Houdt u van Amarone ? (1)

29/12/2020- Een vrij zeldzame wijn die slechts 10% van de productieregio voor z’n rekening neemt en bij ons slechts weinig bekend is. De consument kent deze wijn eerder door zijn rode broer, de Valpolicella. Deze “oude beroemdheid” dankt haar reputatie eerder aan het massale volume dat de voorbije tientallen jaren geconsumeerd werd in de Belgische Italiaanse restaurants en niet zozeer aan zijn intrinsieke kwaliteiten. Hoogtijd dus om even stil te staan bij de Amarone della Valpolicella.

Het weer zou tijdens de lente van 2002 schitterend moeten geweest zijn in het land van de Valpolicella, dat zich ver uitstrekt ten noorden van Verona,. Prachtige heuvelachtige landschappen met op de toppen cipressen, heuvelruggen bezaaid met olijfgaarden en een woud van jonge wijnbladeren die de heuvels in een zacht groene kleur onderdompelen, rustige dorpjes met sfeervolle Romaanse kerkjes, de zachtheid van een schitterend klimaat dat opgewarmd geraakt door de eerste felle zonnestralen die een hete zomer aankondigen… Maar helaas, niets daarvan. Zelden heb ik het tijdens een bezoek aan deze zuiderse wijngaarden zo koud gehad. Stel u even voor: een koude wind die op 300 meter hoogte op een zaterdagvoormiddag los door uw kleren blaast. Hoe stom van mij om mijn skivest in Brussel te vergeten! Aan mijn triestig lot overgelaten, besloot ik dan maar om de warmte ergens anders op te zoeken. En gelukkig stond het lot deze keer wel aan mijn zijde. Die warmte vond ik bij de hartelijke ontvangst van de wijnbouwers die ik bezocht heb en wiens wijnen ik geproefd heb.

Doel van mijn verblijf in Valpolicella was uitgebreid kennis te maken met de Amarone: hun kracht, hun rijke alcoholconcentratie die makkelijk 14 tot 17,5 % vol. haalt, maakt van deze wijnen dat ze vrij uitzonderlijk zijn in ons Europees wijnlandschap. Het hoeft dan ook geen betoog dat het geen makkelijk te proeven wijnen zijn die bovendien niet altijd door de Belgische wijnliefhebber begrepen worden. De context van hun productie even toelichten is dan ook geen overbodige luxe.

Zoals zo vaak zijn daar de Romeinen…

Het zijn nog maar eens de Romeinen die voor de historische wortels van de wijnen in de regio van Verona – én in vele andere gebieden – gezorgd hebben. Een stad die bol staat van geschiedkundige feiten – denk maar aan de vestigingen uit de tijd van de Romeinen zoals het amfitheater dat uitmondt in de Adige, de verschillende arena’s en toegangspoorten, de boog van Gavi en de brug van Pietra – en tevens het productiecentrum is van één van de drie grootste klassieke rode Italiaanse wijnen. Amarone staat immers op het gebied van kracht, concentratie en bewaarcapaciteiten, op gelijke voet met de Barolo en de Brunello. De Romeinen hebben niet alleen het aanplanten van de wijngaarden op de heuvels geïntroduceerd, ze bedachten ook als eersten, reeds meer dan 2000 jaar geleden, een systeem om de druiven uit te drogen. Dat systeem wordt vandaag “appassimento” genoemd en het zorgt er voor dat de wijnen rijk zijn aan alcohol, suikers en aroma’s. Belangrijk op commercieel vlak was dat dergelijke wijnen makkelijk konden getransporteerd worden en dat ze voldoende materie hadden om te kunnen weerstaan aan de kruidige gerechten die in die tijd erg geliefd waren.

De wijnen van Verona

De productiezone strekt zich uit van het Gardameer in het westen, waaronder de appellatie Bardolino valt, tot de herkomstbenaming Soave in het oosten. De regio van Valpolicella bevindt zich in het midden van deze lange zone. Ze wordt onderverdeeld in drie subregio’s: Valpolicella Classico, Valpolicella Valpantena en Valpolicella Est. Een verblijf in de streek toont al snel aan waarom de producenten van de eerste zone gedurende lange tijd dachten (én sommigen denken dat ook vandaag nog) dat hun regio het kwaliteitsmonopolie had wat betreft de Amarone. Nochtans zijn er tal van producenten in de twee andere subregio’s die enorm veel geïnvesteerd hebben in kwaliteit en het vandaag even goed doen, en in sommige gevallen zelfs beter! Als voorbeeld haal ik graag het befaamde Romano Dal Forno aan, dat zich in de vallei van Illasi situeert, op het meest oostelijke punt van de zone.

Van Recioto tot Amarone

De wijnen die door de Romeinen meer dan 2000 jaar geleden geproduceerd werden in Valpolicella (het Griekse “polus” en het Latijnse “cellae”, of de vallei van de talrijke kelders) hadden als basis half gedroogde druiven die de naam “reticum” meekregen. Van reticum tot Recioto zou het slechts een stap geweest zijn. Maar er is een andere theorie die zegt dat de term recioto afkomstig zou zijn van het woord “recie”, wat in het lokale dialect staat voor de beste delen van de bes die het rijkst zijn aan suiker.

Vandaag bezit de Amarone de officiële status van droge wijn, vroeger was het eerder een soort Recioto zonder suiker. In het verleden werd de most na de appassimento vergist zonder controle. Men bezat nog niet de technische kennis en men liet moeder natuur haar gang gaan. Wanneer de gisten niet alle suikers konden omzetten, verkreeg de wijnbouwer een Recioto. In het andere geval verkreeg hij een Recioto amaro (betekent bitter in het Italiaans ; bitter in tegenstelling tot suiker welteverstaan). Voeg daarbij nog de kracht van de wijn en u bekomt een Amarone, wat letterlijk staat voor een “stevige droge wijn”.

Valpolicella Classico

Deze DOC bestaat uit drie valleien die zich uitstrekken van de uitlopers van de Alpen (het Lessini gebergte) tot de vlakte van de Adige en Verona. Van west naar oost zijn het de valleien van Fumane, Marano en Negrar. We treffen er vijf belangrijke gemeentes aan: Sant’Ambrogio in het westen, gevolgd door San Pietro in Cariano, Fumane, Marano en tenslotte Negrar in het oosten. De hoogte varieert tussen de 70 en de 400 meter en oefent een dubbele invloed uit: de hoogte van de wijngaard zorgt enerzijds voor een vroege rijping van de druiven; terwijl anderzijds de hoger gelegen stockage kelders de ontwikkeling van de botrytis op de druiven, die aan het uitdrogen zijn in de schuur, in de hand werkt. Het type wijn kan dus verschillend zijn afhankelijk van deze factoren, maar ook afhankelijk van de bodem en de ondergrond die rijk aan mineralen is. De bodemtypes zijn kalk met lagen van basalt in het zuiden, en een mengeling van kalk en kiezel in het noorden. Zuidelijke exposities nemen zo’n 50% van de wijngaarden voor hun rekening, terwijl oostelijke en westelijke exposities goed zijn voor respectievelijk 30 en 20%. Deze laatste zijn trouwens de meest gunstige voor de productie van druiven die bestemd zijn voor Amarone, eenvoudigweg omdat ze per dag van meer zon kunnen genieten. Iedere vallei telt heel wat goede cru’s. Voorbeelden zijn La Grola, La Poja, Ca’Florian, Monte Olmi, Ca’Marega, Ravazzol, Rugolin, Jago, Le Ragose, Masua en nog vele anderen.

De andere Valpolicella

Die omvat twee subregio’s. De vallei van Valpantena, een lange strook met een breedte van 2 tot 3 km boven Verona, met o.m. de gemeente Grezzana – DOC Valpolicella Valpantena – enerzijds; en de oostelijke zone van Valipolicella, die ook wel Valpolicella allargata genoemd wordt en die sinds 1968 recht heeft op de DOC Valpolicella, anderzijds. De producenten van deze regio hadden in die tijd inderdaad het recht om deze naam te gebruiken zonder evenwel de toevoeging van het adjectief classico. Onder deze regio verstaan we de valleien van Squaranton, Mezzane en Illasi. De indrukwekkende bergengtes die je hier aantreft zijn het resultaat van voorhistorische vulkanische uitbarstingen. Bovendien bevat de kalk- en kiezelgrond tal van zeefossielen. De hoogte schommelt tussen de 90 en 325 meter.

Historisch gezien hebben de inwoners van Verona steeds een onderscheid gemaakt tussen de wijnen afkomstig van de verschillende subregio’s en zelfs tussen de verschillende valleien. Zo stelde men dat de wijnen afkomstig uit Negrar vrij hard waren, deze uit Fumane de zachtste waren en de wijnen uit Marano de meest aromatische waren. Mijn verblijf in de regio was alvast niet lang genoeg om hierover enig oordeel te kunnen vellen. Emilio Fasoletti, de uiterst efficiënte directeur van het Consorzio, vertrouwde me toe dat er vandaag nauwelijks nog verschillen bestaan omdat de producenten de wijnen afkomstig van de verschillende wingerds, en zelfs van de verschillende valleien, met elkaar blenden. Voeg daarbij nog de technologische en oenologische vooruitgang die de producenten een ruim scala aan vinificatiemethodes bieden, samen met de verschillende lagermethoden  die ter hun beschikking staan.

Autochtone rassen

De Amarone della Valpolicella is het resultaat van een blend tussen verschillende autochtone druivenrassen: hoofdzakelijk corvina, corvinone en rondinella, aangevuld met maximum 15% andere rassen zoals molinara, croatina, dindarella, negrara, oseleta en nog enkele anderen. Nieuwe productieregels voor de DOC Amarone della Valpolicella werden goedgekeurd door het Consorzio. In plaats van gebruik te maken van de traditionele 40 tot 70% corvina, 20 tot 40% rondinella en 5 tot 25% molinara, wordt een belangrijker rol weggelegd voor de corvina (tot 80%) en de corvinone (tot 50%), die recentelijk geïdentificeerd werd als een ander ras dan de corvina. De rondinella wordt beperkt van 5 tot maximum 30%. Verder dient de molinara niet meer toegevoegd te worden en beperkt men de “druivenrassen met rode niet-aromatische bessen”, die toegestaan zijn in de provincie Verona, tot 15%. Nieuwkomers bij sommige producenten zijn de merlot en de cabernet. Hun aandeel wordt beperkt tot 5%.

De corvina veronese bestaat uit kleine compacte besjes. Deze kleine besjes zorgen voor sap met aroma’s van intense rode kers en met een vrij hoge zuurgraad. Het tanninegehalte daarentegen ligt vrij laag. Het is een vrij laat ras met een schil die voldoende dik is om weerstand te kunnen bieden tegen rot tijdens de “appassimento”. Hetzelfde geldt voor de rondinella, een ras dat eerder voor robuustheid dan elegantie zorgt. Het bestaat uit kleine besjes met een dikke schil die snel uitdrogen.

De corvinone heeft op haar beurt tal van andere voordelen. Het is een ras dat meer suiker en stevige tannines produceert. De dikkere bessen drogen echter een heel pak trager, wat de appassimento niet ten goede komt. Rest nog de Molinara. Niet echt een kwaliteitsras maar eerder een variëteit die geschikt is voor grote opbrengsten.

Pergola versus Guyot

Er bestaat een verband tussen het feit dat de corvina het meest aangeplante ras is en dat de traditionele verbouwingswijze van de druivenrassen de pergola veronese is. Ook vandaag tref je die manier van wijnbouw nog frequent aan . Karakteristieken zijn de hoogte en de horizontale arm i.p.v. de gebruikelijke hoek van 20 of 30°. Het probleem dat zich bij dit ras stelt is dat de eerste knopen geen vruchten dragen. Daarom is men verplicht de arm voldoende te laten uitlopen en de nodige ruimte te geven zodat zich een voldoende aantal bessen kan ontwikkelen. Daarnaast zorgt de pergola voor een goede circulatie van de wind tussen de bessen zodat ze gezond zijn wanneer de appassimento aanbreekt. Deze methode maakt echter een hoge aanplantdichtheid onmogelijk zodat de rendementen makkelijk 120 hl/ha halen, zelfs wel 160 tot 180 hl/ha in de vlakte.

Sommige jonge percelen wingerds worden aangeplant volgens de Guyot methode. De gemiddelde dichtheid van deze wijngaarden schommelt ongeveer tussen de 4500 en 7500 stokken per ha. Deze aanplantmethode vergemakkelijkt een rendementsbeperking, wat een noodzakelijk gegeven is voor de wijnbouwers die kwaliteit nastreven. Romano Dal Forno vormt hier natuurlijk een uitzondering op. Hij plantte zopas volgens de Guyot-methode een nieuwe helling van 7 ha aan met een dichtheid van 13.000 stokken per ha. De gangbare verkoopprijs van zijn flesjes bezorgen hem natuurlijk de financiële middelen die anderen niet hebben. Deze nieuwe aanplantmethode is het meest merkbaar in de zone Valpolicella est. De classico zone blijft op dat vlak eerder bescheiden. Toch zijn er reeds heel wat wijnbouwers die het gewaagd hebben om over te schakelen. Denk maar aan het domein Viviane in het hartje van Mazzano in de vallei van Negrar. Claudio Viviani breidde er zijn aanplant uit van 7 tot 11 ha. De nieuwe aanplant op de heuvel – natuurlijk volgens de Guyot-methode – bereikt een dichtheid die kan oplopen tot maar liefst 11.000 stokken per ha.

Deze evolutie in de wijngaard toont duidelijk de vernieuwingen aan in de regio Valpolicella. Een vernieuwing die reeds dateert van het midden van de jaren negentig.

Vervolg in enkele dagen.

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie