Nieuwe Wereld, Oude Wereld

20/04/2015 - In de microkosmos van de wijn horen we er vaak over praten, over de wijnen van de ‘Nieuwe Wereld’. Het oude Europa, waar wij deel van uitmaken, geniet daarvan – en soms vinden we dat de Nieuwe Wereld een beetje de parvenu’s van de wijn zijn. Mensen die net goed genoeg zijn om ons na te apen.

Van Chili of Zuid-Afrika hoor ik regelmatig uitspraken in het genre van : ‘Die mensen hebben daar geen terroir, geen roots.’ Of ook nog: ‘Dat zijn landen waar correcte wijnen gemaakt worden, soms goed, maar nooit groot.’
Natuurlijk houden deze uitspraken geen steek wanneer we naar een analyse overgaan, vooral ter plaatse niet.
Ter herinnering: de wijnstok arriveerde in Chili in de 16e eeuw. Idem in Zuid-Afrika. In die tijd was de Médoc nog een moeras! En produceerde de streek van Orléans meer wijn dan die van de Languedoc.

Wel moet gezegd dat de echte revival van de Chileense wijnbouw later kwam – en dat is waar.
Er moet gewacht worden tot de jaren 1870, wanneer het land, dat tot dan enkel en alleen oude Spaanse variëteiten had, openstond voor internationale druivenrassen. Gelukkig was dat vóór de phylloxera, waardoor Chili zowat het grootste aantal wijnstokken moet hebben dat niet geënt is op Amerikaanse onderstokken – met vandaag zelfs zeldzame druivenrassen van Bordeaux uit die tijd, zoals carménère en petit verdot.
Het is grappig om vast te stellen dat de aanplant van sommige Chileense wijngaarden minder veranderd is dan die van de Crus Classés uit 1855.
Bij Errazuriz is dat bijvoorbeeld het geval in de Aconcaguavallei, waarvan de eerste aangeplante percelen dateren van 1870.
Voor hun topwijnen, zoals de Founder’s Reserve, gebruikt Errazuriz altijd een grote hoeveelheid petit verdot, zoals dat in Bordeaux lange tijd het geval was. Hun cabernets – niet-geënt – zijn ook veel ouder dan die van de domeinen in de Gironde.

pacifique_1

Carte du nouveau monde. Collection Chatillon musée d’Aquitaine

 

Blijft er de prangende vraag : ‘En het terroir?’ ‘
Daar gaat het goed mee, dank u!’

Aconcagua is een lange en smalle vallei die zich uitstrekt van de Grote Oceaan tot de uitlopers van de Andes. Zo zijn er tal van microklimaten en bodemtypes te vinden (vulkanisch of alluviaal). Chilenen ontdekken er bovendien dagelijks nieuwe, waarbij de grootste uitdaging is deze nieuwe gebieden vandaag naar waarde te schatten.
Sedert een jaar of tien stappen nogal wat wijndomeinen af van ‘makkelijke’ zones in het centrum van het land en interesseren ze zich meer in hoger gelegen gebieden, in ijskoude zones zelfs, bijna extreem. Daarbovenop is het land niet breed maar wel 3000 km lang, met hele droge gebieden in het noorden van het land en extreem vochtige streken in het zuiden, zonder de grote ijsvlaktes te vergeten.
Errazuriz is niet de enige die zich in het avontuur van het Chileense terroir stortte. Miguel Torres, van wie we afgelopen week een reeks wijnen voorstelden, zit ongeveer op dezelfde lijn. Hij interesseert zich vooral voor de kwaliteit van de wijnstokken (het plantgoed) en de effecten van de ligging, waarnaast hij grote inspanningen levert om oude druivenrassen zoals país nieuw leven in te blazen.
Bij Viña Aquitania in Malleco is het avontuur meer klimaatgericht – we zitten in Patagonië, een streek met een ruw klimaat, fris en vochtig, maar blijkbaar uitstekend voor pinot noir en chardonnay, die in het centraal gedeelte van Chili, dat qua klimaat meer mediterraan is, vaak wat plomp overkomen. Felipe de Solminihac heeft daar een soort van tweede Bourgogne gevonden. Zijn twee Franse vennoten, Paul Pontallier (Château Margaux) en Bruno Prats (Cos d’Estournel), nochtans gezegend met een prestigieus terroir, halen beslist hun neus niet op wanneer ze het over hun Chileense ‘schone’ hebben.

Uiteraard beschikken zowel de Chilenen als de Zuid-Afrikanen over een uitstekende breedtegraad waardoor ze alle druivenrassen kunnen aanplanten zie ze maar willen, die het beste bij hun nieuwe wijngaarden passen, of die het palet van hun reeds bestaande wijngaarden complementeren. Welnu, vindt u dat aanstootgevend of eerder inspirerend?
Is het niet paradoxaal dat er in de Aconcaguavallei viognier aan marsanne en roussanne mag toegevoegd worden, terwijl dat in Saint Joseph verboden is? Hebben we het ons al eens afgevraagd wat 10% syrah in Paullac zou geven. Of 20% merlot in Saumur?
In Frankrijk rust er ongeveer een taboe op het gebruik van druivenrassen. Veel meer dan dat het geval is met nieuwe technologieën tijdens het vinificatieproces ? Misschien omdat dat laatste minder zichtbaar is?
Is het niet frappant dat we Chilenen, Argentijnen, Australiërs, Zuid-Afrikanen en kompanen aanspreken op hun laksheid qua reglementen, dat we ze een gebrek aan terroir aansmeren, maar dat er tegelijk evenveel technische wijnen bij ons geproduceerd worden, zelfs binnen prestigieuze herkomstbenamingen? Aromatische gisten, omgekeerde osmose, cryo-extractie, chaptalisatie, toevoegen van geconcentreerde most, aanzuren – tal van procedés waarvan we denken dat die uitsluitend weggelegd zijn voor de ‘parvenu’s’ van de Nieuwe Wereld, en nochtans …

Hervé Lalau

Voor meer “Voorwoord”, klik hier 

Geef een reactie