Vosne-Romanée : in het hart van de pinot noir (2)

Vervolg ....

De grands crus.

Romanée-Conti (1ha 85).

Meer nog dan Vosne, bewieroken wijnliefhebbers en schrijvers onophoudelijk deze cru. Hij werd reeds in 1512 vermeld in een eigendomsakte van de Abdij van Saint-Vivant (Cloux des Cinq Journaux) en werd in 1760 door Louis-François de Bourbon, Prins de Conti (Picardië) verworven. Het is in deze periode dat men er drie “ouvrées” van de Richebourgs aan toevoegde. De revolutie liet hem zijn adellijke titel. In 1882 brak te Vosne de Phyloxerraplaag uit die men met koolstofdisulfide trachtte te bestrijden. Pas in 1945 werd al het plantmateriaal gerooid. De stokken voor de heraanplanting kwamen van La Tâche, dat eertijds zelf met plantmateriaal (Franse stokken zonder onderstok) van La Romanée-Conti was aangeplant (alles komt terecht). De eerste jaargang was 1952.

La Romanée (0,85 ha).

In de 16de eeuw waarschijnlijk gecommercialiseerd als Richebourg, verschijnt hij in 1760 op het voorplan onder vorm van 6 perceeltjes. In 1815 verkreeg de familie Liger-Belair een eerste perceel en daarna volgden de vijf andere. Dit liet de familie toe om deze entiteit in 1827 op te laten nemen in het kadaster onder zijn definitieve naam (eertijds: Aux Echanges, En la Romanée). In 1933 openbaar verkocht en vervolgens “gered” door de kanunnik Just … Ligier-Belair.

La Tâche (6 ha 06a 20 ca)

La Tâche is een cru en die heeft de “taak” (la tâche) en ook de mogelijkheid, naargelang de jaargang, om de absolute hegemonie van La Romanée-Conti te doorbreken. Ook deze cru werd in het begin van de 19de eeuw opgenomen in het patrimonium van de familie Liger-Belair, maar toen ging het over de echte “La Tâche” (1 ha 40). De wijn van een aanpalend perceel, Les Gaudichots, werd in die tijd onder dezelfde naam verkocht, wat tot enkele spanningen leidde.
In 1932 is het dan weer zover. De jonge eigenaars van het Domaine de la Romanée-Conti (Jacques Chambon et Edmond Gaudin de Villaine) eisen de titel op voor de 4 ha van Les Gaudichots. Grote contestaties, proces, maar in 1933 koopt het Domaine La Tâche en verenigt de twee delen, die nu nog apart in het kadaster vermeld staan.

La Grande Rue (1 ha 65 a 25 ca).

De weg die, ten zuiden van de drie “Romanée’s” langsheen loopt en toegang biedt tot het plateau gaf zijn naam aan dit perceel. De 22 “ouvrées”* die de oorspronkelijk kern vormden, kwamen vanaf de 15de eeuw onveranderd bij de huidige eigenaar terecht. Het perceel werd tijdens de revolutie gekocht door de familie Marey-Monge en ging, wel ja … langs de Liger-Belair’s, over naar het Domaine Lamarche die het in 1933 van hen aankochten. Dit bleek een interessante aankoop, want deze sinds 1933 eerste cru werd in 1992 Grand Cru. 
* bewerkte stukken grond

Richebourg (8 ha 3 a 43 ca).

In het meervoud voor de wijngaard, in het enkelvoud voor de wijn. Uit het Duitse “Burg” ? En voor “Riche” is het voldoende om de wijn te proeven. Al vermeld in 1512 zal dit deel gekenmerkt worden door zijn versnippering. Zijn reputatie ontplooit zich in de 18de eeuw, dankzij Citeaux die 29 “ouvrées”* bezat. Het kadaster van 1827 vermeldde reeds Les Verroilles, synoniem voor “Petit Val”, nu in handen van de familie Gros. Enkele wijnbouwers houden ervan om hen tegenover de “echte” Richebourgs te plaatsen, zoals de auteurs uit de 19de eeuw die hen lager klasseerden. De oriëntatie van Les Verroilles is O-NO, de grond is er fijner (terwijl een dikke kleilaag Les Richebourgs bedekt), de aanplant staat loodrecht op de helling en wordt geventileerd door de greppel (“combe”). De zuurheid die de druiven er behouden, is een niet te versmaden pluspunt. Het perceel van Anne Gros biedt ons sedert enkele jaren een klein wonder van complexiteit en zachtheid, zonder in te boeten aan kracht. Het woord komt alleszins voor in mijn notities voor de 2001. De laatste “Franse” wijngaard in Bourgogne was er één van het Domaine de La Romanée-Conti in Les Richebourgs. Hij werd een jaar na La Romanée-Conti gerooid. Een vijftiental eigenaars delen de wijngaarden met elkaar.
* bewerkte stukken grond

Romanée-Saint-Vivant (9 ha 43 a 74 ca).

De rond 900 gestichte Abdij van Saint-Vivant (Mont de Vergy in de Hautes-Côtes de Nuits) treedt in de 11de eeuw toe tot de kring van Cluny en vindt in de 12de eeuw een vaste stek aan de Côte dankzij een gift van de Hertog van Bourgogne. In 1512 werd de abdij “verzocht“ om haar bezittingen aan te geven: daartoe behoorde een groot deel van het huidige Saint-Vivant. In 1791 kocht ene Nicolas-Joseph Marey alle ommuurde wijngaarden (clos) van Saint-Vivant; een deel werd in 1898 doorverkocht aan de Latour (Clos des Quatres Journaux, nog steeds vermeld op het etiket). In 1966 pachtte het Domaine de la Romanée-Conti opnieuw de percelen van Marey-Monge (meer dan 5 ha) en werd er in 1988 definitief (de grootst) eigenaar van. Negen andere domeinen delen de overige 11 percelen.

Grands-Echezeaux (9 ha 13 a 11 ca).       

Eertijds “Laag” (Bas), werden deze Echezeaux (Escheuzo uitgesproken) sinds de 19de eeuw “Grands”, want het perceel is groter dan de Echezeaux Hauts (thans du Dessus). Eigendom van Citeaux, zoals in een vroeg 18de eeuwse atlas vermeld staat, werd deze hele sector vrij vroeg vrijgegeven aan de burgerij; wat aan Marey-Monge de mogelijkheid gaf om er expliciet bij te zijn.
De Revolutie veranderde deze realiteit niet want de verkoop sloeg enkel op goederen die rechtstreeks werden geëxpoiteerd door de abdij. Vandaag verbouwen een 12-tal domeinen dit prachtige perceel langsheen de Clos de Vougeot.
Is het de nabijheid van de Clos waarvan zij de (voornamelijk kalkachtige) top voorzetten die hun die merkwaardige “cisterciënzer”-strakheid geeft? De structuur is in het algemeen veel strakker dan die van de Echezeaux.

Echezeaux (37 ha).

“Echezeaux” betekent “groepje van huizen, gehucht”. Gezien zijn oppervlakte en versnippering is het vandaag al een heuse verkaveling geworden. In 1886 mocht de gemeente Flagey de naam van de cru aan zijn eigen naam toevoegen, zoals dat al in 1866 het geval was met Vosne en Romanée. De atlas van Citeaux vermeldt Les Echezeaux Hauts en alle percelen die het omringen, behalve het zuidelijke deel. Hier golden ook sinds de 17de eeuw de pachtcelen die mogelijk maakten dat de eigenaars zonder schrammen de Revolutie doorkwamen. In 1925 liet een gerechtelijk besluit de uitbreiding naar het zuiden toe. In 1950 breidden Les Laochausses zich uit tot in de Beaux Monts en in 1984 werden 16 supplementaire aren geklasseerd in de Quartiers de Nuits.

Net als in de heel Bourgogne, kennen de Echezeaux door zowel natuurlijke als cultuurlijke invloeden een intensieve versnippering (250 percelen). Zij spelen een suite van pedologische variaties, van mergel tot kalk, bestrooid met zand (bovenaan), op verschillende hoogtes en volgens verschillende oriëntaties. Waar het perceel van 4 ha 67 (in de Poulaillères, sector van het hutje) het basisgamma van het Domaine de la Romanée-Conti levert, daar scheren enkele wijnboeren hoge toppen met behulp van één of twee “ouvrées” (= 1/24ste ha). Men stelt dus meteen de kloof vast die er tussen de twee bestaat. De ranken van Henri Jayer bevinden zich in de Cruots en de Treux. Deze blijken omwille van die terreinverzakking een “slechte” reputatie te hebben. Hierdoor zijn de wijnen wat meer rustiek, reden waarom het Domaine Bizot ze rechtstreeks declasseert tot premiers crus. Ik hoef het u niet te tekenen: de expressies variëren van het meest zacht tot viriel, met innemende tannines, zachtheid en fruit tonen.

De premiers crus.

In de schaduw van de Grands Crus vormen de 14 premiers crus een zeer interessante achterhoede, een terugvalbasis voor diegenen voor wie de Grands Crus omwille van hun buitensporig prijskaartje, buiten hun mogelijkheden vallen.
De Clos des Réas en Les Chaumes, hebben een bodems waar “vochtigheid nooit ontbreekt”; ze onderscheiden zich door hun zachtheid, soepelheid en snelle toegankelijkheid. De Rouges du Dessus op een magere bodem bovenaan de helling, zetten alles op de mineraliteit. In hetzelfde register treffen we Les Reignots, dat een ietsje meer diepte, elegantie en lengte heeft. De Beaux Monts zijn eerdere wat “luchtiger”, levendiger, finessevoller (zeker bovenaan), en dat samen met veel kracht en lengte. Door de uitgestrektheid kent dit perceel verschillende profielen. De wat diepere bodem en de noordelijkere oriëntatie van En Orveaux, maken er zonder mer een premier cru van. Met 13 ha neemt Les Suchots de eerste plaats in onder de premiers crus … inzake oppervlakte. De versnippering geeft een hele verscheidenheid kwaliteiten. In het algemeen is de wijn van deze lieu-dit charmerend, vol en erg “klassiek”. Les Petits Monts geven veel frisheid, verfijning en een vrij krachtige finale. Les Brûlées heeft twee gezichten: sensueel en kruidig in de Z- gerichte helling, krachtiger, levendiger, wat woester in de N-O richting . Les Malconsorts, ten zuiden van La Tâche, zijn degelijk, stevig en kunnen zeer lang bewaren. “Au-dessus des Malconsorts” is dan weer erg elegant en zijdezacht. De Cros Parantoux elt al in de hofhouding van de Grands Crus. En tot slot nog twee door de geschiedenis genegeerde crus: La Croix-Rameau : een eilandje in de Romanée-Saint-Vivant en Les Gaudichots in de La Tâche (vier percelen, plus nog eentje in de gemeentelijke AOC). Volgens Patrice Cacheux, één van de 3 exploitanten, toont de eerste die zich langamer opent, zich ietwat mannelijker dan de Suchots. De andere percelen bezitten de kracht van hun prestigieuze buren .

De gemeentelijke appellatie.

Voor Michel Gros moet een Vosne “elegant, geparfumeerd en geraffineerd zijn en eindigen op zijdezachte tannines. De doorgaans lagere zuurheid brengt zachtheid en rondheid”. De robotfoto lijkt mij juist te zijn. Een groot deel van de wijnen beantwoorden hieraan. Een beetje meer natuurlijk wijnsteenzuur en wat meer reliëf-brengende rijpe tannines zouden mij anders wel bevallen. De aroma’s en parfums doen aan een heel reeks rode vruchten denken, vooral die van kersen.
Henri Jayer verklaarde in het magazine Bourgogne Aujourd’hui voorstaander te zijn van een “cuvée ronde”, d.w.z. een assemblage van percelen (hoog- en laaggelegen). In verband met Vosne ben ik bereid hem te volgen, zelfs als enkele unieke cuvées – van één perceel – het tegendeel bewijzen … vermits de jaargang de bevestiging van hun persoonlijkheid bepaalt. We vermelden in deze context enkele plaatsnamen: de Clos du Château , La Colombière , Aux Réas , Bossières , La Goilotte en les Hautes-Maizières , Les Barreaux , de Clos de la Fontaine , Aux Jachées , … 
De percelen die, op magere bodems, boven de Grands Crus liggen geven finesse, zuurheid en mineraliteit aan hun wijnen, maar kunnen sterk lijden onder de koude of droogte. Aan de voet van de helling zal een te hoge vochtigheid of voorjaarsvorst roet in het eten kunnen gooien. De Achillespees van de gemeentelijke appellatie schuilt in zijn essentie zelf. Als verfijning de wijn tekent, dan kunnen ongunstige omstandigheden of te hoge rendementen die finesse “verwateren” tot magerheid. En wat als Grands en premiers crus met dezelfde catastrofen te kampen hebben ? Wel, hun terroir geeft hen een bredere marge om die klimatologische wisselvalligheden op te vangen en de wijn te redden…  tot op een zeker punt weliswaar.
Ik denk dat de hiërarchisering van de plaatsnamen in Vosne Village moeilijker is dan in bv: Gevrey, omdat de afbakening er niet eenvoudig is en heel wat compacter is dan in de wijngaard van Gevrey. Bijgevolg zal het verschil meer bepaald worden door de rendementen en het talent van de wijnmaker, dan door de locatie op het schaakbord van de wijngaarden. Dit gezegd zijnde, zal een Kasparov van de druif, met een diagonaal van Réas (als loper) of een rokade van Mazières (als toren), U zonder slag of stoot “Vosne en mat” zetten.

Dossiers IVV, klik hier

Geef een reactie