In de sporen van Clev(e)ner

De wereld van de druivenrassen zit vol verrassingen. Niet alleen de namen van de druivenrassen veranderen al naargelang de regio’s, maar elk druivenras of toch bijna, verandert al naargelang de mutaties in meerdere varianten.
En dan zijn er ook nog de ‘valse vrienden’ ...

Zo is er klevner of clevner, maar deze druif mogen we niet verwarren met klevener, noch met klävner of clävner. Een poging tot meer duidelijkheid.

Niet te verwarren

Klävner of clävner is de Zwitserduitse naam voor pinot noir in de blauwe versie en voor chardonnay in de witte. Wanneer klevner zo geschreven wordt, wordt er vooral pinot blanc mee bedoeld (in de Elzas en zeker in Oostenrijk).

Klevener is op zijn beurt de typische benaming in de Elzas voor savagnin rose, een druivenras binnen de familie van de traminers. Dat is ook zo in het Duitse Baden, terwijl daar eerder de schrijfwijze clevner gebruikt wordt. Maar soms heeft men het ook over roter traminer of fromenteau rouge.

Ook de etymologie varieert sterk : sommigen denken dat de naam van dit druivenras afkomstig is van het Duitse woord kleben, dat kleven betekent. Anderen linken deze druif aan de stad Kleve, gelegen aan de Rijn en tegen de Nederlandse grens. Blijft verwarrend, niet?

Op weg van Chiavenna

De meest serieuze piste is die van Cleven, de Duitse naam voor de Italiaanse stad Chiavenna in Lombardije. Inwoners van Baden stellen dat het de gezanten waren van Karl Friedrich von Baden, een verlicht despoot uit de 18e eeuw, die in de jaren 1760 meerdere planten hadden meegenomen.

Bij de Elzassers van Heiligenstein, bij hen ontstaat de geschiedenis in 1742, de datum dat de raad van schepenen van de stad Strasbourg de dorpelingen de officiële toelating gaven om dit druivenras aan te planten op de lieu-dit van Auboden.

Net op tijd, want twee jaar later woedde de Oostenrijkse Successieoorlog en de klappen die Maria-Theresia uitdeelde verwoestte vrijwel heel de regio.

Hoe dan ook, zij die dit druivenras destijds hadden aangeplant, kenden wellicht de kwaliteiten ervan. Dit druivenras moet dus zeker reeds vóór die datum aanwezig geweest zijn.

Aan Zwitserse zijde spreken ze van een veel vroegere datum. Volgens hen zijn het de huurlingen van Graubünden die wijnstokken klävner naar Zwistersland brachten, dit vanaf de 16e eeuw. Iets wat absoluut plausibel is aangezien Chiavenna bijna drie eeuwen, van 1512 tot 1797, deel uitmaakte van Graubünden.  

Door de eeuwen heen … en langsheen stromen

Wanneer deze drie hypotheses waar zijn, wordt duidelijk dat de bronnen niet naar hetzelfde druivenras verwijzen, ook al geven ze er dezelfde naam aan.

Zo hadden de Zwitsers het als eersten over pinots (die door de Bourgondische kloostergemeenschappen reeds in tal van regio’s verspreid waren), terwijl de inwoners van Baden en de Elzas het pas later over traminers hadden.
Se non è vero è bene trovato.
Een extra verwarrend element: de vorm van de druiventrossen die er ongeveer hetzelfde uitziet, eerder langgerekt, met kleine en compacte druiven, waardoor traminers voor pinots genomen werden. 

Eén ding is zeker : gelegen aan de Splügenpas is Chiavenna een van de laatste Italiaanse toegangspoorten richting het zuiden van Zwitserland, en richting Duitsland via de Rijn. Meerbepaald wanneer we van Tramin komen, via de vallei van Oppio en vervolgens die van Adda. In brede zin maakt dat gebied deel uit van de vallei van Valtellina, die voor de naamgeving zorgde van de grüner veltliner en de roter veltliner.

Stromen namen meer dan eens druivenrassen in de maling, maar het zorgt wel voor sappige verhalen …

Hervé Lalau

Voor meer “Vergeten Druivenrassen”, klik hier

Geef een reactie