Montlouis sur Loire

Dit is een verhaal van polycultuur-landbouw met een vrij traditionele – eerder rustieke - wijnbouw, zonder wijnhandelaars of grote wijnhuizen. Redenen genoeg die verklaren dat de AOC Montlouis onopvallend aan de consument voorbijgaat; zowel in de media als bij de Belgische verbruiker. Maar opgepast, men zou er goed aan doen deze, zeg maar ontluikende, appellatie beter te leren kennen.

Geklemd tussen de vallei van de Cher, rechteroever, en de Loire, linkeroever, vormt de wijngaard van Montlouis een platliggende puntige driehoek die naar de stad Tours, op een tiental km ten westen, wijst. De basishoeken worden gevormd door Lussault sur Loire, bovenaan en niet ver van het kasteel van Amboise, en onderaan door Saint-Martin-le-Beau, op de hellingen van de Cher. In het punt van de driehoek ligt ligt de stad Montlouis die zich met haar huizen uitstrekt tot op het plateau, wedijverend met de wijngaarden voor een stukje grond. Van op het plateau kijkt men vijftig meter diep uit op de rivier en de départementale 751 vanwaar je de 520 ha chenin op het plateau niet kan zien.

Een lange geschiedenis

Sporen van eerste aanplantingen in de regio verwijzen naar de 5de eeuw. De Plant d’Anjou was in dit landsdeel al in 845 gekend en zou, volgens Gallet, rond de 15de eeuw in de Touraine zijn ingevoerd met eerste aanplantingen op de Manoir de Montchenin. In de 16de eeuw verspreidde de druif zich vanaf deze plek onder de naam chenin. Francois Rabelais maakte de benaming populair. Plaatselijk krijgt de druif ook nog de naam Pineau de Loire mee.
Ten tijde van de postkoets was Montlouiswijn geliefd bij de koetsiers die de Loire op en af reden en de wijn als volgt bewierookten:
“D’Amboise à Tours, il y a six lieues,
Montlouis est au milieu,
On y boit du bon vin vieux.”
Dichter bij ons verkreeg Montlouis in 1938 zijn AOC-status. De appellatie werd echter, los van zijn illustere overbuur, pas bekend tijdens de eerste wijnbeurs in 1948 en dat dankzij de befaamde jaargang 1947.

Landschap en bodem

De wijngaard van Montlouis, precies tegenover Vouvray op de rechteroever, ligt op een plateau waarvan men in de diepte op de Loire uitkijkt. Het landschap deint met een opeenvolging van zachte hellingen naar het zuiden uit in de vlakte van de Cher. Het kalkplateau ligt op de beroemde tufsteen van de Touraine. Deze witgekleurde ondergrond is zo compact dat men er over de gehele Touraine kelders heeft kunnen uithouwen. De onderlaag wordt bedekt met geelgekleurde brosse tufsteen. Aan de oppervlakte, naargelang de plaats, vindt men – weliswaar minder dan in Vouvray – een laag kalkachtige klei: “aubuis” genaamd of voornamelijk in het noorden van de appellatie siliciumhoudende klei, “perruches” genaamd. Het gehucht Husseau is het hoogste punt en heeft de mooiste terroirs, die niet ver van de rivier liggen. Hoe meer men verder trekt richting Cher en het zuiden van de appellatie des te meer is de siliciumhoudende klei bedekt met een Eolische zandlaag. De wijnen van Saint-Martin-le-Beau zijn in principe dan ook eerder elegant dan weelderig.

De herleving

Sinds 2000 werden vele domeinen overgenomen of gesticht. Dit betekent tegelijk een verjonging qua eigenaars of uitbaters die ruimer denken (Weisskopf, Ivancic…). Deze positieve dynamiek vormt de kracht in de strijd van de wijnbouwers tegen de politieke decision makers die uitsluitend heil zien in de uitbreiding van immobilia ten koste van de wijngaard. Een strijd die, onder de leiding van voorzitter P. Berthelot, gevoerd wordt door het wijnbouwerssyndicaat om hun grond, hun reden van bestaan, te beschermen. Het jaarlijkse geproduceerde volume blijft vrij stabiel en gaat naargelang het klimaat van de jaargang van 14 tot 19 duizend hl. Rekening houdend met de toename van de aanplant, is dit een gevoelige daling per ha. Dit was onontbeerlijk wilde men er kwalitatief op vooruitgaan.

De ommekeer richting kwaliteit

Jawel, want de Montlouiswijnen van de jaren zeventig, tachtig schitterden niet m.b.t. de rijpheid van de druiven. Uiteraard waren er uitzonderingen, vooral die van Delétang en Levasseur. De andere wijnen, of het nu om schuimwijn of stille wijnen, halfzoet of droog, ging, waren doorgaans brouwsels met tonen van onrijpheid, een scherpe zuurheid en een banale grondsmaak. Niets om als appellatie mee te pronken.
In het laatste decennium van de 20ste eeuw verandert er snel vrij veel. Toen François Chidaine in januari ’89 begon met 5 ha, was hij de eerste jongere die sedert 15 jaar die stap zette. Om maar te zeggen hoe de appellatie in zijn immobilisme vastgeroest zat. De markt beperkte zich tot de lokale of passerende particulieren, die het zuur en de zwavel erbij namen. Een belangrijk gedeelte werd als schuimwijn verhandeld. Een tiental jaren later is eindelijk Montlouis uit de startblokken gekomen, nog wat moeizaam rekening houdend met de algemene situatie van de markt, maar er zijn goede vooruitzichten. Niettegenstaande maar drie à vier op de 65 wijnbouwers biologisch telen, kan men merken dat er toch goed en precies verbouwd wordt. Bij een wandeling door de wijngaarden ziet men dat er opnieuw vele percelen geploegd worden, eerder dan chemisch gewied. Het loof groeit hoger dan gewoonlijk, de trosjes hangen beter verspreid over de wijnstokken die doorgaans gesnoeid worden tot vier scheuten met elk twee ogen. Dit geeft een aanvaardbaar rendement. Als we de dracht bekijken, lijkt 2004 een productief jaar te zijn. Het decreet verplicht trouwens een densiteit van 6.600 stokken/ha aan te planten en ten hoogste een rendement van 52 hl/ha (plus de PLC) te halen.
De wijnkelders, waarvan sommige in de kalkrots uitgegraven zijn, zijn voortreffelijk uitgerust, hoewel niet altijd met spitstechnologische snufjes. Kortom, perfect materiaal om de chenin optimaal te laten spreken in de wijn samen met het bodemtyperende van Montlouis sur Loire: en dat is sinds jaargang 2002 de nieuwe officiële AOC-benaming.

Enkele goede adressen

  • Olivier Delétang – DELETANGOLIVIER@wanadoo.fr
  • François Chidaine – www.francois-chidaine.com
  • Domaine de La Taille aux Loups – http://www.jackyblot.fr/
  • Domaine Levasseur- Alex Mathur – http://alex.mathur.free.fr/
  • La Grange Tiphaine, Damien Delecheneau – http://www.lagrangetiphaine.com/
  • Frantz Saumon – f.saumon@sfr.fr
  • Xavier Weisskopf – xavier.weisskopf@hotmail.fr

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie