Irancy : vroeger eenvoudige regionale césarwijn, thans als aoc gelauwerd.

Sinds de jaargang 1998 heeft Irancy het recht zijn eigennaam op de flessen af te drukken. Het gevolg van een lange strijd voor het recht op een eigen appellatie.Is het nu wel terecht of ten onrechte dat de meest gestructureerde pinots van het departement Yonne zich dit voorrecht toeeigenen?

De gemeente Irancy kon zich al in 1977 een eerste keer van de veralgemeende benaming “Bourgogne” onttrekken, door het voorrecht te verwerven om zijn naam aan de veralgemeende benaming “Bourgogne” te mogen koppelen. Andere gemeenten zoals Chitry, Epineuil en Coulanges-la Vineuse genieten nog steeds dit voorrecht. Maar deze afbakening kon de wijnboeren van Irancy niet helemaal bevredigen. Zij beoogden meer: de ultieme erkenning als gemeentelijke appellatie. In 1998 was het dan zo ver: A. Irancy C. In de wandelgangen wordt er nu al hardop gefluisterd dat er in afzienbare tijd zich zelfs enkele de status van premier cru zullen mogen aanmeten. Maar omdat tomorrow another day is, interesseren we ons nu enkel voor de realiteit die we vandaag voorgeschoteld krijgen.

De site

De wijngaard ligt op de rechteroever van de Yonne, op het onderste punt van een omgekeerde driehoek waarvan de basis, 18 km noordwaarts, een lijn vormt die Chablis met Auxerre verbindt. In 2002 waren er 148 ha, van de 315 potentiële ha, in productie. Die liggen verdeeld over drie gemeenten: Irancy (grootste deel), Cravant en Vincelottes.
Of het nu om een eerste bezoek of een herhaling gaat: steeds komt men bij de aanvang van een bezoek onder de indruk van de schoonheid van de regio: het werk van de Bourgondische natuur. Het stadje, dat in een immens amfitheater genesteld en zuidwest georiënteerd is, bestaat uit een wirwar van pittoreske steegjes rondom de parochiale Saint-Germainkerk. Er wonen 340 zielen, waaronder er 22 de roep naar de wijnbouw beantwoord hebben.Voeg daar de 17 wijnbouwers van de buurgemeenten bij en men heeft de totaliteit van de wijnbouwgemeenschap.

Elk seizoen heeft er zijn eigen charme, maar de lente kleurt de regio harmonieus met het groen van de wijnranken en het wit van de kersenbloesems. De kersenlaar kreeg tijdens de Phylloxéra-crisis de voorkeur op de wijnrank; aan het begin van de 20ste eeuw telde men nog zo een honderdtal ha, thans is dit gereduceerd tot een 15-tal ha. De wijnrank, de echte star van het dorp, eiste zijn rechtmatige plaats terug op. De 450 ha van 1830 slonken door de gevreesde bladluis als sneeuw voor de zon. Er waren de nieuwe aanplantingen van het begin van de 20ste eeuw nodig om de wijngaard zijn 18de eeuwse oude glans weer te geven. Op een reliëf in de archeologische site van de buurgemeente Saint-Camille, is een wijnoogst uitbeeldt. Dit bevestigt dat men tijdens het Gallo-Romeinse tijdperk reeds wijn én ook de césar verbouwde. Deze rode, door de legionairs ingevoerde wijnstok wordt met een precieze weergave van bladeren en ranken op de sculptuur afgebeeld. Hij vormt met de pinot noir het ampelopsisch koppel dat het appellation-decreet voorschrijft.

Geef hem, wat hem toekomt, zo’n 10 % in de assemblages. Wat de oppervlakte betreft: slechts 3,5 ha zijn aan hem besteed. Dus eerder een anekdotische aanwezigheid. “César, da’s allemaal cinema” bevestigde een wijnboer mij. Terwijl er van de tressot, die andere rariteit, volgens appellation-voorzitter Roger Delaloge nog slechts één enkele stok overblijft. Hij werd trouwens in de AOC Irancy reglementering niet meer vermeld.
De indeling van de wijngaard toont meerdere oriëntaties. De klei-kalk ondergrond dateert van de Boven-Jura, meer bepaald van de Kimmeridgien. De plateaus kwamen niet in aanmerking voor de afbakening, want die zijn door Portlandien gevormd. Hierop worden evenwel nog “generieke” Bourgognes geproduceerd.

Een oogje in het glas houden.

Sommige wijnboeren spelen voluit het “village”-spel mee en brengen slechts één kwaliteit. Anderen mikken op de typerende Bourgondische percelenlogica en werken per plaatsnaam. Zo leest de consument soms op het etiket namen als Les Cailles, Mazelots, Vauchassy, Côte de Moutier, Bessys … en de meest gereputeerde: La Pâlotte, die in Cravant ligt. Theoretisch kan elk van de 64 gekadastreerde plaatsnamen aanspraak maken op de vermelding.

De overgang van “generieke” naar gemeentelijke benaming bracht een herschikking van de opbrengst met zich mee – van 50 naar 45 hl/ha (+ 20% PLC*) – alsook van de alcoholminima – van 10 naar 10,5%. Men kan blijven vitten over die minima, maar ze worden zo kleurrijk becommentarieerd door de wijnboeren die er hun dagelijkse boterham mee verdedigen. De neutrale observator relativeert dit. Hij weet dat, vergeleken met andere regios, de pinot noir vanaf een zekere generositeit zijn aantrekkelijkheid verliest. Behalve wanneer het klimaat, zoals in 99, alles weerlegt. Men verklapt ook geen geheim door te zeggen dat de pinot noir en ook de césar in meer noordelijk gelegen zones moeilijk rijpen. De laatste, alhoewel beperkt, brengt veel tannine en kleur in de wijn. In het begin van de jaren negentig kreeg ik de kans een 100% zuivere césar ‘86 te proeven. Ik kon mij een precies idee maken over zijn rol in sommige assemblages met sommige tengere pinots.
* Plafond Limite de Classement

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie