Wanneer Champagne roze kleurt

Waren de eerste champagnes rosé getint? Niemand heeft hierop een afdoend antwoord, maar het lijkt er heel sterk op dat de eerste bubbels die tussen de 17e en de 18e eeuw opdoken qua kleur één of andere variant van “roze” waren. Hoe dien je deze toch wel aparte champagne vandaag te proeven en te drinken? Het is alvast een heel bijzondere wijn die tot stand kwam door de mix van een witte (door persing) en rode (door maceratie) variant. Een familieportret.

Het zou maar al te verrassend zijn dat Champagne geëvolueerd is van een stille rode wijn, geproduceerd tijdens de Middeleeuwen en een concurrent van Bourgogne, tot een witte schuimwijn – voor het eerst voorgesteld in 1735 door Jean-François de Troy op zijn schilderij “Le déjeuner d’huîtres” (Museum Condé in Chantilly) – zonder dat er tussendoor koperachtige of karmijntinten opdoken die al dan niet door één of andere techniek gewenst waren. In zijn werk “Manière de cultiver la vigne et le vin en Champagne”, dat dateert uit 1718, geeft de anonieme auteur (toegewezen aan Chanoine Godinot) heel wat commentaren en aanbevelingen over het ontstaan van de bubbels in de fles. Hij leert ons eveneens dat “de smaak van de Fransen steeds meer naar schuimwijnen evolueert”, dat “men hooguit slechts vijftig jaar weet hoe men een vin gris of bijna witte wijn moet maken” en dat “hoe sneller de druiven na de pluk geperst worden, hoe witter en delicater de wijn zal zijn … zodat heel wat zorg moet besteed worden aan de pluk van de druiven en het persen”. De commentaren spreken voor zich maar de vraag blijft of de most in die periode reeds helder was? Waarschijnlijk min of meer al naargelang de omstandigheden!

Om meer te weten te komen over rosé moeten we ons richten op het werk “Livre de Commissions” dat melding maakt van de verzending van 60 flessen rosé schuimwijn naar Lausanne. We schrijven 1777 en het verhaal speelt zich af in een zeker huis … Clicquot-Muiron. Een heel recente “confidentie” van de huisoenoloog van Clicquot, Philippe Thieffry, stelt dat rosé officieel het levenslicht zag in 1775. Deze “culturele” erfenis leeft vandaag nog steeds verder want de Réserve Rosé (millésimé) van Veuve Clicquot is actueel nog steeds goed voor honderdduizend flessen per jaar. Verder is er nog sprake van een “rode mousserende wijn”, maar deze praktijk wordt vandaag verboden door de regelgeving van de A.O.C. Champagne.

We moeten wachten tot de tweede helft van de twintigste eeuw vooraleer de rosé algemeen opgenomen wordt in het gamma van de diverse producenten. Vanaf begin de jaren dertig voegt men uitsluitend rode wijn toe om de witte champagne kleur te geven. Deze is o.m. afkomstig van Bouzy, Cumières of Aÿ, om enkel maar de belangrijkste te citeren. Vermelden we nog dat er voorheen nog andere mixes bestonden zoals de “Liqueur de Fismes” (op basis van vlierbessen).

Eén resultaat, twee scholen.

De roze kleur kan op twee manieren verkregen worden. De eerste manier wordt het meest toegepast. Het bestaat erin een hoeveelheid rode wijn, 10 tot 20%, soms gelagerd op eikenhouten vaten, toe te voegen aan een reeds bestaande witte blend, of meer uitzonderlijk, een blend die speciaal voor die gelegenheid samengesteld werd. Enkel de A.O.C. Champagne mag zich beroepen op deze “gunst”. Deze werd toegestaan door de Europese instanties in 1974 op basis van documenten van Clicquot, het bewijs van een “loyaal en constant” gebruik.

De tweede manier is stukken marginaler. Hiervoor worden de blauwe druiven gedurende enkele uren tot één à twee dagen geweekt. De “saigné” most wordt nadien vergist, gevolgd door een tweede gisting, en tenslotte toegevoegd aan een andere cuvée. Dit procédé zorgt voor heel krachtige champagnes met veel materie en een stevige kleur. Enkele voorbeelden zijn Alexandra van Laurent-Perrier, Palme d’Or van Nicolas Feuillatte, Brut Rosé van Mailly Grand Cru of Fleur de champagne van Duval-Leroy.

 

Voor iedere smaak

Het aantal genres is oneindig en het is aan de keldermeester om de beslissing te nemen welk type rosé hij wenst te maken: aperitief, gerecht, dessert, meditatiewijn, of waarom niet, zelfs bij een sigaartje… Ook de kleur kan al naargelang het type heel sterk uiteenlopen. Van uiepelkleur tot licht rood, met diverse gradaties tussenin zoals zalmkleurig, koper, oranje, enz. Ook de dosering kan nogal eens verschillen. Denk maar aan Extra Brut tot Demi-Sec (Vb. Mercier). En dan zijn er nog tal van andere mogelijkheden: de basiscuvée, de cuvée met jaartal, het gamma “prestige”, kortom, ook in rosé heeft het ganse gamma haar intrede gemaakt. Sommige huizen hebben zelfs een heel gamma diverse rosé champagnes.

Een ganse maaltijd met diverse rosé champagnes kan ik u ten sterkste aanbevelen. Ze kunnen zowel vis, schaaldieren, gevogelte, vlees, tot zelfs desserten, perfect begeleiden. Wel dient nauwlettend op de bereiding gelet te worden zodat het basisingrediënt zich voluit kan ontplooien. Als aperitief of eerder bij smaakvolle gerechten? De stijl heeft weinig belang als er maar voldoende evenwicht is. Eens te meer leggen we de nadruk op de moeilijkheid om alle componenten van een champagne – én vooral de rosé – tot uiting te brengen: de kwaliteit van de blend, de rode wijn (opgepast met de tannines!) en de integratie van de dosering.

Rest er nog een flesje in huis te halen al dient gesteld dat de rosé champagnes een stuk duurder zijn dan hun witte broeders (de bewerkingen zijn immers talrijker), vooral binnen het gamma van de uitzonderlijke en exclusieve prestige cuvées.

Rosé blijft echter een heel discreet lid binnen de grote familie van de champagnes want haar aandeel neemt nauwelijks 5% in beslag. De toevoeging van de rode wijn zorgt voor een meer consistente droesemvorming en versnelt meer dan waarschijnlijk het verouderingsproces i.v.m. een klassieke cuvée. Maar daar tegenover staat dat de complexiteit van de beste cuvées met geen enkele andere champagne te vergelijken valt.

Onze Selectie :

Dossiers IVV, klik hier

Geef een reactie