Sommige Sommières

13/10/207 - 1In 2011 ontstond binnen de AOP Languedoc een nieuwe geografische herkomstbenaming: Sommières.

Een manier ter bevestiging van een veel oudere wijnstreek die eerder bekend stond als Cru Langlade en waarvan de wijnen zeer op prijs gesteld werden door René I van Anjou, in de streek zelf ‘le bon roi René’ genoemd. Vandaag groepeert de regio een 20-tal wijnproducenten, verdeeld over 18 gemeenten. De herkomstbenaming is voor de rode wijnen.
De wijnstreek ligt vrij versnipperd en strekt zich uit over ongeveer 20 kilometer van aan de rand rond Nîmes in het oosten tot aan Carnas in het westen, van Janas in het zuiden tot aan Montmirat in het noorden, zonder dat er van een echte aaneenschakeling kan gesproken worden. Ook de bodemstructuren zijn vrij gevarieerd: van klei tot silex, mergel, zachte en harde kalk. Op de uitlopers van de Cévennes geniet deze wijnstreek van vele uren zon.
Op gebied van druivenrassen treffen we er de klassiekers aan van een rode languedoc. Qua belangrijkste druivenrassen (die minstens 50% van de blend moeten uitmaken) zijn dat grenache, mourvèdre en syrah. De aanvullende druivenrassen zijn carignan en cinsault.

Het kwaliteitshandvest vermeldt onder meer een opvoeding van minstens één jaar (tot 15 november van het jaar dat volgt op het oogstjaar).

Maar wat is nu een ‘typische’ sommières?

Moeilijk om te zeggen, toch op basis van een degustatie die we gerust als kort en bondig kunnen definiëren.
Van de tien wijnen die we proefden (wijnjaren 2010, 2012, 2013 en hoofdzakelijk 2014), vonden we niet meteen een gemeenschappelijke deler, tenzij het kruidige misschien (maar geldt dat niet voor de meeste wijnen van de Languedoc?). Sommige wijnen vonden we heel ‘vloeibaar’, mager bijna, met wrange tannines. Andere daarentegen vonden we dan weer te ‘warm’. Wat het aromatisch profiel betrof, daar twijfelden we tussen wijnen van de Côtes du Rhône (in een meer flatterende stijl) en de topcuvées met veel hout. Maar laten we positief blijven, want twee wijnen waren meer dan goed: de Argentier 2012 en vooral de Mas Granier 2014.

Château L’Argentier 2012

Het eerste contact met deze wijn verliep nogal stroef. De geur was heel discreet, met wat indrukken van kirsch, gevolgd door een smaak die ergens tussen bitter en metaal zat. Hoe dan ook namen we de moeite om hem enkele uren nadien opnieuw te proeven en daar kregen we een heel ander verhaal te horen (proeven, in dit geval). De alcohol deed nu aan kersen denken, het bittere aan leder – als een vlinder die zich ontpopte. Ook de tannine was zachter, het geheel uiterst elegant en aan het begin van een mooie evolutie. Een wijn die opeens heel erg zin deed krijgen in een tweede glas, en waardoor we dus bezweken.
Blend van 70% syrah. www.chateauargentier.fr

Mas Granier Camp de l’Oste 2014

Wat een fraaie materie ! Qua geur ruiken we impressies van mokka en gerookte thee, met daarachter een aangename frisheid die tegelijk fruitig en kruidig is (aardbeien met peper, basilicum, rozemarijn). In de smaak blijven de aardbeien stevig overeind, met daarnaast toetsen van donkere kersen en blauwe bosbessen. Dit is wijn! Bovendien wordt al dit fraaie omwikkeld door fijne tannines. De finale is zeer lang en doet aan koffie en peper denken. Een knap staaltje van opvoeding. De 18 maanden in foeders hebben het fruit niet murw geknuppeld en onderstrepen heel fijn de textuur van deze wijn.
Blend van 60% syrah, 20% mourvèdre en 20% grenache. www.masmontel.fr/coteaux-du-languedoc

Andere wijnen die we apprecieerden: Trépaloup Clos des Oliviers 2014, Massereau Cuvée La Tourie 2014.

Hervé Lalau

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

 

Geef een reactie