Pinot Gris Grand Cru: welke stijl?

28/01/2021 - De pinot gris d’Alsace heeft de laatste twintig jaar kunnen genieten van een heropleving van zijn populariteit. Tijdens de jaren zeventig verkocht deze wijn nauwelijks, het is pas in de jaren tachtig dat het succes heropflakkerde. Resultaat: zijn aanplant is aan uitbreiding toe. Het leek ons dan ook interessant om even van nabij kennis te gaan maken met twee delicate jaargangen, 2000 en 2001. Bestaat er immers een beter middel om het kaf van het koren te scheiden?

Nogal wat liefhebbers kennen de Elzasser tokay pinot gris maar al te goed, maar weten ze ook dat dit ras ook elders voorkomt? In Bourgogne luistert het naar de naam pinot beurot; in de Savoie en in de Loirevallei kreeg het de naam malvoisie mee, net zoals in de Zwitserse Valais trouwens. In de ‘Dictionnaire des Cépages’ van Galet staat trouwens te lezen dat het ras nog in tal van andere regio’s en landen voorkomt: fromenteau of petit gris in Champagne, grauer burgunder of rülander in Duitsland, pinot grigio in Italië, om er nog maar enkelen te noemen. In Frankrijk neemt zijn aanplant toe: van 492 ha in 1958, tot 893 ha in 1988, en volgens dezelfde bron zelfs 1.886 ha in 1999. Of anders gesteld, een stijging met 100% in nauwelijks tien jaar tijd. Het belangrijkste deel vinden we in de Elzas (1.775 ha) waar het één van de vier rassen is die recht heeft op de vermelding Grand Cru. Dit is reeds één van de belangrijkste redenen voor zijn uitbreiding. Nogal wat wijnbouwers verkiezen een ‘Grand Cru’ ras aan te planten in plaats van een ordinaire sylvaner. Maar er zijn nog andere redenen en ook … enkele problemen.

De redenen van het succes

De riesling blijft volgens mij het grootste Elzasser druivenras. Het is in staat om op optimale wijze de verschillende expressies van het terroir nauwkeurig weer te geven. Maar nogal wat wijnliefhebbers hebben last met de zuurstructuur. Zelfs liefhebbers die zich de titel van wijnkenner aanmeten, weten het ras niet juist in te schatten. Ons huidig tijdperk weet zuur nauwelijks nog te appreciëren. Met de triomf van de soft drinks heeft suiker de bovenhand genomen op bitter en zuur. De pinot gris wordt vandaag dan ook meer naar waarde geschat omwille van zijn rondheid en zijn relatief lage zuurgraad die het soms moeilijk heeft om het niet te verwaarlozen aantal restsuiker in balans te houden. Het haalt makkelijker dan de riesling een alcoholgehalte van om en bij de 14% vol. Bovendien bezit het ras meer kracht en speelt het makkelijker in op de stijl die Parker predikt; veelal met honingachtige toetsen, zelfs wat boterachtig. In zekere zin valt het te vergelijken met de chardonnay, een ras dat overal ter wereld aangeplant werd en gedronken wordt. Stukken meer geliefd bij de consument en dus makkelijker te verkopen door de producent. Geen wonder dat zijn aanplant aan een forse uitbreiding toe is. En nochtans…

Vaststellingen en problemen

De pinot gris is een mutatie van de pinot noir, met een kleur van de bessen die bij rijpheid varieert tussen grijsroze en grijsblauw. In de oude Bourgondische wijngaarden gedijde hij tussen de pinot noir. Daardoor komt het, aldus Galet, dat hij één vijftiende tot één twintigste van het druivenareaal van Clos Vougeot voor z’n rekening nam. Hij maakte de rode wijn iets zachter. Het bewijs dat het wel degelijk om een kwalitatief ras handelt dat zeker z’n plaats verdient op de heuvels van de Elzasser Grands Crus.
Maar het is juist op deze zelfde heuvels dat de riesling aangeplant staat omwille van de kwalitatieve aspecten van het ras. De uitbreiding van de aanplant van de pinot gris geschiedde gedeeltelijk op overbelichte heuvels die een te belangrijke daling van de zuurgraad veroorzaken zodat het druivenras zich niet in de beste omstandigheden kan ontwikkelen. Het ras houdt meer van oostelijke en westelijke exposities zodat de druiven heel regelmatig kunnen rijpen.
Op dergelijke heuvels met diepe gronden kan de pinot gris ook genieten van de edele rotting.
Ander problematisch aspect dat verbonden is met zijn succes: de ontwikkeling van de aanplant gedurende de laatste 15 tot 20 jaar heeft ervoor gezorgd dat er vandaag heel wat jonge wijngaarden in productie zijn. Vooral op grote terroirs waar men eerst de stokken diende te rooien vooraleer men met de heraanplant kon beginnen. Iets wat vulling en complexiteit niet ten goede komt, of men zou de rendementen, en dus de productie van het fruit, gevoelig moeten beperken. En iedere wijnliefhebber weet natuurlijk dat enkel heel grote wijnbouwers die beslissing durven te nemen.
Bovendien zijn er heel wat nieuwe stokken aangeplant die in feite kwalitatief mindere klonen zijn i.v.m. de oorspronkelijke stokken. Enkel massale aanplanten verzekeren de wijnbouwer de opbrengst van trossen met kleine besjes, die enerzijds minder gevoelig zijn voor grijsrot, en anderzijds een goede verhouding stevigheid/sap bezitten. Jammer genoeg is dit niet overal het geval.
Al deze problemen samen komen ook tot uiting in het glas: tijdens het proeven van de pinot gris Grands Crus 2000 en 2001 ontdekten we heel wat minder geslaagde producten. Wijnen met onevenwichtige restsuikers die een gebrek aan zuren en droogextract vertoonden.

Diversiteit van stijlen

Julien Meyer van het schitterende Domaine Meyer-Fonné in Katzenthal gaf me zijn visie weer tijdens onze ontmoeting op een proeverij in Brussel: “men dient 14° potentiële alcohol te hebben opdat de schillen zouden rijp zijn”. Bij die rijpheid en dergelijke hoeveelheid restsuiker, hebben de gisten het vaak bijzonder moeilijk om alle suikers in alcohol om te zetten. Niet dat dit per definitie slecht is maar toch duikt de vraag op hoe het dan zit met het evenwicht tussen de verschillende componenten. Julien Meyer stelt zich nog een bijkomende vraag: “moeten we de trossen niet meer ontbladeren zodat de schillen goed kunnen rijpen zonder dat de potentiële alcohol te sterk gaat stijgen?” Maar dat kan dan weer een gevoelige daling van de zuurgraad met zich meebrengen zoals in 2000. Met als resultaat lompe en vermoeiende wijnen.

Hij lanceert dan maar een vrij nieuw voorstel voor de Elzas, alhoewel ik die argumenten reeds een tiental jaar geleden gehoord heb bij André Ostertag met zijn pinot gris A360P (zie rubriek ‘Geproefd en Goedgekeurd’): “Indien we bij 14° oogsten kunnen we een perfect droge pinot gris maken. Maar dan moet je de moed hebben om een wijn te maken met geconcentreerd droogextract om de alcohol in evenwicht te houden. Daarenboven vraagt dergelijke wijn een andere opvoedingsmethode: meer werk bij het opvoeden, op hout dus, niet noodzakelijk nieuw hout, met regelmatige bâtonnage van de droesem om de wijn te voeden en hem het noodzakelijke vet te bezorgen”.
Ongetwijfeld een interessante theorie voor een pinot gris die het aan tafel moet doen. Feit is echter dat eikenhouten vaten niet echt ingeburgerd zijn binnen de gebruiken van de meerderheid van de wijnbouwers in de Elzas. Bovendien verkrijg je op die manier een compleet andere stijl pinot gris G.C. En het zou ons niet verbazen dat heel wat wijnbouwers maar al te graag het nodige suiker hebben om eventuele fouten in hun wijn te verbergen…

V.T. en S.G.N.: een stijl of een terroir?
In tegenstelling tot de droge wijnen zijn er de V.T. en S.G.N. die door de aantasting van het edelrot heel wat suikers en zuren herbergen. Wanneer men beslist om zo laat mogelijk te oogsten dan verkrijgt men een heel mooie zuurstructuur en een droogextract die het restsuiker van wijnen met 15 tot zelfs 16° potentiële alcohol mooi in evenwicht houdt. Maar dan dient men over druiven te beschikken die niet door grijsrot aangetast werden, maar wel deels gebotrytiseerd, deels gepasserilleerd werden. Een project dat vele maanden voorbereiding vergt: in het bijzonder een strenge snoei, zodat het rendement beperkt blijft en de trossen de nodige plaats en lucht krijgen.
Graag stippen we nog even het vele werk aan van Jean-Michel Deiss die reeds jaren bewijst dat, binnen de Grands Crus en andere lieux-dits, het terroir voorrang krijgt op het ras. Nochtans werden zijn percelen Altenberg, Burg, Grasberg en Mambourg aangeplant met edele druivenrassen. Deze laatste herbergt trouwens verschillende pinots en chardonnay. Dit zorgt natuurlijk voor de nodige moeilijkheden met de beleidsmakers van de regio aangezien Deiss voorstander is om alle referenties op het etiket die verwijzen naar het druivenras gewoonweg te schrappen.
Feit is dat de rijpheid van de druiven op deze grote terroirs zo hoog is dat de wijnen het niveau halen van een V.T. of S.G.N. Ze zijn rijkelijk gevuld met mooi suiker, waarbij de notie van het terroir en de diepte van de zuren wonderbaarlijk mooi tot uiting komen.

Wat dienen we uit dit alles te besluiten? Droge pinot gris, pinot gris met restsuiker, V.T. of S.G.N., versmolten met het terroir, met of zonder dichte beplanting? Vandaag lopen de meningen sterk uiteen en de verstrekte informatie naar de consument toe is niet altijd even duidelijk (zie kadertekst). Feit is dat het bijzonder jammer zou zijn mochten we sommige grote terroir pinot gris wijnen in de toekomst mislopen…

Suiker en typiciteit

Sommige liefhebbers en producenten klagen reeds jaren over de Elzaswijnen die hun droog en fruitig karakter zouden verloren hebben. Toegegeven, er is een daadwerkelijke evolutie naar een Elzasser identiteit die alsmaar meer gediversifieerd wordt: droge en fruitige sylvaners en rieslings, droge rieslings en pinot blancs met 5 tot 6 gram restsuiker, wijnen van het demi-sec type met een tiental gram suiker, gewürztraminers en pinots gris met 30 gram restsuiker, moelleux en V.T., likoreus en S.G.N., tot zelfs wijnen gelagerd op eikenhouten vaten.
Laten we ons niet vergissen van doelgroep: het probleem handelt mijn inziens niet over het opdringen van één type wijn, en evenmin over de al dan niet aanwezigheid van restsuiker. Dit laatste spruit trouwens voort uit de hoge rijpheid van de druiven bij de oogst (en dan heb ik het niet over de bedriegers die hun onrijpe druiven bij 10 à 11° oogsten en nadien 3 of meer graden bij chaptaliseren, om het nodige restsuiker te bekomen, zodat alle fouten in de wijn kunnen gecamoufleerd worden). De ware vraag is de volgende: gaat de Elzas de consument nu eindelijk eens inlichten welk type wijn hij koopt? Indien ja dan bestaat er slechts één oplossing: etiketten die conform zijn aan de Europese wetgeving, met vermelding van het type product – sec, demi-sec, moelleux of liquoreux – of beter nog, met een exacte vermelding van de hoeveelheid restsuiker. Op die manier zullen vergissingen, zoals het serveren van een riesling met 20 gram suiker bij een gegrild stukje vis, in de toekomst vermeden worden. Al de rest slaat louter op pure nostalgie van de producenten…

Onze selectie:

– Paul Blanck – www.blanck.com
– Josmeyer –  www.josmeyer.com
– Ostertag – https://domaine-ostertag.fr  
– Bott-Geyl – www.bott-geyl.com  
– Rominger – https://domainerominger.fr
– Boesch – https://domaineboesch.fr
– Kreydenweiss –  www.kreydenweiss.com
– G. Neumeyer –  www.domaine-neumeyer-gerard.com
– Zind-Humbrecht – www.zindhumbrecht.fr

Voor andere artikels van ‘Op reis met IVV’, klik hier

Geef een reactie