In het midden, de centraal gelegen wijngaarden. Deel 1

29/10/2020 - Een vreemde titel, maar het is een geologische realiteit. Wanneer men het in België over de Loirewijnen heeft, denkt men doorgaans aan Sancerre en Pouilly. Evenwel zijn de amateurs er sinds een dertigtal jaren wat minder in geïnteresseerd. Hij kwam verrukt terug en brengt U hier zijn verslag over de Sancerre.

De Sauvignon, die iedereen denkt te kennen.

In het begin van mijn wijnleven dacht ik bij een sauvignonwijn onmiddellijk aan Sancerre. Het begrip riep het beeld op van een bleekgele wijn met groene tinten, aroma’s van buks(*) en stekelbes, en een vlotte zuurtjesachtige smaak met wat lichtvoetige alcohol. Men dronk hem bij vis en men vermengde hem soms ook met wat zwarte bessenlikeur (cassis). Hij liep vlot binnen en maakte iedereen gelukkig. Hij bracht voorspoed en gelukzaligheid, zowel voor de consument als voor de producenten. Een eerste momentopname.

(* Buks is een heester die in bijna ieder seizoen een allesoverheersende geur afgeeft. Die kan bitsig, krachtig en harsachtig zijn. Bij warm weer of na een onweer wordt die geur zelfs bijna ondraaglijk. Op dat moment krijgt die een bijtoon van kattenpis, “pipi de chat”, wat dan andere lieverdjes aanspoort ook hun aanwezigheid nadrukkelijk tegen die boom te signaleren…)

En dan kwamen de jaren zeventig. De wijn werd minder verzorgd en de consument ging op zoek naar beters. Wijnboeren kwamen in financiële moeilijkheden en de kwaliteit nam verder af. Een tweede momentopname, we zoemen in. We maken van de gelegenheid gebruik om bij het veranderen van de lens de hoofdrolspeler scherp in beeld te brengen. Hier komt zijne majesteit Sauvignon de eerste, maar ook niet de enige. Deze wijnstok lijdt aan de ergst ziekte die een plant kan overkomen: een versnipperende mutatie. Zoals de andere grote wijnstokken in de wereld kende ook deze druif zijn moment van glorie. Het was toen nog voldoende zich met een Franse driekleurige rozet te tooien om als grootse kwaliteit geaccepteerd te worden. In een periode dat de meeste wijnliefhebbers hun achting voor de Franse wijn op een meer aanvaardbaar peil terugschroefden, mag men natuurlijk niet in het andere extreem vervallen door zijn liefde in haat om te buigen. Om het probleem wat te verergeren, heeft de bordelese wijngaard, bakermat van verwaandheid en buitensporige marketing, maar ook – ere wie ere toekomt – de regio die kwaliteit, dynamisme en innovatie stimuleerde, de sauvignon herontdekt. In deze regio evolueerde de sauvignon van eenvoudige partner van semillon (ook van de muscadelle) en zelfs van de eenvoudige ugni blanc, in alsmaar in belang afnemende appellaties, tot een superster. Dit was vooral aan de wijze mannen van Talence te danken. Vandaag vindt men de sauvignon zelfs overmatig terug in de overgewaardeerde Graves-wijnen en ook in de monumentale creaties van de cryo-extractie van Sauternes. U zult mij niet geloven, maar de wijnbouwers van Sancerre en Pouilly fumé nodigde zelfs Denis Doubourdieu uit om een lofrede voor de sauvignon van de Loire af te steken. Sla mij, als het niet waar is.

De sauvignon is een klasrijke druif. De trossen zijn vrij klein en bestaan uit ovale druifjes die een gele kleur hebben van oud goud. De broze schil, waarvan de dikte varieert, omvat een goed suikerend sap met muskatachtige geurtjes. In de Duitstalige gebieden wordt hij zelfs Muskat sylvaner genoemd of zelfs “Feigentraube”. De haarkloverij over het typerende van de sauvignon doet een beetje aan de discussie over de sekse van de engelen denken. Ik verkies liever diversiteit dan dictaten, zoals ik het ook liever kortweg over seks dan over de sekse van de engelen heb. Toch ga ik trachten, en dat op een moment dat we van eeuw wisselen, jullie de wijngaarden van het Centrum te doen (her)ontdekken.

Het centrum

De wijngaard strekt zich van Orléans, het ene uiterste, tot Forez, het andere,. Op hellingen en vlakkere gedeelten, langs een rivier die door de mens, l’homo modemus var. stupedus, in een juiste bedding gelegd werd. De ondergrond bevindt zich vooral op een sokkel primaire gesteente, soms ook op wat juragesteente en zelfs op tertiaire gesteenten. Tijdens hevig koude winters worden die brozer en gaan zelfs tijdens zeer warme zomers (slechts 600 à 800 mm neerslag per jaar) openscheuren. Men denkt dat de sauvignon hier zijn oorsprong vindt.
Omdat uitsluitend Sancerre en Pouilly voor mijn ontvangst instonden, zullen ook alleen deze regio’s aan bod komen. Onthoud evenwel dat Menetou-salon, Quincy en Reuilly zeer sterk op de twee spitsbroeders gelijken.

Sancerre, stad op de heuvel.

Sancerre omvat een wijngaard van 2.400 ha, waarvan 1.900 met witte druivelaars beplant zijn. Het ligt in het departement Cher en maakt daardoor nog deel uit van de Loireregio. Gebruik makende van het voorrecht de pen te mogen vasthouden ( of wat Bill Gates er ook van gemaakt heeft) heb ik beslist het uitsluitend over de witte wijnen te hebben. De heuvel Cuesta is 356 m hoog en op zijn westelijke helling vindt men een bodem daterend van de medio jura-periode, die zich in het secundaire tijdperk situeert en door een diepe waterdoorlaatbare laag gekenmerkt wordt. Twee kloven (op Sancerre en Thauveney) dienen als koppelteken met het meest oostelijke gedeelte, dat dan weer op terreinen uit het Cretaceen en het Eoceen (periode die het Alpenmassief heeft doen ontstaan) ligt. In het diep uitgesneden reliëf werd, in de daarop volgende duizenden jaren, een sterke erosie veroorzaakt met drie typen van bodems als gevolg: witte kalksteen, kalk-caillottes en klei-kalk gesteenten. Deze bodemtypes geven de verschillende expressies in de wijn. Temeer daar de densiteit van de stokken ten minste 6000/ha moet bedragen en het aanplanten van gras de wortels van de wijnstokken verplicht zeer diep in de bodem te duiken. Men constateert er officieel een gemiddelde van 60 hl/ha. Dat is niet zo erg (dat is tenslotte toch veel minder dan in de Elzas, Entre-deux-mers, Rheinhessen, Frascatie of Luxemburg). Deze verklaring zal opnieuw handelaars en hun advocaten aanzetten mij te schrijven, omdat zij beweren dat die opbrengsten vooral het terroir doen uitkomen. Alhoewel, ga het zelf maar na, het zijn alleen de wijnen van het topgamma, met een rendement van om en bij de 35 à 45 hl/ha, die de superioriteit van de regio aantonen.

Bekijken we nu even de bodemtypes eens van dichtbij:

1) de “terres blanches” ook “grosses terres” genoemd, bevinden zich in het hoger gelegen deel, in het uiterste westen van de appellaties. De bodem is er kalkrijk. Hier bevindt zich zowat 40% van de oppervlakte en produceert men strakke en structuurrijke wijnen.

2) de “caillottes”, komen tot dicht bij de stad en bevatten kalkhoudend grove grint. De wijn is er ook frisser en fruitiger. De twee bodemtypes verschillen aan de oppervlakte van elkaar. De ene bevat een duidelijk bruine composiet (harde bodem van warme keienachtige klei-kalk) en bruin geworden rendzines (met 30 % actieve kalk, dus sterk alkalisch met een risico op bruinkleuren van de bladeren). De andere bestaat uit bruine kalk (diep doorlaatbaar maar bevat minder keien).

3) in het oosten (20% van de oppervlakte) bestaat uit bodems van het Cretaceen en die bevatten eigenaardig genoeg geen kalk, terwijl de bodemtypes uit het Eoceen weer veel keien en silex bevatten. De wijnen hebben omwille van dat silicium een lang bewaarpotentieel en het geeft aan de wijn een karakteristiek boeket.

Bij dit bodemtype kan men aan de oppervlakte twee bedekkingen vinden: een bruin geërodeerde laag, weinig dik en zonder kalk, op steile hellingen en een meer kalkhoudende laag op de hoger gelegen gedeelten.

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie