Het universum van de rode Premiers Crus in de Côte de Nuits

10/09/2020 - Of je het nu graag hebt of niet, of je ze nu genadeloos afbreekt of de hemel inprijst, feit is dat Bourgogne niet minder dan een kwart van alle Franse appellations voor haar rekening neemt. Van de eenvoudige regionale benaming « Bourgogne » tot de historische grand cru « La Romanée », een zakdoek van slechts 0,85 hectare ; alles samen zijn het een hondertal gecontroleerde herkomstbenamingen die officieel vastgelegd werden in 1935.

Toch dient gesteld te worden dat de logica van de Bourgondische hiërarchie overeenkomt met de realiteit van het terrein. Hieronder verstaan we dat een minder of gunstiger gelegen wijngaard geniet van een minder of beter klassement. Het « terrein » wordt dus verheerlijkt, op papier ten minste, want iedereen weet dat hetgeen in de cuve terecht komt daarom nog niet hetzelfde is wat in de fles steekt. Wat men ook mag beweren, feit is dat de Bourguignons heel wat investeren in hun notie « climat ». Een vrij moeilijk begrip dat staat voor een entiteit van wijngaarden die heel speciefieke karaktertrekken hebben en die een bijzondere wijn voortbrengen die volledig verschillend is van de aangrenzende entiteit. De oppervlakte en kwaliteit van elke « climat » is heel wisselend maar allen slagen ze erin om na verloop van tijd een stevige reputatie op te bouwen. Iets wat in hoofdzaak te danken is aan de kennis van de eigenaar. Deze verbrokkeling, die zelfs heel makkelijk zichtbaar is in elke gemeente, bezorgt de consument heel wat kopzorgen, want niettegenstaande de appellation – in principe – de herkomst van de wijn waarborgt (de recente fraudes leverden echter het tegenbewijs), draagt een « climat » in wezen niets bij tot de kwaliteit. Niet overtuigd ? Kijk dan maar even naar de « natuurlijke » compensaties die toegestaan werden om ‘vergeten’ mosten te verbeteren ; of naar de lakse politiek inzake goedkeuring van de primeurwijnen ; of, vooral, naar de resultaten van onze vergelijkende degustaties.

De notie « Premier Cru »

Volgens het boekje, op het moment van hun aanplanting op de heuvels, moesten ze zich bevinden tussen de grands crus en de gemeentelijke appellation. Maar aangezien elke grand cru beschikt over een eigen A.O.C. (Montrachet, Chambertin, Richebourg,…) doken de premiers crus louter onder een specifieke vermelding op in het kader van de gemeentelijke A.O.C. (Pommard, Gevrey-Chambertin, Nuits-Saint-Georges,…). De moelijkheid voor de verbruiker bestaat erin een ‘climat’naam « Village » niet te verwarren met een premier cru, want deze laatste wordt slechts in heel kleine lettertjes op sommige etiketten vermeldt. Gelukkig werd de grootte van de letters aangepast en is de vermelding een stuk duidelijker geworden. Indien er op het etiket enkel de notie « Premier Cru » staat zonder bijzonderheden over het « climat » , dan gaat het om een blend van verschillende premiers crus.

Maar die dubbelzinnigheid komt zelfs op kadastraal niveau tot uiting : sommige lieux-dits bestaan uit twee sectors ; de ene vermeldt « Village », terwijl de andere het heeft over premier cru. De desbetreffende wijnbouwers blenden de wijnen en gebruiken de naam van het « climat » zonder « Premier Cru » te vermelden. Dit gebruik zou in de toekomst verdwijnen want een « climat » die in premier cru bestaat kan geen aanspraak meer maken op de appellation « Village ». De argumenten van het INAO die streven naar duidelijkheid houden alvast steek, maar ik begrijp evenzeer de irritatie van de desbetreffende wijnbouwers die liever één kwalitatief hoogstaande cuvée maken van een zeker volume, in plaats van twee kleinere en verschillende cuvées die kwalitatief stukken minder zijn.

De Premiers Crus in Bourgogne

Alle Bourgondische subregio’s, op uitzondering van de Mâconnais, beschikken over premiers crus in overvloed. Chablis en de drie Côtes (Nuits, Beaune en Chalonaise) zijn goed voor 562 stuks of zo’n 11% van de totale wijngaard. Sommige gemeenten ‘verdrinken’ bijna in de premiers crus. Denk maar aan pakweg Montagny waar twee derde van de wijngaard als premier cru geklasseerd staat. Het overige gedeelte wordt in beslag genomen door Montagny Village. Wat een verschil met Fixin waar het aandeel premiers crus slechts één zesde bedraagt.

Wijnschrijvers-proevers als Jules Lavalle hebben in de 19e eeuw alle toenmalige crus in een register ingeschreven. De lijsten omvatten ‘premières’ en ‘secondes cuvées’ en werden voorafgegaan door de « Têtes de cuvée », of de huidige grands crus. In grote lijnen zijn deze klassementen weinig geëvolueerd. Het bewijs dat de « Anciens » tot op nader order nog steeds gevoelig zijn voor hun grote terroirs op voorwaarde natuurlijk dat die op correcte wijze behandeld worden. Saint-Georges in Nuits of les Perrières in Meursault werden in die tijd als grands crus beschouwd : vandaag is het verschil klein, je kan ze gerust als de « super premiers » betitelen.

Op de geografische kaarten valt de positie van de premiers crus meteen op en wordt niets aan het toeval overgelaten, op uitzondering van de geologische wijzigingen die sinds het tijdperk van de Juraformatie opgetreden zijn :ze bevinden zich in het midden van de helling, in de nabijheid van de grands crus, op die plaats waar de condities het meest gunstig zijn, zijnde een goede rijping van de druif en waar de complexiteit van de wijn tot stand komt.

Vergeten we niet dat de club meer dan 500 leden telt en dat het dus utopisch zou zijn te denken dat de kwaliteit homogeen is : er zijn de allerbesten die het niveau van sommige grands crus bereiken of zelfs overstijgen, maar er zijn ook de slachtoffers van de geschiedenis die stukken minder gekend zijn. Kortom, er zijn de ‘goede’ en de ‘minder goede’, net zoals er goede en minder goede « Village » zijn. Vergeten we ook niet dat er schitterende crus zijn die jammer genoeg de nek omgewrongen worden door weinig competente wijnbouwers, net zoals er wijnbouwers zijn die van een middelmatige cru een topwijn weten te maken. Dit is Bourgogne en zo zal het wellicht altijd blijven.

Vaak tref je twee groepen van premiers crus in een gemeente aan : de historische crus en deze die tot stand gekomen zijn volgens een veel recenter klassement. Zoals bijvoorbeeld in Chablis waar er een groot verschil is tussen de crus uit het noorden en het zuiden. Ze etaleren een verschillende stijl net zoals pakweg in Pommard. Denk maar bijvoorbeeld aan Combe de Lavaut in Gevrey. Het verschil met zijn wijnen in Saint-Aubin is gewoonweg immens.

En toch moet je even het terrein op om de verschillen daadwerkelijk te kunnen vaststellen : in Vosne bijvoorbeeld, waar de verschillen tussen de grands crus van Echezeaux en Romanée-Saint-Vivant bepaald worden door de parcelen van Suchots, een premier cru nota bene ! Je stelt er een breuk in de natuurlijke rotsformatie vast die de vochtigheid ten goede komt. Vaarwel dus status grand cru !

De Premiers Crus in de Côte de Nuits

Ten zuiden van Santenay krijgen de heuvels niet alleen een ander uitzicht maar duiken ook de eerste premiers crus op. Tussen de gereputeerde crus van Maranges of Rully en de referentie-parcelen van Gevrey, Vosne of Meursault is er niet alleen een verschil in kwaliteit maar ook … in prijs. Gelukkig kunnen deze eerste categorie wijnen nog steeds aan de man gebracht worden want er lopen immers ook nog heel wat minder gefortuneerde Bourgogneliefhebbers rond.

In dit dossier houden we het uitsluitend bij de ‘koningin van de Côtes’ in rood. De volgende maanden zal dit dossier dan ook aangevuld worden.

In de Côtes de Nuits hebben enkel Chenôve, Marsannay, Couchey, Comblanchien en Corgoloin geen recht op een premier cru. Brochon, ten zuiden van Fixin, bezit 1,6 hectare.

De wijnbouwersgemeenschap van Marsannay (een appellation die zijn tiende verjaardag mocht vieren in ’97) lijkt verdeeld over de vraag of de beste parcelen moeten geklasserd worden als premier cru. Een deel van de groep staat volledig achter dit idee. Nogal logisch want het zijn juist die wijnbouwers die met een massa aan premiers crus in hun directe omgeving geconfronteerd worden. Het INAO hanteert de struisvogelpolitiek : ze wacht op voorstellen. Als ik terugblik op mijn eigen ervaringen die ik in deze gemeente vergaard heb, lijkt me dit niet zo’n goed idee.

In Fixin, en vooral in Nuits, speelt de afwezigheid van de grands crus vooral in de kaart van de premiers. Zo kan men vaststellen dat een wijnbouwer daadwerkelijk gemotiveerd is om het beste deel uit zijn cuve te halen. Gewoonweg om hun eigen kwaliteit te benadrukken en de hegemonie van de grands crus aan het wankelen te brengen.

In de Côte de Nuits moet een rode premier cru 11° natuurlijke alcohol bevatten en het rendement mag de 40 hectoliter per hectare niet overschrijden. Voor witte wijnen wordt 11,5° en 45 hectoliter opgelegd. Dit betekent voor heel wat rode wijnen een chaptalisatie van 2° en een administratieve productie van 48 hectoliter (zoals in 2000, 20% PLC) of 56 hectoliter (zoals in 1999, 40% PLC). De besten halen een gemiddeld alcoholgehalte van 12,5° (uitzonderingen van 13° zijn mogelijk in uitzonderlijke jaargangen zoals 97). Witte premiers crus wijnen zijn vrij uitzonderlijk in de Côtes de Nuits. Goede voorbeelden zijn Monts-Luisants in Morey (70% aligoté, 30% chardonnay, domaine Ponsot), Le Clos Blanc in Vougeot (domaine de la Vougeraie), Les perrières en les Portes in Nuits (gemuteerde pinot noir, domaine Gouges) of nog het Clos de l’Arlot (domaine del’Arlot in Premeaux).

Dossiers IVV, klik hier

Geef een reactie