In het midden, de wijngaarden van het centrum (deel 2)

02/11/2020 - Na Sancerre, wordt ik thans in Pouilly ontvangen. Eerst een rondrit per 4x4 onder een stralende zon in de wijngaard, proeverij op het Château de Tracy, groepsfoto (waaraan ik weet te ontsnappen) en terugreis met een punctuele hoge snelheidstrein: van een goed gevulde dag gesproken.

Het Pauliacum op de ander oever.

Wanneer men de Loire oversteekt, bevindt men zich in een ander departement: Nièvre. De Romeinse heirbaan (van Orléans naar St-Père-sous-Vézelay) verklaart het bestaan van Pouilly in die tijd. Het was een Gallo-Romeinse nederzetting: Pauliacum, zogenaamd super fluvium legerium. Die sakkerse Romeinen wisten wel waarom ze precies daar een nederzetting moesten bouwen.

Maar zoals elders zijn het ook hier de monniken die Bacchus eren. Vooral de adepten van Sint-Benedictus van Nursia. En die patertjes maakten er werk van! Met een grote mate van zekerheid moet Vlaanderen, als vazal van het graafschap van Nevers, reeds in de 14de eeuw de Pouilly-wijnen gekend hebben. Wat later opent het kanaal van Briare de weg naar de hoofdstad om vandaar, via de Seine, Rouen te kunnen bereiken. Traditioneel verbrandden de Engelsen daar maagden (Jeanne d’Arc) en kochten zij er hun wijn. Het is een tijd waarin het leven zich op tegenovergestelde wijze dan vandaag organiseerde. In plaats van politieke vluchtelingen voor enkele luizige euro’s zich bij ons te laten doodwerken, zadelden men ze, voor enkele ecu’s, liever thuis op met een levercirrose. Maar ten tijde van de revolutie komt de wijngaard toe aan diegene die er in werkte. Men produceert er druiven voor wijn, maar vooral tafeldruiven. De chasselas werd er toen “doré de Fontainbleau” genoemd, mooi hé? In 1880 doemt de meeldauw op, in 1890 gevolgd door de phylloxera. En bij de algemene heraanplanting heeft de Midi de Loire als leverancier van tafeldruiven vervangen, waarop de gehele regio zich opnieuw op het wijnmaken stort.

Een herkomst, twee benamingen.

“One man, one vote”, was dat maar waar en dan heb ik het nog niet over de suffragettes. Vrouwen hebben zelfs op de vierde republiek moeten wachten om te kunnen stemmen. En hier “Eén terroir, één benaming”, waarom dan wel? Men moet geloven dat de député van de Nièvre een lange arm heeft gehad om voor Pouilly twee benamingen te versieren: 60 ha Pouilly-sur-Loire voor witte Chasselas-wijn (waaraan wat sauvignon mag toegevoegd worden, wat maar weinigen weten) en 900 ha Pouilly Fumé voor de sauvignonwijnen. De laatste benaming strekt zich uit over de gemeenten Pouilly, Saint-Andelain, Tracy, Saint-Laurent, Saint-Martin, Garchy en Mesves. Terloops vermeldt het lokale wijnbouwerssyndicaat dat er jaarlijks 70.000 hl wijn geproduceerd wordt. Wel wel, reken maar eens uit.

Technisch overzicht

Deze appellatie ligt op een hoge schiervlakte, waardoor ze aan de soms snedige Atlantische wind ontsnapt. De geroemde regulerende rol van de rivier lijkt mij enigzins overdreven, omdat de wijngaarden niet zo dichtbij zijn. De neerslag is er onvoorspelbaar en varieert sterk van het ene jaar tot het andere; van zonovergoten tot sterke langdurige bewolking. Dit alles zal sterk op de kwaliteit van de jaargang inspelen en zal het gebruik van het bietenproduct intens beïnvloeden. Slechts enkele domeinen trachten niet te chaptaliseren, anderen verdedigen dan weer, op oprechte wijze, mij dunkt, het gebruik ervan. Het is al een hele heksentoer om Sauvignondruiven met 11% potentieel te kunnen oogsten, dat zegt al genoeg, niet?

Het interessantste aan deze wijn, zoals in vele noordelijke regio’s, is zijn mineraliteit. In dit opzicht vormt Pouilly een uitzonderlijke mozaïek (of “patchwork”, zegt men thans). Het grootste gedeelte van de bodem stamt uit het Juratijdperk, maar de Noord-Zuid groeven werden opgevuld met rotssediment en slib van het Tertiair, vooraleer door de tektonische verschuivingen onder te gaan bij de bodemopheffing van het Alpijns massief. Men treft er sedimenten aan uit de Malm (Oxfordien): als het harde of keienachtige gesteenten zijn noemt men ze “caillottes”, zachter (zoals krijt) zijn het “griottes”. Er zijn ook Kimmeridge (zoals in Chablis) lagen met zachtere kalk, mergel en schelpfossieltjes, dit zijn de “terres blanches” en recent alluvium met silicium of klei en zelfs grof slib, dus grover materiaal (zand en keien), kortom “silex”. En tenslotte kan men er op enkele plaatsen ook Portlandien kalk aantreffen.

Onze Keuze

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie