Saint-Péray bruist opnieuw

24/03/2017 - Het lijkt erop dat Saint-Péray opnieuw wijngeschiedenis schrijft.
Deze oude AOC uit de streek van Ardèche, waarvan de schuimwijnen destijds bijzonder in trek waren aan de grote Europese hoven, had bijna al zijn glans en belletjes verloren.

Vooraleer de oenologie echt op punt stond, kwam het naar het schijnt zeer regelmatig voor dat de stille witte wijnen van Saint-Péray opnieuw starten met vergisten en dus spontaan gingen schuimen. Hoe dan ook werden de eerste schuimwijnen, die echt zo bedoeld waren, in 1829 gemaakt door négociant Alexandre Faure. Net zoals de Brusselaar Jean Ackerman in Saumur, zei deze zakenman bij zichzelf dat het dom zou zijn om deze florissante markt van de betere schuimwijnen alleen voor wijnproducenten van de Champagne voor te behouden! Destijds kwamen tal van champagneproducenten overigens basiswijnen kopen in de vallei van de Rhône. Zodoende besloot meneer Faure het circuit in te korten en liet hij iemand van Champagne naar Saint-Péray overkomen om schuimwijnen te maken. Hij wijdde trouwens zo een lange traditie in: ook andere huizen van Saint-Péray stelden personeel van de Champagne te werk, dit tot tussen de twee wereldoorlogen.

Exportproduct

De Champagne Saint-Péray of Grand Mousseux, zoals de schuimwijn destijds genoemd werd, kende geen onmiddellijk succes. Veel van de eerste flessen braken stuk, maar vanaf de jaren 1850 had Alexandre Faure klanten als koningin Victoria, keizer Frans Jozef en Richard Wagner (deze laatste deed er naar het schijnt zeer lang over om zijn facturen te betalen). Intussen werden er andere handelshuizen opgericht, zodanig dat in 1857, volgens Victor Rendu (Ampélographie Française, 2e édition), de wijngaardoppervlakte van Saint-Péray overging naar 172 hectare. De algemene landbouwinspecteur vertelt vandaag dat sommige lieux-dits destijds reeds een zekere bekendheid genoten, zoals de Coteau Gaillard, Solignaes, Chapelle de Crussol en Coteaux de Hongrie. Dankzij hun uitstekende ligging, zegt hij, worden druiven van deze officieuze Premiers Crus voor 50% duurder verkocht dan die van andere wijngaarden.

Vreemd is dat de schuimwijn van Saint-Péray eerder een exportproduct is, vooral richting Noord-Europa, Oost-Europa en Afrika. In Frankrijk is zijn bekendheid veel beperkter. Maar het moet gezegd dat sommige cuvées duurder zijn dan champagne!

Een AOC is niet altijd een hulp

Gezien zijn bekendheid destijds was Saint-Péray in 1936 een van de eerste erkende Franse appellations. Deze erkenning kwam er vooral door het succes van de schuimwijnen, maar een AOC is niet genoeg om een markt opnieuw leven in te blazen die een beetje ingedommeld was na het einde van de Grote Oorlog.

Integendeel: de nieuwe lasten van de AOC en meer bepaald de afbakening van een duidelijk omschreven productiegebied, zorgden ervoor dat vele négociants wegvluchtten. Alle schuimwijnen van Saint-Péray kwamen immers niet van Saint-Péray zelf! De rendabiliteit van de handelshuizen (een 20-tal) hing af van de wijnen die van andere gebieden kwamen.

Voeg daar de groeiende urbanisatie aan toe (de agglomeratie van Valence strekte zich meer en meer uit richting de Ardèche) en u begrijpt waarom de wijngaardoppervlakte doorheen de jaren beetje bij beetje kleiner werd: 120 hectare in 1935, 60 hectare in 1953 en 50 hectare in de jaren 1970. In die tijd werden er bijna uitsluitend stille wijnen gemaakt. Gezien de zeer kleine vraag ernaar en het feit dat schuimwijnen ook grotere investeringen met zich meebrachten, was dat een logisch gevolg.

De heropleving

Er moet gewacht worden tot de jaren 2000 en de komst van een nieuwe generatie aan het hoofd van diverse wijndomeinen om van een heropleving te spreken. Dit door de kwaliteit. Eerst door de stille wijnen en daarna, heel geleidelijk, door de schuimwijnen. De buren van Cornas, die een tijdje daarvoor de reputatie van hun wijnen opgepoetst hadden, waren mee verantwoordelijk voor deze heropleving. Dat ze hun gamma aanvulden met enkele mooie cuvées in wit kunnen we hen niet kwalijk nemen.
Het toeval wilde (of het echt toeval was laten we in het midden) dat er in die tijd ook enkele handelshuizen opnieuw in Saint-Péray investeerden, zoals Jaboulet, Michel Chapoutier en Les Vins de Vienne.
Maar het waren niet alleen de schuimwijnen die een heropleving kenden, de appellation in zijn geheel werd er beter van. In tien jaar tijd ging de appellation van 20 naar 35 producenten, waarvan er 6 Saint-Péray Méthode Traditionnelle produceerden (wat vandaag de officiële naam is voor deze schuimwijnen).
Parallel daarmee steeg de wijngaardoppervlakte van 50 hectare naar bijna 90 hectare. Beetje bij beetje zagen we ook wijngaarden op hoger gelegen delen (een beetje zoals in Cornas), wat voor nieuwe smaaknuances in de wijnen van Saint-Péray zou moeten zorgen.

Twee druivenrassen en twee terroirs

Saint-Péray mag dan rijmen met Epernay, maar daar houdt de vergelijking dan ook mee op. Hier geen grote merken (nog niet, in elk geval) noch reservewijnen. Ook geen chardonnay, pinot noir of pinot meunier, maar twee neven van de familie Sérine : de genereuze marsanne en de delicate roussanne. Druivenrassen die in de schaduw van de Pic de Crussol, en in de zon van de Portes du Midi, voor vrij aromatische wijnen zorgen, vrij vet van stijl met meer bitters dan zuren. Ze overigens vroeger oogsten is niet altijd de beste oplossing.

Wat de bodems betreft wordt het appellatiegebied in twee gesneden door de Montagne de Crussol, waarvan het kasteel uitzicht biedt over de wijngaarden. Aan de kant van de Rhône zijn de terrassen een mix van löss en kalkachtig gesteente. Aan de andere kant vinden we zanderige bodems, afkomstig van de erosie van graniet en kalkpuin op een sokkel van porfirische graniet. Sommige wijnhuizen assembleren beide terroirs, zoals Chapoutier in hun cuvée Les Tanneurs (stille wijn). Opmerkelijk is dat de bodems van Saint-Péray in het algemeen veel ijzeroxide bevatten.

Plan B

Allemaal goed en wel, maar waarop lijkt een schuimwijn van Saint-Péray?
Op geen enkele andere, eigenlijk. En precies daarom zijn het interessante schuimwijnen.
Voor zij die op zoek zijn naar een alternatief voor champagne, een plan B, minder duur, zeg ik: ‘stop met zoeken.’
Buiten het feit dat de wijnen belletjes bezitten, hebben die van Saint-Péray niets met die van Champagne te maken. Ook niet met een Crémant de Bourgogne of een Crémant d’Alsace. In 1857 schreef Victor Rendu, opnieuw hij, dat ‘Saint-Péray zeer sappig is, heel geestrijk, maar veel te koppig en te zwaar.’ Dat valt nog te betwisten … Maar een goed voorbeeld zegt veel meer dan een heel discours.

Rémy Nodin Saint-Péray Extra Brut (basis 2013)

Domein Nodin viert dit jaar zijn 110e verjaardag. Het situeert zich in La Beylesse, aan de voet van het kasteel van Crussol. Rémy Nodin, die vandaag aan het roer staat, is tegelijk ook wijnhandelaar.
De geur is heel verleidelijk, heel direct ook, en doet denken aan peer, witte bloemen en kweepeer. Wanneer we toch een vergelijking willen maken met een andere schuimwijn, zou ik richting de Loire gaan met veel chenin in de samenstelling. Maar de smaak van de Saint-Péray is helemaal anders en heeft niet diezelfde strakke zuren, terwijl het vette van de wijn mooi ondersteund wordt door een fraai bitter. Victor Rendu zou het wellicht niet graag horen, maar koppig of zwaar is hij niet. Hij bezit zelfs iets licht in de finale, met een mooi accent van viooltjes.
We kunnen ons het type Saint-Péray moeilijk voorstellen dat de onderdanen van Napoleon III dronken en deze vergelijken met de schuimwijnen van vandaag. Opvallend is dat in de proefnotities van die tijd weinig aroma’s aan bod kwamen, die nochtans duidelijk aanwezig zijn in de wijnen van Saint-Péray, maar destijds waren de wijnen ongetwijfeld veel sneller geoxideerd.
Andere schuimwijnproducenten van Saint-Péray die we kunnen aanraders zijn : Domaine Alain Voge, Domaine du Biguet (Famille Thiers) en Domaine Chaboud.
Wanneer schuimwijnen in de lift zitten in Saint-Péray, maken de stille wijnen nog steeds het overgrote deel van de productie uit. Een wijn die ik u niet wil onthouden is deze cuvée, ook van Nodin.

Rémy Nodin Saint-Péray Le Suchat Vieilles Vignes 2015

Een stille wijn, maar zo stil is hij nu ook weer niet ! Er gebeurt van alles op aromatisch gebied. Met zijn accenten van perzik en abrikoos zouden we bijna denken dat het om een viognier gaat (nog een neef van de familie Sérine). Een rijpe wijn, heel rijp zelfs, met een duidelijk vetje en een klein bitter dat hem verrukkelijk maakt. Omdat hij een mooi bewaarpotentieel bezit, zou ik voorstellen hem nog enkele jaren in de kelder te laten rusten. Maar dat zal lastig worden …

www.remy-nodin.fr

 Hervé Lalau

Voor meer “Sappige Verhalen”, klik hier

Geef een reactie