Hoe worden de “primeurs” wijnen geproefd ?

14/12/2020 - Met dergelijke degustaties dien je voorzichtig te zijn. Voorzichtig, omdat het geen wijnen zijn die reeds klaar zijn voor consumptie. Het gaat om fuststalen die nog een lange lagerperiode moeten doormaken. Te diep ingaan op details heeft geen zin, vooral niet wanneer we het hebben over de aromatische expressie. Proeven is noch een kunst, noch een wetenschap : het is een goed werkinstrument dat constant moet onderhouden worden. Primeurwijnen proeven, is zich buigen over hun toekomstpotentieel. Het emotionele aspect is daarbij van geen tel.

Visueel

De helderheid van de wijn is geen criterium en zeker geen kwaliteit. Aangezien de wijnen aan het begin van hun lagerperiode staan, is het normaal dat steeds meer wijnen een lichte vorm van bezinksel vertonen. Wordt een heldere wijn massief in de mond ? Indien hij zwart en geconcentreerd is, wijst dit op een rijkheid aan fenolen. Met de nieuwste technieken in de wijngaard, vooral bij de productie van garagewijnen, verraadt de kleur niet meer of we te maken hebben met een Latour of een weinig prestigieuze terroirwijn, aangezien de wijnstok reeds onderhevig was aan ‘vendange verte’ en de druif overrijp.

De neus

Natuurlijk spreekt het voor zich dat wijnen met grove fouten dienen verwijderd te worden. Eerlijkheidshalve dienen we er aan toe te voegen dat dit nog zelden gebeurt en zeker niet bij de primeurdegustaties.
Blijven er dus slechts de wijnen met enkele kleine foutjes. Wanneer het om een vegetaal foutje gaat, dan proef je dat ook in de mond ; indien niet, dan kan deze vegetale toets het resultaat zijn van een specifieke karaktertrek van de variëteit, of van de lagering op het bezinksel, zoals steeds meer voorkomt bij rode wijnen.

Indien de wijn reductieve sporen vertoont (vleesachtig, zurig) dan ontbeert hij lucht. In principe wordt dit probleem opgelost tijdens de lagerperiode. Indien de wijn echter geoxideerd is, kan dit te wijten zijn aan een foutief staal . Indien het echter een fout in de wijn is, dan neem je dit ook waar in de mond. Een neus die sterk gedomineerd wordt door het hout kan toegankelijker worden tijdens het lageren. Veel hangt natuurlijk af van het soort hout en de manier waarop het gebrand werd door de tonnelier. Sommige vaten drukken heel snel hun stempel op de wijn, anderen komen pas tot uiting tijdens de lagering en nog anderen wanneer de wijn klaar is voor consumptie.

Een gesloten of discrete neus is geen synoniem voor een weinig expressieve wijn. Het is eigen, soms aan de jaargang, maar meestal aan het feit dat de wijnen nog in hun winterslaap verkeren. Tijdens deze periode van het jaar kan de aromatische expressie van de wijn op nauwelijks een week tijd er compleet anders uitzien. Een gesloten neus wordt pas echt een probleem wanneer het weer beter wordt, meer bepaald in juni wanneer de klimatologische condities hun invloed uitoefenen op de aromatische kracht.

Indien de neus zeer aromatisch is, des te beter, maar toch dient rekening gehouden te worden met de algemene tendens van de jaargang, want tijdens dit tijdstip van het jaar kunnen de meest aromatische wijnen juist die wijnen zijn, die het meest ‘bewerkt’ werden om voor te stellen op de primeurdegustatie.
U heeft het al lang begrepen. Bij de degustatie van de primeurwijnen dient heel wat voorbehoud gemaakt te worden wat betreft de neus. Daarbij komen dan nog de supplementaire aroma’s die in de retronasale fase tot uiting komen.

De mond

Evenwicht is het sleutelwoord. Of het nu om een kleine of een grote wijn gaat, een goede wijn is steeds evenwichtig. Maar het gaat om het evenwicht van een wijn op dit tijdstip van het jaar. Dit betekent ook de strengheid van de tannines aanvaarden, de stevige zuurgraad bij de aanzet, de agressiviteit van de nog niet versmolten alcohol. Aanvaardbaar, zeker en vast, maar slechts tot op een bepaalde hoogte. Het is inderdaad zo,  dat zelfs Petrus of Margaux tijdens deze periode van het jaar reeds verrassend versmolten zijn, maar zij beschikken dan ook over compleet andere terroirs.

De rijpheid van de bitters is essentieel en tot het tegendeel bewezen wordt, hebben wij nog nooit tannines gezien die rijp worden op vat.
De vulling is van kapitaal belang ; of de wijn nu kort of lang is, een goede vulling geeft de wijn zijn charisma. Wijnen die weinig of geen vulling hebben gaan meestal ten onder aan het hout dat voor een drogend effect zorgt.
Blijft er nog de zuiverheid van de finale. Ook dit aspect is gestoeld op evenwicht en rijpheid waarbij de fouten van het hout tot uiting komen.

Na deze eerste fase komt er nog een tweede, die van de complexiteit. Hier gaat het er om, de lengte van de wijn in de mond in te schatten, de kwaliteit van de tannines te appreciëren, de aanzet, de rijkheid (wat niet noodzakelijk staat voor concentratie), de diepte en het aromatisch potentieel.

Derde en laatste stap is de stijl van de wijn : is die makkelijk of gestructureerd, massief of soepel, rechtlijnig of gevuld, enz…We beoordelen de finesse, de elegantie, zeg maar de klasse van de wijn. Elegantie is een subtiliteit die weggelegd is voor wijnen die reeds gebotteld zijn. Wijnen op vat zijn eerder robuust. Nochtans is het best mogelijk deze karaktertrek reeds terug te vinden in enkele, zelfs nog heel jonge wijnen.

 

De CO2 in de wijnen

CO2 of koolstofdioxide kan in wijnen aanwezig zijn in een hoeveelheid die onder het waarnemingsvermogen van 600 mg/l ligt, eenvoudigweg omdat die wijnen slechts heel recent hun malolactaatgisting beëindigd hebben. Het prikkelend gevoel is dus geen fout zoals we reeds diverse keren bij primeurdegustaties hebben kunnen vaststellen hebben. Maar ik verdenk er enkele wijnbouwers van, ‘kunstmatig’ wat CO2 in hun vat toegevoegd te hebben om het fruit beter tot uiting te laten komen en een zekere frisheid te geven aan de wijnen die gemaakt zijn van overrijpe druiven. Of gewoonweg om het gevoel van warme alcohol iets frisser te laten overkomen.

Zal het hout zich versmelten ?

Wanneer we stelden dat het hout zich zal versmelten, dan betekent dat niet dat het hout van een vaste toestand in een vloeibare vorm zal overgaan !

Maar al te vaak hebben wijnen te kampen met een overdosis hout. Tot overmaat van ramp voor de vergiste druif, die het moeilijk krijgt om zich uit te drukken. Natuurlijk is het zo dat wijnen die pas drie maand gelagerd zijn op nieuwe eikenhouten vaten, en afhankelijk van de tonnenmaker en het type hout, op dit tijdstip het meest gekenmerkt worden door dit hout. Toch is het mogelijk dat een wijn die in de neus en in het midden van de mond gedomineerd wordt door het hout, perfect tot uiting komt op het einde van zijn lagertijd. Maar ook het omgekeerde is waar. De wijn wordt zelfs in de finale gemaskeerd door het hout. Wanneer de finale een uitdrogend karakter heeft door het hout, gebrande en bittere impressies gaat opwekken, dan zal dit nooit meer verdwijnen. Er is geen weg terug, althans als het voorgestelde staal overeenkomt met de totaliteit van de oogst.

Niet alle wijnen verdragen op eenzelfde manier het hout. En zelfs indien de markt schreeuwt om houtgelagerde wijnen – « élevés en fûts de chêne » – wordt het dan toch niet tijd dat men wijn beschouwt als een kunst (ik hou nochtans niet van deze uitdrukking) en niet als een product. De liefhebber is niet dom, hij zal het wel snel leren.
Proef een Lafite Rothschild. Hij is lekker, weelderig, fris, expressief en het hout is zo discreet dat je bijna zou denken dat de wijn geen gram hout gezien heeft. Inderdaad, niet iedereen beschikt over het terroir van Lafite Rothschild.

Voor meer “Oeno”, klik hier 

Geef een reactie