in de bosrijke gebieden. Maar de kuipers voeren ook meer en meer uit. De export van de barrieken is in volume meer dan 2/3 van de productie, nl. 66% (cft. kuipersfederatie). Zo vinden eventjes 460.000 barrieken hun weg naar de export. De helft met bestemming V.S. en een vierde gaat naar Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika..
In Europa zijn de beste klanten Italië, daarna Spanje. Samen goed voor een zesde van de export.
Noteren we hier ook dat er een export van duighout bestaat naar de V.S. en Australië. Het volume is, naargelang het jaar, goed voor nog eens 15.000 à 35.000 barrieken.

Import en concurrentie

De Franse barrieken genieten een hoge waardering in de wereld als het over de fijnheid van de kwaliteit gaat. Maar als het gebruik van houten barrieken niet als een instrument voor het lageren beschouwd wordt, maar veeleer als een middel om smaak en geur te geven, dan kan ook eik van andere oorsprong verkozen worden. Zoals de witte eik of Quercus Alba waarmee de Amerikaanse bossen vol staan.
De kwaliteit van de Franse eik is erg duur en de kostprijs ervan kan gemakkelijk gehalveerd worden voor eik van andere oorsprong.
Dit heeft voor gevolg dat er wel degelijk buitenlandse barrieken in de Franse wijnkelders terechtkomen. In orde van grootte is die oorsprong de V.S., zeker voor de helft, Portugal, Duitsland, Spanje en ook Hongarije, Ex-Joegoslavië en de Kaukasus. Deze barrieken worden meestal met Oost-Europese of Amerikaanse eik gemaakt.
Betekent dat een gevaar voor de Franse kuiperij? Op deze vraag kan maar moeilijk geantwoord worden, omdat de Franse kuipers er zelf mee begonnen zijn en omwille van import en commercialisatie betrokken partij zijn; zeker wat betreft buitenlands eikenhout. Meer en meer zijn zij zich ook in het buitenland gaan vestigen, vooral in de V.S.
Het volume van ingevoerde barrieken en duighout schommelde in het decennium van de 90-er jaren van 20.000 tot 50.000 barrieken per jaar met een gemiddelde prijs – door de Franse douane genoteerd – die naargelang het jaar en de oorsprong gemiddelde 2 tot 7 maal goedkoper was dan de prijs van een Franse ton bij de export.

Voor meer “Oeno”, klik hier 

Geef een reactie