Het prinsdom Côtes de Francs

Het prinsdom Côtes de Francs is de figuurlijke naam voor deze appellatie die zich in het uiterste puntje van de Bordelais bevindt. Een prinsdom omwille van zijn kleinschaligheid natuurlijk, maar vooral omwille van de schoonheid van zijn landschappen.

Het landschap… halt houden bij het landschap… nog alvorens het over wijn te hebben! Geef toe, iets ongebruikelijks in de Bordelais. Toegegeven, Saint-Emilion hoeft er geenszins onder te doen, vooral als je de schoonheid van haar site bekijkt, die trouwens vandaag erkend werd door de Unesco. Maar het landschap van de Côtes de Francs heeft iets vredigers, rustigers, zelfs ontspannends : de diversiteit.
Van vallei tot vallei, van bergkam tot bergkam, van dal tot dal… iedere haarspeldbocht van de gemeentelijke weggetjes leid je van de ene cultuur naar de andere : van een weiland naar een wijngaard, van een wingerd naar een bos, van een kiwiaanplant naar appelen- en pruimenplantages.

Natuurlijk moet je je geen illusies maken: zo’n twintig jaar geleden genoten de Côtes de Castillon (nabije buren) van eenzelfde diversiteit maar die verdween al snel en maakte plaats voor een meer eenvormig landschap naar analogie met Saint-Emilion dat op dat vlak een schoolvoorbeeld is. Misschien komt er een dag dat ook de Côtes de Francs die weg zullen inslaan. Reden te meer om in afwachting hiervan verloren te rijden op de kleine weggetjes en volop te genieten van het decor: de camee die groen ziet in de lente en de zomer, die nadien oker-, goudkleurig en bruin wordt tijdens de herfst en tenslotte grijs wordt in de winter. De kleine gehuchtjes in de dalen of vastgehecht aan de heuvels, waarvan de toppen bedekt zijn met leem of soms leisteen, herinneren ons aan de grenspositie die de Côtes de Francs vormt tussen de Gironde en de Dordogne. De kerken met hun grootte en zachte architecturale vormen doen ons eerder denken aan kapelletjes – “kerk” als huis van God is inderdaad iets te hoekig, te massief voor deze poppenhuisjes. De kleine bergweggetjes kruisen duizend en één waterbronnen waarbij het water van de rotsachtige flanken loopt van sloot naar sloot tot beekje…
In de slag om Vouillé, in 507 na Christus, neemt Clovis, eerste koning van de Franken het op tegen Alaric II, koning van de Visigoten. Clovis wint en verovert Aquitaine. Op de heuvel van het huidige dorpje van de Franken plaatst hij een militair detachement. De plaats kreeg de naam “ad francos” (in het Frans “aux francs”) wat later veranderde in “Francs”.
Daar tegenover staat dat de naam “Côtes de Francs” waarschijnlijk zou afgeleid zijn van een merk van een coöperatie die aan de voet van de heuvel gevestigd was.

De wijngaarden

De Côtes de Francs bevinden zich op een vijftigtal kilometer van Bordeaux. Ze vormen het verlengstuk van de wijngaarden van Saint-Emilion en situeren zich in het uiterste puntje van de wijngaarden van de Libournais. De Côtes de Francs wordt omringd door de Côtes de Castillon in het zuiden, Lussac-Saint-Emilion in het westen en de wijngaarden van Bergerac in het oosten. Het is ongetwijfeld de kleinste appellatie van de Bordelais want ze neemt amper iets meer dan 500 ha in beslag. De appellatiezone heeft betrekking op drie gemeenten: Francs, Saint Cibard en Tayac. Saint Cibard is de dichtst bevolkte met 200 inwoners. Tayac is met zijn 722 ha de meest uitgestrekte gemeente maar slechts 120 ha zijn voorbestemd voor de productie van wijn.
In het totaal tellen de drie gemeenten iets meer dan 1.700 ha maar nog geen derde is aangeplant met wijngaarden. De diversiteit van de landschappen is dan ook niet écht een verrassing!

De wijnbouwers

De 500 ha wijngaarden worden verdeeld onder ongeveer 80 wijnbouwers. Tel zelf even na: dat betekent domeinen met een gemiddelde oppervlakte van 6,25 ha. En vergeten we niet dat iets meer dan 200 ha op rekening komt van 7 domeinen, zodat 70% van de overige domeinen het moeten stellen met minder dan 5 ha!
Een bijna prehistorische statistiek voor de Bordelais.

Nog aan te stippen: de coöperatie bezit minder dan 20% van de totale wijnbouwoppervlakte maar telt wel de helft van de 80 wijnbouwers van de appellatie. De 40 anderen staan zelf in voor het bottelen van hun wijnen.

De wijnstokken

De Côtes de Francs weet zich eveneens te onderscheiden door zijn aanplant: in rood wordt heel wat aandacht geschonken aan de twee cabernets die samen de helft van de aanplant voor hun rekening nemen. Vooral de cabernet sauvignon krijgt hier veel aandacht, terwijl dit ras in de naburige appellatie Castillon slechts een aandeel haalt van 10% ten voordele van de merlot die 70% van het aandeel opeist.
Natuurlijk hebben we het hier over gemiddeldes binnen de appellatie Côtes de Francs. Bij sommige domeinen bestaat de aanplant voor de helft uit cabernet sauvignon. Denk maar aan pakweg Pelan (45%), Lalande de Tifayne (45%) of Vignobles d’Albert (60%). Sommige wijnbouwers uit deze appellatie zijn dus regelrecht ‘Médoc’ getint binnen de Libournais!

Druivenrassen in de Côtes de Francs

Blauwe rassen                      Witte rassen
merlot: 50%                           sémillon: 60%
cabernet suvignon: 25%     sauvignon: 20%
cabernet franc : 25%            muscadelle : 20%

Maar er zijn nog andere zaken waardoor de Côtes de Francs zich weten te onderscheiden. Het is de enige appellatie in de Libournais die ook witte wijnen maakt, alhoewel het om een uiterst bescheiden productie gaat: een twintigtal hectaren aanplant. Vooral droge witte wijnen maar sommige producenten maken zelfs zoete en liquoureuze wijnen. Persoonlijk heb ik ze nooit geproefd.
Ook de aanplant van de witte rassen heeft zo zijn bijzonderheid. Waarschijnlijk komt dat door de nabijheid van Bergerac. De sémillon domineert (60%) maar de muscadelle neemt toch ook 20% voor haar rekening.

Geologie

De bodem en de ondergrond van de Côtes de Francs vormen in grote lijnen het verlengstuk van de terroirs van Saint-Emilion en de Castillon. Kalk en kalkzandsteen van de Agenais en de Fronsadais vormen de basis waarop diverse afzettingen rusten: leem en kiezel, leem en zand of leem en kalk. De verschillende terroirs zorgen voor diverse nuances, afhankelijk van heuvel tot heuvel en van perceel tot perceel.

Klimaat

Ook het klimaat in de Côtes des Francs heeft zijn eigenheden. Inderdaad, het gaat om een soms tot 100 meter hoog gelegen wijngaard (117 meter bij Puygueraud). Deze hoogte bezorgt de wijngaarden een uitstekende ventilatie. Verder is het een meer continentale wijngaard i.v.m. zijn buren: de winters zijn er strenger en kouder, terwijl de zomers er warmer zijn. Zo noteren we verschillen van 2 tot 3°C i.v.m. de wingerds die uitkijken op de stroom. En aangezien de wijngaarden ver verwijderd liggen van de stroom worden ze beschermd tegen onweders die in principe het traject van de Dordogne volgen. Bovendien valt er ook minder regen. Kortom, er bestaat dus een heus microklimaat in de Côtes de Francs.

En de wijnen…

Maar natuurlijk ! Indien we een dossier wijden aan de Côtes de Francs dan is het wel omdat de wijnen die we proefden en die we binnen enkele jaren opnieuw zullen proeven een schitterend potentieel bezitten ! Het is nog een bijzonder jonge appellatie die nog moet groeien alvorens we het kunnen hebben over een appellatie met status. Maar reeds vandaag zijn er enkele wijnbouwers die heel regelmatig enkele zeer grote wijnen maken.

  • Nicolas Thienpont – Puygiueraud – La Prade – Charmes Godard – www.nicolas-thienpont.com
  • Dominique Hébrard et Hubert de Bouard – 05.57.24.71.39 – www.chateau-angelus.com
  • Chât. de Francs

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie